Historisch Heusden: ‘De Groote Brug’ bij Heusden

Foto: SALHA

Een nieuwe Aflevering van Historisch Heusden geschreven door Bart Beaard en deze keer gaat het over ‘De Groote Brug’ bij Heusden

Na de Ramp van Nieuwkuijk in 1880, als de gehele regio voor de zoveelste keer onder water komt te staan, wordt duidelijk dat drastische maatregelen moeten worden genomen. Uiteindelijk resulteert  deze ramp in een enorm waterbouwkundig project dat in Nederland nog nergens is vertoond: de scheiding van Maas en Waal en de vorming van een nieuwe Maasmond. Nabij Well wordt een nieuwe rivier gegraven richting De Amer bij Geertruidenberg en vandaar is de naam vanaf 30 mei 1906 Bergsche Maas. Op 26 januari 1883 wordt de wet in de Tweede Kamer aangenomen. Een bijzonder kleine wet, met maar één artikel. In het derde en laatste lid ervan wordt melding gemaakt van de werken noodzakelijk tot “herstel van de gemeenschap over de nieuwe rivier nabij Heusden”. Landbouwgronden worden door de nieuwe rivier doorsneden en verdelen dit land in een noordelijke en zuidelijke kant met een breed water als nieuwe hindernis.

Veren
Het herstel van de gemeenschap wordt mogelijk gemaakt door het inzetten van veren. Zo worden deze niet alleen geprojecteerd tussen Dussen en Capelle, Drongelen en Waalwijk, Herpt en Berne, maar eveneens tussen Heusden en Wijk en Aalburg. Stoombootveren zullen de verbinding, tussen het Bovenland van Heusden (Oudheusden, Elshout, Herpt, Luttelherpt en Hedikhuizen) en het Benedenland van Heusden (Eethen, Genderen, Aalburg, Wijk) met het Land van Altena gaan vormen. Hele discussies worden hieraan gewijd, want wat is uiteindelijk een afdoende “herstel van de gemeenschap”? De veerboten alleen worden toch als volstrekt onvoldoende gekenmerkt. Vooral Heusden voelt zich steeds meer losgemaakt van de regio waarvan het stadje historisch de hoofdplaats is. Veelvuldig is het verkeer dat over de Maasdijk ongehinderd langs de dode Maasarm Aalburg en Wijk kan bereiken. Het vele verkeer vanaf Gorinchem en Sleeuwijk naar Den Bosch gaat over de Maasdijk naar Heusden. Reeds in 1881, dus ruim voor het aannemen van het wetsontwerp, hebben de besturen van de 94 waterschappen in het Land van  Heusden en Altena en de Langstraat gepleit voor het realiseren van twee vaste overgangen over de nieuwe rivier. Eén bij Heusden en één bij Keizersveer. In Den  Haag  is men niet van plan snel toe te geven. Het bouwen van bruggen is een flinke kostenpost. Overigens komen er mogelijkheden de streek te bereiken over de Andelse sluis en over een brug van het Land van Heusden naar de Bommelerwaard, de `Eilandse brug’. Men acht de bouw van deze bruggen voldoende  en het idee van meerdere bruggen wordt “als een zeer overdreven eisch” terzijde geschoven.

