Column Jack Thomassen: Over rolschaatsen en skeelers

Drunenaar Jack Thomassen schrijft veel columns en korte verhalen. Voor onze lokale site Heusden.Nieuws zal hij regelmatig ook een column schrijven over zijn belevenissen en met deze keer weer een nieuwe versie. Deze column gaat rolschaatsen en skeelers

Aangestoken door het Ard-en-Keessie-virus pakte ik mijn rolschaatsjes uit de schuur, om in de straat tegenover ons huis ontelbare 8-vormige baantjes te trekken. Net als de schaatshelden op onze zwart-wittelevisie deden. Terwijl ons pa netjes met pen op papier alle rondetijden zat te noteren, blikte ie af en toe even naar buiten om te zien of zijn jongste zoon een beetje talent had om ooit ook een groots schaatser te worden. Maar ik denk niet dat hij er veel vertrouwen in had. Want ik moest van een buurjongen horen dat Ard en Keessie linksom pootje over schaatsten, en niet net als ik rechtsom.

Mijn broer was volgens mij één van de eersten in ons dorp die ze durfde aan te schaffen. Ik denk bij Lydia American Stock (Vrij Entree). Ons moeder echter, vond ze levensgevaarlijk. “Vier wieltjes achter elkaar? Ach jongen, dat kan toch nooit goed gaan?” Afkeurend keek ze naar mijn broers nieuwe aanwinst. Bovendien heette die nieuwigheid natuurlijk heel anders dan de oerdegelijke rolschaatsen met de zo herkenbare gelagerde wieltjes. “Skeelers?”, mopperde ze verder, “Is dat weer iets uit Amerika? Och, och, het wordt steeds gekker met die jong. Als ge uwe nek maar niet breekt, hoor!” Op een bepaalde manier konden we uit de zorgvuldig gekozen woorden van ons ma toch wel opmaken dat ze iets of wat bezorgd was. Ik deelde de mening van moeders. Achtte die dingen geen lang leven beschoren. Een ééndagsvlieg. Ik bleef trouw aan de old school variant en kocht van die blauw/gele rollerskates. Wist ik veel.

Je moet toch wat, hè? Als bij je sportvereniging de hekken en velden gesloten blijven totdat ‘het eindelijk weer kan’? Velen gaan er wandelen of fietsen, sommigen proberen eens wat anders. Iets wat je bijvoorbeeld samen met je gezin kunt doen. Zoals skeeleren. Op Marktplaats staan er zat van die dingen, dus duur hoef je het niet te maken. Gevaarlijk blijft het wel. Vooral als je kleine kindertjes bij je hebt. Zoals in het groepje dat ik vanachter tegemoet fietste op de Molensteeg, bij het padje naar de Watertorens. Zonder uit te kijken nam de voorste moeder een kindje bij de hand en skeelerde zomaar het fietspad op. Gevolgd door de andere moeder met nog eens 2 kindjes. Ook zonder op of om te kijken. Ik vol in de handremmen en forceerde met mijn fietsbel beleefd maar dringend een doorgang. Tot mijn verbazing hoorde ik achter mij die 2e moeder één van die kindjes een ‘standje’ geven: “Kijk nou toch uit! Zag je die fietser niet?” Tja, zo kan je je bezorgdheid ook uiten.

Toen onze kinderen de ouderwetse rolschaatsen niet meer als volwaardig speelgoed zagen en ‘gewoon’ net als iedereen echte skeelers wilden, begon er bij hun vader ook iets te borrelen. Ik wilde immers ook weer iets aan sport doen, echter niet binnen een vereniging. Dus snuffelde ik de reclamekrantjes door, op zoek naar niet te dure skeelers. Die vond ik uiteindelijk in grote stad Tilburg. Waarna de eerste voorzichtige meters door de straat en op het basketbalveld bij De Wegwijzer gemaakt werden. Nadat gebleken was dat ik het (net als fietsen) nog niet verleerd was, durfde ik al naar een groter podium over te stappen. Locatie: het ‘Lipspark’ achter sporthal Onder de Bogen.

Het was een beetje zoeken naar de juiste houding. Ietsjes door de knieën en lange halen maken. En toen ik de goede balans gevonden had, gingen natuurlijk de handjes keurig op de rug. Ons pa (en misschien ook wel Ard en Keesie) zou vast tevreden zijn geweest. Die was altijd best sportief geweest. Wekelijks toerde hij op zijn wielrenfiets door Brabantse dorpjes en bossen. En als het in de winter goed gevroren had, bond hij graag zijn schaatsen onder om op de roeivijver wat baantjes te trekken. Rolschaatsen had ie waarschijnlijk nooit aan getrokken, maar die stoere skeelers misschien weer wel.

Voordat ik naar huis zou skeeleren, besloot ik nog één rondje te doen. Het ging toen immers nog redelijk tot goed. Dat beetje spierpijn was strak wel weer weg. Echter bij het oversteken van de Pr. Hendrikstraat kreeg ik al het bange vermoeden dat dat laatste rondje op het asfalt, rond het atletiekcomplex van DAK, er eentje teveel was geweest. Mijn benen verzuurden. Pijn schoot in allerlei spieren waarvan ik het bestaan niet eens wist. En ik moest godverdomme die hele Dillenburgstraat en de Admiraalsweg  nog door zien te komen. Was ik nou maar op tijd gestopt. En het bankje bij Bakker Allard op de hoek was ik ook al zomaar voorbij gereden. Te eigenwijs om daar effe gaan zitten om te rusten, hè?

Geloof me, ik heb nog nooit zo stuk gezeten. Mijn lesje had ik die dag wel geleerd. Voortaan ging ik niet meer overmoedig op de skeelers naar het park, maar gewoon op de fiets. Met de skeelers in de fietstassen. Want om nog een keer als een over vogelpoepjes struikelende Hilbert van der Duim door de straten van ons dorp te stuntelen, leek me niet bepaald iets waar ons pa trots op zou zijn geweest. En Ard en Keessie zeer waarschijnlijk ook niet.

Begin de dag met het nieuws uit je gemeente met de gratis Nieuwsbrief. KLIK HIER en meld je aan. Aanvoerder van het lokale nieuws.

< Volg HeusdenNieuws ook via Facebook
< Wist u dat wij iedere morgen meer dan 2500 nieuwsbrieven verzenden
< Wist u dat wij iedere dag meer dan 10.000 bezoekers hebben op onze website
< Adverteren op Heusden.Nieuws.nl stuur een mail

 

.

 

 

Reacties

Cookieinstellingen