Historisch Heusden: Vlijmense granaatmanden voor de bezetter

Foto: Nico de Bont

Een nieuwe Aflevering van Historisch Heusden geschreven door Bart Beaard en deze keer gaat deze aflevering Vlijmense granaatmanden voor de bezetter. Gedurende de Tweede Wereldoorlog worden mandenmakers uit Vlijmen en omgeving door de bezetter gedwongen om granaatmanden te maken.

Deze manden worden gebruikt om granaten vanaf de munitiewagens naar de veldkanonnen te dragen en ze dienen om beschadigingen eraan te voorkomen. De productie omvat honderdduizenden granaatmanden en de productie is ook veelvuldig gebruikt voor het ontlopen van de Arbeitseinsatz, het gedwongen werken van jonge mannen in Duitse fabrieken.

De mandennijverheid herleeft
Vanaf het begin van 1940 komt er ineens een grote vraag naar manden. Eerst vanuit Engeland, later vanuit Duitsland. De oorzaak hiervan ligt èn aan de oorlogssituatie èn aan het gebrek aan gezaagd hout voor verpakkingskisten. In door de bezetter toegestane kranten van 2 en 3 mei 1941 staat vermeld: “Mandenindustrie draait op volle capaciteit”  en in de kranten van 22 september 1941 wordt geschreven: “De mandenindustrie rond ’s-Hertogenbosch, die reeds jaren lang een kwijnend bestaan heeft geleid, is thans geheel opgeleefd. De vraag naar manden van allerlei soort is mede door het uitvallen van houten verpakkingsmateriaal belangrijk toegenomen en alle bedrijven in Vlijmen, Ammerzoden, Kerkdriel, e.a. draaien op volle toeren. Ook de arbeiderslonen hebben een belangrijke verbetering ondergaan. Vroeger verdiende een mandenmaker f10 tot f15 per week, tegen thans f20 tot f25.”

Granaatmanden
In het begin van 1942 zijn er in opdracht van de bezetter lijsten opgesteld van mandenmakerijen die granaatmanden kunnen maken. De Duitsers willen de mandennijverheid massaal inzetten voor de oorlogsproductie. De mandenmakers willen dat niet. Een groep collega-mandenmakers, waaronder Harrie Verboord van “M. Verboord Manden & Teenhout” in Vlijmen en Pieter Prinsen van “Prinsen & Van Halder Bros” in Haarsteeg, zijn voor een gesprek in Den Haag uitgenodigd. Ze gaan gezamenlijk met de trein, waarin de besprekingsstrategie nog eens wordt doorgesproken. Het belangrijkste argument: “De granaatmanden zijn zo specifiek toegesneden op “fijnwerkers”, dat de doorsnee van de mandenmakers er niet mee uit de voeten zal kunnen. Zoals bij flessenmanden moet om een mal gewerkt worden. Ze zijn immers grof mandenwerk gewend. De grovelijke, dikke en eeltige handen belemmeren immers zo’n fijn werk als het granaatmandje nu eenmaal vergt. Waarom dan nu zoveel mandenmakers gaan om- en overschakelen met zoveel productieverlies, als er hier toch al heel wat pak- en aardappelmanden voor Duitsland worden gemaakt? Maar ook: We gaan toch de Duitsers niet helpen….”

De “zware” bezetting achter de bestuurstafel maakt indruk….! Namens de regering is aanwezig het Ministerie van Landbouw en Visserij i.c. het Rijksbureau voor de Voedselvoorziening in Oorlogstijd, resp. de Akkerbouwcentrale, resp. het Bedrijfschap voor Griend en Riet. En dan een drietal hoge Duitse pieten met blinkende kruizen op de kragen en sterren op de schouders. De voorzitter zet de doelstelling van de bijeenkomst uiteen: “Kunnen en willen de mandenmakers, verenigd in de Vakgroep Griend- en Rietverwerkende Industrie, meewerken aan de productie van granaatmanden?”.

