Jack Thomassen uit Drunen schrijft vele columns en korte verhalen. Voor Heusden.Nieuws zal hij ook in 2026 weer regelmatig een column schrijven over zijn belevenissen en met deze keer weer een nieuwe versie. Deze column gaat over 'Weet je wat je later wilt worden, Jackie?'
Toen het voor mij als 14-jarige zover was om een
beroepsopleiding te kiezen, was ik natuurlijk veel liever gitarist in een
glamrockband geworden, een filmster, of anders vervanger van de zanger van
Slade. Omdat ik destijds aardig hard kon sprinten, was ik lid geworden van de
Drunense Atletiek Klub, maar omdat er met atletiek nog lang geen droog brood te
verdienen viel, ging ik op voetballen. Want ik hoopte net zo goed als Johan
Neeskens (mijn nieuwe grote idool) te worden.
Helaas stonden de profclubs niet bepaald voor de poort van
onze voetbalclub te dringen om mijn handtekening onder een contract te laten
zetten, waarna een ernstig gesprek met mijn vader volgde. Na 2 brugklassen op
de LTS had ik dus nog geen enkel idee voor welke richting ik na die school een
vervolgopleiding wilde gaan doen. Zodoende had ons pa het plan opgepakt om mij
een beetje de 'metaalrichting' in te duwen, want bij zijn werkgever hadden ze
in de jaren '70 altijd personeel nodig. Een zekere en veilige toekomst als LIPS
scheepsschroevenmedewerker leek uitgestippeld.
De metaalopleiding bestond bij ons uit 3 vakken:
machinebankwerken, constructiebankwerken en…. LASSEN! Nou mensen, dat is echt
een vak apart hoor. Daar moet je voor in de wieg zijn gelegd, anders gaat het
zeker niet lukken. Zoals u weet komt er bij laswerk vrij veel warmte vrij
(lees: hitte van vuur). En met altijd wel een paar stuntmannen in de klas, ging
er weleens wat mis.
Zo zaten we met autogeen lassen met 4en om de kolom met
regelkranen heen. Ieder met de rug naar de kolom toe. Wanneer één van de
kunstenaars zijn brander te dicht bij het 'smeltbad' hield, kon je er donder op
zeggen dat de 2 aangrenzende lassers als gevolg van een harde knal de nodige
vuurvonkjes in hun nek kregen. "GVD!" Geloof maar dat je je dan kapot
schrok, hoor. (Er waren zelfs rotzakjes bij die dit regelmatig expres deden.)
Daarnaast kon je ook elektrisch lassen. Door gebruik te
maken van elektriciteit, kon je 2 stukken plaatijzer aan elkaar verbinden, door
op de 'naad' zo'n lange pin (laselektrode) te laten versmelten. Ook hierbij
kwam af en toe het nodige vuurwerk aan te pas. Maar omdat je bij deze manier
van lassen afgeschermd in een lascabine (lijkt op een stemhokje) stond te
werken, had de buurman geen last van jouw spetterende vuurvonken.
Nee, de enige die je met die lasspetters kon treffen, was je
eigenste zelf. Gelukkig was daar iets op verzonnen. Bij elektrisch lassen moest
je een overall aan en een leren lasschort. Dat volstond wel. Toch waren er
altijd wel een paar die eigenwijs bleken en liever een stofjas wilden dragen.
Zoals bijvoorbeeld een Waalwijkse leerling, die bleef hardnekkig weigeren zo'n
overall aan te schaffen.
Ondanks dat leraar Schumacher hem regelmatig gewaarschuwd
had, gebeurde een keer het onvermijdelijke. Op een kwade maandag viel toen zijn
soulbroek (lange broek met wijd uitlopende pijpen van onderen) zonder dat hij
er erg in had, ten prooi aan de kleine vuurvonken. Terwijl de jongen
nietsvermoedend in zijn cabine zat te 'braaien', begon er langzaam een gat in
één van zijn broekspijpen te schroeien! En toen hij eindelijk argwaan kreeg,
"Godverdomme, man! Ik sta in de fik, hiero!", zat er inmiddels een
gat in zijn broek, zo groot als een flinke Wienerschnitzel.
U begrijpt, dat was hilariteit in de klas. En dat al op
maandag! De pechvogel deed vervolgens zijn beklag bij de leraar: "Aaah,
moete nou es kijken, meneer! Deze broek heb ik zaterdag nieuwt gekocht. Hij
kostte maar liefst 100 gulden! Hoe moet dat nou?" Tsja, dat was wel een
beetje sneu voor hem. Want de school ging die broek natuurlijk niet vergoedden.
Hij was immers meerdere malen op het gevaar gewezen. Eigen schuld, dikke…
kapotte broek.
Een paar jaar later kwam ik die gedupeerde klasgenoot nog
eens tegen. Bij de bushaltes langs de ingang van het station in Den Bosch. We
raakten aan de praat. Niet over het verbrandde-broek-incident. Nee gewoon,
benieuwd naar welke school we na de LTS gingen. Of misschien wel meteen bij een
werkgever waren begonnen. Blijkbaar had hij het over een heel andere boeg
gegooid. Hij was die dag niet zomaar in onze provinciehoofdstad. Op de aldaar
gevestigde MTS volgde hij een opleiding technisch tekenen. Goed van hem, vond
ik.
"Zeg eens", vroeg ik plagerig. "Dus
uiteindelijk toch geen metaalrichting voor jou?" Daar moest hij om lachen.
"Nee, joh. We waren 13 of 14 jaar, toen we die keuze moesten maken. De
meeste kinderen weten dan toch nog niet echt wat ze later willen worden? Het
was een leuke tijd, maar de metaal is niks voor mij."
Wijselijk hield ik mijn mond en knikte begrijpend. Want dat
laatste vermoedde ik eigenlijk eerder op die Lagere Technische School al. En
dhr. Schumacher, onze leraar lassen? Hahaha. Ja, die zeer waarschijnlijk ook.