Column Jack Thomassen: Smeer ‘M

Foto: Jack Thomassen

Drunenaar Jack Thomassen schrijft veel columns en korte verhalen. Voor onze lokale site Heusden.Nieuws zal hij regelmatig ook een column schrijven over zijn belevenissen en met deze keer weer een nieuwe versie. Deze column van juli gaat over Smeer ‘m

Kijk eens naar dit broodmes. Dat is een oudje hoor. Van ons ma geweest. Even rekenen, aangezien zij in 1958 met ons pa is getrouwd, neem ik aan dat het ding dus minstens 60 jaar oud is. Nét iets ouder dan ik dus. Ik weet nog wel dat het brood vroeger zelf gesneden moest worden. Dat deed onze moeder natuurlijk. Ons vader was al vroeg de deur uit om bij LIPS te gaan werken. En tussen de middag kwamen wij uit school naar huis om een paar boterhammen naar binnen te werken. Daarna nog even spelen, of ruzie maken en dan weer terug de klas in. “Hup! Wegwezen jullie. Naar school. Ga daar maar vechten samen. Uitkijken hoor. Houdoe!”  Dan ruimde ze de tafel af en had ze rust totdat wij weer naar huis kwamen stuiteren.

Zegt u het volgende ook weleens? “Vroeger smaakte alles lekkerder. Vooral snoep en zoetigheid voor op brood.” Nou, toevallig vind ik dat ook. Bijvoorbeeld de vruchtenhagel van de Ruiter (in plastic doorzichtige verpakking), Pastachoca (Beregoed!) en kokosbrood (vers gesneden bij de Spar om de hoek). Bij ons Rian thuis hadden ze smeerbare caramelpasta, zij denkt dat het Caramelco heette. Ik denk Jacky(!) Veel van die lekkernijen zijn er nog wel, je proeft echter gewoon dat ze anders zijn. Dat is wel jammer.

Het is niet dat wij thuis verwend waren, verre van dat. Maar als we eenmaal iets heel lekker vonden, wilden we liever niet dat er een ander merk op tafel kwam. Toch moest onze moeder ook op de centjes letten. Daarom haalde ze soms ergens anders de boodschappen. Zeker als een bepaalde winkel iets in de reclame had. Smeerboter bijvoorbeeld. Ik was toen helemaal verknocht aan de margarine van Gouda’s Glorie. Lekker dik erop smeren en dan pure hagelslag of een snee peperkoek erop. Of suiker! Bij voorkeur bruine basterd suiker. Mmmmmmm!

Maar, goed. Die boter dus. Ons ma had op een dag een ander merk bij de Em-Té, VéGé, of de Cash&Carry gekocht. Die smaakte niet zo goed: “Uuuuhhh!!! Bah! Ma, wè hedde nou veur vieze boter? Die is echt nie lekker, hor. Dè lust ik nie.” Ma deed dan nog wel alsof ze standvastig kon zijn, maar uiteindelijk ging ze toch overstag. Dan kocht ze alsnog Gouda’s Glorie. Ochèrrum, wat dat betreft had ze het niet makkelijk met 3 van die zeurkezen. Zo had ieder van ons wel wat. De één at alleen maar het bordje leeg als er appelmoes bij gedaan werd en de ander liet ons ma voor alles en nog wat naar de keuken lopen. Best erg hoor.

Op een dag was de Gouda’s Glorie margarine op. Paniek bij Jackie. Ik speurde alle keukenkastjes af. De kelder en de koelkast. NIKS! Natuurlijk wel die vieze bocht van een onbekend merk. “Ja, jongen. Ik heb nu niets anders. Ge doet het er maar mee. Gèrre of nie.” Voor mij was het klip en klaar: Niet dus! Waarna ik als een verwend klein jong aan ons ma ’s hoofd begon te zaniken. Wel een kwartier lang. “Hier!”, zei ze toen ze dat gezever beu was, “Neem deze 2 guldens maar mee en kijk maar of je de SRV-man in de buurt kan vinden. Volgens mij heb ik hem net richting de straat van tante Jo zien rijden.” En weg was ik, hoewel in plaats van die 2 gulden een schop onder mijn reet een beter antwoord was geweest.

Onze kinderen deden, tot mijn grote opluchting, gelukkig niet zo moeilijk toen ze klein waren. Oké, de oudste lustte geen witlof en de middelste geen wortelstamp. Dat konden we nog wel door de vingers zien.  De jongste daarentegen, wilde zelfs helemáál geen groenten op het menu zien staan. Maar zijn moeder was onverbiddelijk: “Graag of niet!” En hield dat heel lang vol. Tot op een dag het ventje alsnog het groen(t)e licht zag en de bordjes met eten steeds vaker leeg gingen. Bovendien werd ie later zelfs kok en lust nu alles. Kijk, durf ik nu stoer te zeggen, met zo’n clubje kun je nog eens buiten de deur gaan eten zonder gezeur aan je hoofd.

Ach, was ons moederke vroeger met ons maar net zo consequent geweest. Dan had ze het niet alleen haar kinderen, maar vooral zichzelf het een stuk makkelijker gemaakt. Wat moest er in godsnaam van die snotjong worden? Nou, helaas voor ma duurde dat geëmmer met eten dus wel een aantal jaartjes. Zelfs tot in mijn militaire diensttijd. Niet lang daarna ging ik met ons Rian samenwonen. U mag best weten, toen was dat ‘potje moeilijk doen’ al gauw afgelopen. Maar goed ook, want niet lang daarna kreeg de ooievaar in de gaten waar wij woonden en cirkelde al de nodige oriënterende rondjes boven ons huis. Zodat met de komst van de kleine mannen en de broodnodige ouderverantwoordelijkheid, het gesodemieter aan tafel eindelijk eens afgelopen was.

Begin de dag met het nieuws uit je gemeente met de gratis Nieuwsbrief. KLIK HIER en meld je aan.
Aanvoerder van het lokale nieuws.

 

 

Reacties