Historisch Heusden: De Heusdense familie Wassen Klokkenmakers, stadsklokkenisten en zouaven

Foto: Nieuwsblad

Een nieuwe Aflevering van Historisch Heusden geschreven door Bart Beaard en deze keer gaat het in deel 105 van Historisch Heusden over De Heusdense familie Wassen Klokkenmakers, stadsklokkenisten en zouaven. Op 20 februari 1830 vestigt Leonardus Wassen zich als Stads Horloge- en Klokkenmaker in Heusden in het pand, nu Botermarkt 11.

Leonardus is in 1799 geboren in Steinkirchen (D) vlakbij het Limburgse Posterholt. In het jaar van vestiging in Heusden is hij getrouwd met Johanna Hoppenbrouwers (1804-1881), geboren in Oirschot. Het echtpaar krijgt acht kinderen: Hendrikus (1834-1899), Johannes (1836-1922), Jacobus (1838-1904), Leonardus (1840-1911), Josephus (1843-1922), Antonius (1845-1920), Helena (1848-1917) en Maria (1850-1934).

Afscheid van stadsklokkenist Wassen. V.l.n.r. Nardje Wassen, NSB-burgemeester Alfred Thomaes, Harry Pol en Jan van Laarhoven

Horlogemakers
In Heusden heeft Leonardus zijn winkel en werkplaats voor de verkoop en reparatie van klokken, wekkers en horloges. Er worden bid- en heiligenprentjes en religieuze kunst verkocht. In 1836 benoemt de Gemeente Heusden hem tot stadsklokkenist. Dat houdt in dat het torenuurwerk en het speelwerk van het carillon aan zijn dagelijkse zorg wordt toevertrouwd. Dat is een hele klus vanwege de slechte technische staat waarin het carillon zich bevindt.  Dagelijks moet de toren beklommen worden om het uurwerk op te winden. Na het overlijden van vader in 1853 heeft de 19-jarige zoon Hendrikus het werk als stadsklokkenist overgenomen. In de loop der tijd zijn de broers Jacobus en Leonardus jr. ook klokken- en horlogemaker geworden.

Het Nieuwsblad schrijft op 24.8.1868:
‘Te Heusden heeft het stadsklokkenspel, waarvan het air eens in het jaar, den 1 Juli, veranderd wordt, eene kleine patriottische beweging doen ontstaan. De stadsklokkenist, die waarschijnlijk een aanbidder van de Duitsche muziek is, heeft zich veroorloofd, den jongst verloopen 1 Juli het lied ‘Was ist des Deutschen Vaterland’ daarop te zetten, hetwelk zulk eene verontwaardiging verwekte, dat burgemeester en wethouders, die anders den klokkenist naar goedvinden te werk laten gaan, hem nu gelastten dat odieuse air door een ander te vervangen, gelijk ook den 1 Juli geschiedde. En daarmede keerde de rust binnen de wallen van Heusden terug.’ Op eervolle wijze heeft Leonardus jr., ongehuwd gebleven, het werk in 1911 overgedragen aan Nardje Wassen, een zoon van broer Antonius.

Zouaven
Wanneer Paus Pius IX in 1866 een oproep doet aan alle katholieke jonge mannen om in zijn leger te komen en te strijden tegen de Italiaanse vrijheidsstrijders melden zich Leonardus en Antonius. De eerstgenoemde  heeft in het pauselijk leger gediend in de periode 29.12.1866 tot 31.12.1868. Hij heeft meegedaan aan de gewonnen Slag van Mentana en heeft daarvoor de onderscheiding Fidei et Virtuti ofwel het Mentanakruis ontvangen. Koning Willem III heeft op 17 februari 1869 hem vergunning verleend tot het aannemen en het dragen van dit kruis, dat hem door Z. H. de Paus geschonken is. Die toestemming is nodig geweest omdat hij in het leger van een vreemde mogendheid gediend heeft en zodoende zijn Nederlanderschap is kwijtgeraakt. Antonius heeft in het leger gediend in de periode 23.11.1867 tot 2.12.1969. Beiden hebben in 1891 nog de Bene Merenti medaille van paus Leo XIII ontvangen.