De mandenmakers verweren met verve en overtuiging. Dan komt plotseling de ware bedoeling aan het licht! “Heren, U moet goed begrijpen, dat de granaatmanden gemaakt moeten worden. Als u daartoe niet bereid bent of in staat bent, zullen de mandenmakers naar Duitsland worden gestuurd om daar omgeschoold te worden en daar de manden te maken. Het teenhout zullen we hier vorderen en naar Duitsland sturen”. Onder die druk en die dwang is er geen keus overgebleven! Als eenmaal de productie van de granaatmanden op gang gekomen is, zwakken de bezwaren af. Het stukloon is ruim vastgesteld, het is “goed werk”.

April-meistaking van 1943
Op die dag moeten in Vlijmen een tiental wagons met granaatmanden geladen worden. In verhouding tot het productievolume zijn de wagons aan de verschillende mandenmakerijen toebedeeld. Er is echter niets geladen. Om een uur of tien komt controleur A. Asjes. Hij eist dat onmiddellijk met belading zal worden begonnen en als er om 2 uur nog niets geladen is, zal hij de Duitse instantie verwittigen. De uitvlucht dat het paard van Tinus Mommersteeg, dat steeds gebruikt mag worden om met de platte wagen de mandjes naar het station te brengen, ziek is, wordt resoluut afgewezen: “Hoe jullie de manden in de wagon krijgen interesseert me niet. Dan moet je ze maar dragen…. maar geladen zullen ze worden….!” De mandenmakers en damwerkers zijn die dag gewoon thuis gebleven. Na de middag hebben de broers Jan en Harrie Verboord met de handkar twee keer “gereden” en zijn er honderd mandjes in één wagon geladen, in plaats van 18.000 in tien wagons. Asjes ziet zijn dreiging in rook opgaan….

Beschietingen
Op 15 augustus 1944 wordt op de Venkantbrug een transport beschoten door Engelse jagers. De 19-jarige Bosschenaar Ad van Lier komt hierbij om het leven. De laatste granaatmanden worden geladen vlak vóór Dolle Dinsdag op 5 september 1944. Na langdurige beschietingen met Engelse granaten worden verschillende wagons beschadigd, maar er is geen brand uitgebroken. Door het snelle oprukken van de geallieerde legers is de trein niet meer vertrokken en de Vlijmense bedrijven “mogen” de manden later weer terughalen om de wagons weer leeg ter beschikking van de spoorwegen te kunnen stellen.

Piet van Oijen vertelt:
“Wij zijn onder de draad van het Staatsspoor doorgekropen, die onze tuin afsluit en zijn over het land gegaan, recht naar het draaiveld van de spoorwegen. Heel de weg is bezaaid met granaatmandjes, die uit de elf wagons zijn gehaald, die op zondag 17 september door de Engelse jagers zijn beschoten. Tussen haakjes: de elf wagons moesten 15 september met de goederentrein worden verzonden, maar door de vele beschietingen van de laatste dagen zijn ze blijven staan. Later hebben de moffen de assen van deze wagons laten springen, zodat ze niet meer weg kunnen. De mandenmakers hebben toen nog geluk gehad, want na de bevrijding zijn de mandjes als bloemenmandjes naar Den Bosch en elders gegaan.

Nadien
Wanneer de oorlog voorbij is ligt er o.a. bij Prinsen & Van Halder Bros in Haarsteeg nog een voorraad van 4700 granaatmanden en grondstoffen voor meer dan 60.000 manden.

Bart Beaard

Een sFH18 Howitzer veldkanon met links de granaten en rechts de lege granaatmanden. Collectie Bart Beaard

Een Vlijmense granaatmand en een houten replica van de bijbehorende granaat. Van de granaat is de diameter 15 cm en de hoogte 85 cm. Foto Ad Hartjes

Vanaf spoorwegstation Vlijmen zijn de transporten met granaatmanden richting ’s-Bosch gegaan. Collectie Nico de Bont

Begin de dag met het nieuws uit je gemeente met de gratis Nieuwsbrief. KLIK HIER en meld je aan. Aanvoerder van het lokale nieuws.

< Volg HeusdenNieuws ook via Facebook
< Wist u dat wij iedere morgen meer dan 2500 nieuwsbrieven verzenden
< Wist u dat wij iedere dag meer dan 10.000 bezoekers hebben op onze website
< Adverteren op Heusden.Nieuws.nl stuur een mail

 

Reacties