Vechten
De Heusdense gemeenteraad komt dan in actie. In augustus 1883 schrijft de raad een harde brief over de vaste oeververbindingen naar Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant. Later volgen soortgelijke  brieven van fabrikanten, neringdoenden, grondeigenaren en landbouwers. De gemeente Heusden laat zelfs bij drukkerij H. Wuijster een boekje drukken met de titel ‘OVERBRUGGING TE HEUSDEN van de nieuwe  rivier. Een vraagpunt in verband met de wet tot verkrijging van den Maasmond’. Cijfermatig wordt hierin aangetoond van welk een groot belang die vaste oeververbinding is. In Heusden blijft men vechten voor een brug. “Onze gemeente en deze  streek zullen wel de eenige zijn, waar een veer wordt gegeven en een weg wordt ontnomen. In den tijd waarin Rotterdam zich met een brug over de Maas aan Feijenoord zag verbinden en bruggen over den IJssel bij Kampen en Deventer en van de Hoeksche Waard naar IJsselmonde en Rotterdam gebouwd zijn of verrijzen zullen met medewerking van den Staat.” Vooral het uit Gorinchem afkomstige Tweede Kamerlid H. Seret komt op voor de Heusdense zaak. Bij de beraadslagingen in de Kamer op 22 december 1885 dient hij een amendement in om de brug bij Heusden voor elkaar te krijgen. “Het zou niet alleen onbillijk en onrechtvaardig zijn om aan Heusden de brug te onthouden, maar het ware ook een wreede dood, want het zou gelijkstaan met het losrukken van den zuigeling van ’s moeders borst. Wanneer Heusden zijn brug niet krijgt, dan zal het geheele land van Altena, die schoone, vruchtbare streek ter grootte van 20.000 ha., met zijne 21.000  inwoners, gedoemd zijn tot een staat van isolement en aan het grijze Heusden den genadeslag gegeven worden”. In de stemverhouding 45 voor en 21 tegen wordt het amendement aangenomen. Seret en Honcoop krijgen beiden een gouden penning met de voorstelling van een overbrugde Maas.

Waalwijk
Ook de gemeente Waalwijk zit niet stil. Een brug tussen Drongelen en Waalwijk zou de uitkomst bieden. Pas in 1891 gaat Waalwijk ijveren voor deze brug en daarmee is men veel te laat. Zwaar leggen zij het accent op Waalwijks betekenis als centrum van de Langstraat en de vestiging daar van de Kamer van Koophandel. Het  pleit is dan al lang in het voordeel van Heusden beslist. De werkzaamheden zijn trouwens al begonnen. De rol van burgemeester Pieter Laurens Honcoop van Heusden is groot geweest. Nog weten de ouderen in Heusden te vertellen dat hij het is geweest die, op dagen dat verkeerstellingen op de dijk naar Wijk en Aalburg en omgekeerd worden gehouden, de bevolking de weg naar Wijk opstuurt. Die tellingen zijn het uitgangspunt geweest voor de keuze van een brug bij Heusden. Veel verkeer van Waalwijk naar Drongelen is er immers niet. Terecht krijgt de brug de naam van ‘De Groote Brug’ bij Heusden.

De brug wordt gebouwd
De brug is dan in de gemeente Heesbeen gelegen, heeft 9 vaste overspanningen waarvan 2 over het zomerbed en 7 over de noordelijke uiterwaarden. Bij die 7 heeft men er rekening mee gehouden dat er hooiwagens van 4 meter hoog onderdoor kunnen rijden. De landhoofden en de pijlers zijn op het droge gebouwd. De brug is 537,56 m. lang en de breedte tussen de leuningen is 6,50 m. De overspanning tussen stroom – en oeverpijler is 110 meter. De rijweg bestaat uit twee lagen hout. De kosten zijn fl. 593.127,17 geweest. De bouw van de brug is een Belgische  aangelegenheid omdat het SIEMENS-MARTIN vloeiijzer en het welijzer uit België komen. Dat ijzer is in de fabriek in Charleroi op maat gemaakt, per trein naar Dordrecht vervoerd en vervolgens per schip naar Heusden. De ijzeren bovenbouw is op 12 december 1894 aanbesteed aan Société Anonyme de Construction La Métallurgique in Brussel. In 1898 is de brug zo ver dat ze getest kan worden, maar het duurt tot 1 maart 1904 voordat ze voor het verkeer opengesteld wordt. Op 18 augustus 1904, de dag dat de Maasmondwerkzaamheden zijn opgeleverd, is ook de brug door Koningin Wilhelmina en haar gemaal Prins Hendrik geopend.

Bart Beaard

Afbeelding van de voorzijde van een boek, dat in 1883 door Gemeente Heusden is uitgegeven.  Collectie SALHA.

‘De Groote Brug’ bij Heusden in aanbouw. Collectie SALHA

Portret van Pieter Laurens Honcoop, burgemeester van Heusden, in ambtskostuum. Foto Ad Hartjes.

 

Reacties