Nardje Wassen, de stadsklokkenist

Nardje Wassen
Leonardus is een zoon van Antonius, de voormalige zouaaf, en Adriana van der Velden (1850-1878) en is op 6 maart 1877 in Gorinchem geboren. Zijn vader is er bakker. Enkele maanden na zijn geboorte overlijdt zijn moeder. Hij is toen in Heusden opgevangen en aanvankelijk grootgebracht door zijn oma Johanna en later door tante Maria en oom Leonardus. Leonardus is in Heusden gebleven en wordt er bekend als Nardje. Ook hij wordt klokkenmaker en in 1911 neemt hij de taak van stadsklokkenist over van zijn oom Leonardus, die in dat jaar is overleden.

Voortaan beklimt hij iedere morgen klokslag half negen met zijn pijp in de mond de trappen van het stadhuis, om met lust zijn dagelijks werk te verrichten en het uurwerk op te winden.  Als een vakman inspecteert hij het uur- en speelwerk en verricht zo nodig reparaties. Voor het speelwerk heeft hij soms de hulp nodig van Addinks uit Amsterdam, de leverancier van het carillon. Zijn handel in de winkel en werkplaats wordt geleidelijk uitgebreid met boeken, kranten, goud- en zilverwerk, trouwringen, medailles, prijsbekers en aangevuld met het benodigde graveerwerk.

In het Heusdense verenigingsleven is hij heel actief; bibliothecaris van de R.K. leesbibliotheek, broedermeester van Processie Heusden-Kevelaer, lid van toneelvereniging ‘Kunst & Vermaak’. Gemeente Heusden verhoogt in 1941 zijn jaar wedde met ƒ 25,- naar ƒ100,-.

De oorlogsperiode
In januari van het bezettingsjaar 1943 gaat Nardje met pensioen. Hij heeft dat werk dan vanaf 1911 gedaan en zijn familie ononderbroken vanaf 1836. Op de eerste dag van het jaar gaat hij naar het stadhuis om de sleutel van de toren in te leveren en afscheid te nemen.

In het pand, nu Botermarkt 11, woonde vanaf 1830 tot 1962 familieleden Wassen

‘Leg de sleutel daar maar neer’, deelt hem een eigendunkelijke ambtenaar hardvochtig toe, toen Nardje zich voor zijn “abdicatie” aan de balie kwam melden. Hij heeft zich boos en verdrietig omgekeerd. Dat was zó toch geen manier!…
Enkele Heusdenaren komen achter deze wijze van afscheid nemen en vormen meteen een klein comité dat vervolgens een spontaan afscheidsfeest organiseert. Op zaterdag 16 januari wordt het feest in de raadszaal van het stadhuis gehouden. Namens het gemeentebestuur wordt hij door NSB-burgemeester Thomaes gehuldigd en hij benoemt hem tot ereburger van Heusden. Tevens verzoekt hij de heer Wassen zijn naam te plaatsen in het ‘Gulden Poortersboek,’ waardoor dit feit ook voor de geschiedenis bewaard zal worden.  Het afscheid groeit in de stad uit tot een waar feest van de gemeenschap.

Tragisch is het voor hem als in de nacht van 4 op 5 november 1944 het stadhuis door de Duitsers wordt opgeblazen, waarbij 134 voor hem bekende Heusdenaren om het leven komen. Boven op het puin van het verwoeste stadhuis ligt zijn klokkentoren met uurwerk en carillon.

Op 19 december 1944 raken F. Gijselhart, dhr. Gielens en L. Wassen gewond door Duitse beschietingen, waarna zij vervoerd worden naar het ziekenhuis in ‘s-Hertogenbosch. Kort na aankomst overlijdt de 21-jarige Gijselhart aan zijn verwondingen. Enkele dagen later moeten alle Heusdenaren evacueren naar elders.

Jacobushof
Om over Nardje’s levensloop volledig te zijn: Hij verhuist op 1 oktober 1962 naar het bejaardenhuis ‘Jacobushof’ te Drunen, waar hij op 29 juni 1971 – ruim 94 jaar oud – is overleden.

Bart Beaard

Begin de dag met het nieuws uit je gemeente met de gratis Nieuwsbrief. KLIK HIER en meld je aan. Aanvoerder van het lokale nieuws.

< Kijk hier voor agenda
< Volg HeusdenNieuws ook via
Facebook
< Wist u dat wij iedere morgen meer dan 3750 nieuwsbrieven verzenden
< Wist u dat wij iedere dag meer dan 10.000 bezoekers hebben op onze website
< Adverteren op Heusden.Nieuws.nl stuur een
mail

 

 

 

Reacties

Cookieinstellingen