Jack Thomassen uit Drunen schrijft vele columns en korte verhalen. Voor Heusden.Nieuws zal hij ook in 2026 weer regelmatig een column schrijven over zijn belevenissen en met deze keer weer een nieuwe versie. Deze column gaat over 'Het parkeerkaartje'
Op de trouwdag van jongste zoon zijn we onderweg naar het
centrum van de woonplaats van het bruidspaar. Volgens de duidelijke instructies
moeten we de auto's op het parkeerterrein naast het 'nieuwe' gemeentehuis
neerzetten, om van daaruit naar de prachtige 'oude' locatie in het centrum van
Waalwijk te lopen. Bij de slagboom druk ik braaf op het knopje, waarna het
apparaat een kaartje uitspuugt.
Normaal geef ik zo'n kaartje altijd aan ons Rian, echter zit
nu oudste zoon naast me. Onze partners zitten, hoe ouderwets, op de achterbank.
Ter plekke bedenk ik om onze auto zo dicht mogelijk bij de kast neer te zetten,
waar we straks het verschuldigde parkeerbedrag afrekenen. Daarom leg ik het
kaartje voor de display in het dashboard, zodat ik zeker weet dat we het niet
kwijtraken voor, tijdens of na de ceremonie.
Maar pas dan krijg ik in de gaten dat die parkeerkast
helemaal niet op de plek staat, waarvan ik dacht dat ie zou staan. Ik was ervan
overtuigd dat het ding vlakbij het bruggetje stond, waarachter de winkelstraten
van de stad makkelijk bereikbaar liggen. Wellicht dat die kast jaren eerder al
verplaatst is, u mag het zeggen. Het is immers een hele tijd geleden dat ik
voor het laatst hier een auto geparkeerd heb. Wat overigens een pijnlijke
herinnering oplevert...
Ik werkte toen nog bij 'de houthandel'. Omdat er een periode
aanbrak waarin meerdere collega's 'Abraham gingen zien' en dus de respectabele
leeftijd van 50 jaar gingen bereiken, had ik het verzonnen om geld te
collecteren, om een cadeautje voor de jarige job te kopen. Na overleg met de
leiding (voor goedkeuring) en het personeel (of er enthousiasme voor was), ging
ik met de spreekwoordelijke pet rond. Twee euro de man leek ons wel voldoende
om daar uiteindelijk iets leuks voor te kopen.
Omdat ik de eerstvolgende zaterdag al tijd had, toog ik 's
morgens naar de stad, met in mijn binnenzak een flinke boerentiet met geld
(idd, uit: Guus kom naar huus). Omdat ik in de veronderstelling was dat er op
het parkeerterrein langs de Taxandriaweg nog ouderwets met munten betaald kon
worden, nam ik niet eens de moeite om mijn pinpas mee te nemen. Tja, een beetje
naïef natuurlijk. Maar soms denk ik nu eenmaal niet goed na (vraag maar aan
Rian), waarop het wachten was op problemen.
Vooralsnog leek er geen vuiltje aan de lucht. Bij de
slagboom pakte ik een kaartje, borg dat zorgvuldig op (los in de broekzak, ook
niet slim) en stak via het bruggetje en een steegje door naar het
winkelcentrum. Gelukkig had ik al gauw enkele passende presentjes voor de
jarige collega, zodat ik snel weer richting huis kon gaan. Want eerlijk gezegd,
geef ik niks om winkelen en al helemaal niet in m'n eentje. Op naar de
parkeerplaats dus.
Op het bruggetje viste ik het parkeerkaartje uit mijn zak en
ook een paar euro's om in de automaat te gooien om zo meteen de slagboom te
kunnen openen en het terrein te verlaten. Echter de parkeerkast was niet
dezelfde mening toegedaan. Nergens op het apparaat waren ingangetjes te vinden
waar ik het muntgeld in kon werpen. Waarna ik me letterlijk voor mijn kop sloeg
omdat ik het niet nodig had gevonden de pinpas mee te nemen. Ik kon wel door de
grond zakken. Domme ezel.
Er was op dat moment niemand in de buurt waar ik aan kon
vragen om mij uit de brand te helpen. En mijn dikke Nokia had ik ook maar
thuisgelaten, dus iemand bellen kon ik vergeten. Ik besloot terug het centrum
in te lopen om een welwillende kennis of een bekende te zoeken om te vragen
zijn/haar pinpas voor deze eigenwijze donder te trekken en voor de lezer te
houden. De onvermijdelijke bedenkelijke blikken zou ik graag voor lief
nemen.
Mijn voornemen was om enkel familie of een hele goede
bekende aan te spreken. Echter wanneer die niet ook besloten hadden om te gaan
winkelen, moest ik mijn eigenwaarde naar omlaag afstellen en de eerste de beste
dorpsgenoot aan zijn/haar jas trekken. Toen ik bijna wanhopig leek te worden,
ontwaarde ik tussen het winkelpubliek eindelijk een bekend gezicht: Eddy,
iemand die ik ken van onze voetbalclub. In gezelschap van zijn vrouw en
kinderen.
Mijn vooraf ingestudeerde uitleg van de sullige situatie
kwam er behoorlijk ongemakkelijk uit. En de bedenkelijke blikken kwamen er.
Gelukkig lachten ze me niet uit, maar bleken graag bereid om mij te helpen.
Zodat ik even later alsnog en vooral opgelucht het parkeerterrein kon verlaten.
Het bedrag terugbetalen hoefde niet. De goeierds.
Terug naar de trouwdag van onze zoon. Op het moment dat we
na de ceremonie het parkeerterrein bereiken, sta ik plotseling 'oog in oog' met
de parkeerautomaat. Dat ze tot mijn verrassing naar een hoek van het terrein
verbannen hebben. Ik realiseer me dat ik het kaartje niet bij me heb, dus zet
ik even flink de pas erin om het ding uit de auto te pakken. Ik hoor iemand nog
iets roepen, maar denk niet dat het voor mij bestemd is.
In de auto graait mijn hand naar het kaartje op het
dashboard. Het ligt niet op de plek waar ik het neergelegd heb en ook niet
elders in de wagen. G*dverd*mme! Ik haast me terug naar mijn gezelschap, in de
hoop dat Rian het misschien heeft. Als ik een nieuw sprintje in wil zetten,
blijken mijn vrouw, oudste zoon en zijn vriendin mij al bijgehaald te hebben.
De vriendin zwaait vrolijk lachend met in haar hand het gezochte kaartje.
Opgelucht (alweer) kijk ik haar vragend aan. 'Nou Jack, ik
riep je nog, maar je was al verdwenen', zegt ze met een big smile. 'En ja, ik
had het kaartje maar meegenomen, want jullie auto staat nu eenmaal niet
dichtbij die automaat. Wij hebben trouwens al betaald, dus we kunnen weg.'
Zwijgend geef ik haar een schouderklopje als van: Je bent een goeierd! En besef
maar weer eens dat ik iets te naïef gehandeld heb. Soms is het maar goed dat er
een beetje met mij meegedacht wordt.
Het is uiteindelijk een heerlijke trouwdag geworden. Mooi
weer, prachtige trouwlocatie (waar overigens mijn vader en moeder in 1958 ook
in het huwelijk traden), leuke ambtenaar van de Burgerlijke Stand, gezellig
feest met lieve mensen en, ook niet onbelangrijk, lekker eten.
Ter afsluiting wil ik nog zeggen dat Rian en ik na deze dag
een geweldige ervaring rijker zijn en vooral, waar wij beiden heel blij mee
zijn, een hele lieve schoondochter.