Historisch Heusden: Hulten: een straat, een buurtschap, een leengoed

19 jun , 8:30Historisch Heusden
276.2a P
Bart Beaard
Een nieuwe Aflevering van Historisch Heusden geschreven door Bart Beaard en deze keer gaat het in deel 250 van Historisch Heusden over Hulten: een straat, een buurtschap, een leengoed. Hulten is nu een Drunens buurtschap die begrensd wordt door de Grotestraat tussen de Duinweg en de Admiraalsweg-Dillenburgstraat, de Hogeweg en de westzijde van de Lipsstraat vanaf de Hogeweg tot de Grotestraat.
Kenmerkend voor de buurtschap is dat zij, mede door de nieuwe straten Hulten en De Braken uit 2005, volledig is volgebouwd. Rond 1831, toen de kadastrale gegevens werden vastgelegd, zag dit gebied er heel anders uit. In de buurtschap stond aan de ‘Weg van Waalwijk naar ’s-Bosch’ slechts één boerderij uit 1780, nu Grotestraat 133. Vóór de Bataafse Republiek in 1795 was Hulten een leengoed, een stuk grond dat iemand in de middeleeuwen in leen kreeg van een hogere heer. Het leengoed Hulten behoorde tot de heerlijkheid ‘Oudheusden, Elshout en Hulten’. Het was een omstreeks 300 meter smalle strook, vanaf de Scheiloop in Elshout tot De Klinkert boven Giersbergen en westelijk van de ‘Weg van Elshout naar de Heide’. De naam Hulten is oud. Rond het jaar 1300 komt de naam al in de archieven voor, zij het in de vorm Holten. Volgens deskundigen is de naam verwant aan ‘holte’ of het dialectwoord ‘heulte’. Van een zeer oneffen en hobbelig terrein.
Foto Links: Het Leengoed van Hulten: detail uit ‘Kaart figuratief van Bataafsch Braband, 1794’; samengesteld door cartograaf Hendrik Verhees. Collectie BHIC.
Foto Midden: 
Met de zandtram werd wit zand vanaf De Braken in Drunen naar bouwplaatsen in ’s-Hertogenbosch gebracht. Collectie Nico de Bont.
Foto Rechts: Cees van Loon exploiteerde op Hulten jarenlang een grote winkel in rijwielen en ijzerwaren met daarnaast een benzinepomp. Sinds omstreeks 1985 is op deze locatie restaurant De Chinese Muur gevestigd. Collectie Bart Beaard
De heerlijkheden
‘De hoge en lage heerlijkheid en schoutambt in de parochie, dorp en ban (rechtsdistrict) van Oudheusden werd op 29 oktober 1498 door Philips de Schone (1482-1506), als graaf van Holland, aan Jan van Outheusden Woutersz. verkocht’. Hierbij ging het om de lage, middelbare en hogere rechten van de afgezonderde heerlijkheid ‘Oudheusden, Elshout en Hulten’. Sindsdien bleef het bezit van deze rechten tot de Franse tijd bij de nazaten. In de middeleeuwen beschikten adellijke families over heerlijkheden: gebieden waarover zij bepaalde rechten hadden en waaruit zij inkomsten verkregen. Veelvoorkomende rechten waren het kooirecht, jachtrecht, tolrecht en visrecht. In onze omgeving kenden we de heerlijkheid Drunen, gelegen in het Hertogdom Brabant, en de heerlijkheid Oudheusden, Elshout en Hulten, in het graafschap Holland. Tijdens de Franse tijd kwamen deze heerlijkheden te vervallen en werden gemeenten gevormd. In 1810 bestonden de gemeente Drunen en de gemeente Oudheusden, Elshout en Hulten naast elkaar. Bij de gemeentelijke herindeling van 1821 werd het leengoed Hulten toegevoegd aan de gemeente Drunen. De rechten van de heerlijkheden vervielen grotendeels. Alleen het jachtrecht bleef en Antonie Verhoeven (1847-1893), de laatste Heer, verkreeg van zijn oudtante Maria Josepha Clara Bax (1810-1885) in 1883 als laatste dit recht.
Parochies
Vóór de Franse tijd, toen de heerlijkheden nog bestonden, vielen de parochiegrenzen grotendeels samen met de grenzen van de heerlijkheden. Zo bestond de parochie Drunen met daarnaast de parochie Oudheusden, Elshout en Hulten. Van deze laatste parochie bezaten de Norbertijnen of ‘witheren’ van de abdij van Berne sinds 1285 het patronaatsrecht, het rechts om een pastoor te benoemen. Toen Hulten in 1824 bestuurlijk bij de gemeente Drunen werd gevoegd, bleef de parochie-indeling ongewijzigd. Dit duurde tot 30 januari 1950. De inwoners van buurtschap Hulten gingen dus tot dat jaar in Elshout naar de kerk.
Hult en Bult
Leengoed Hulten had een glooiend landschap van zandgronden dat in de ijstijd ontstaan was door een meanderende Maas. Later vormde zich door vegetatie een laag hoogveen. Vanaf de 12e eeuw werd dit hoogveen afgegraven in smalle stroken vanaf de Scheiloop. Aan het begin van de 19e eeuw waren deze percelen nog duidelijk zichtbaar. Ze liepen vanaf de huidige Grotestraat tot aan de Scheidingstraat en hadden ieder een lengte van ruim een kilometer. De huidige Hogeweg was destijds een onverhard karrenspoor, bekend als ‘Het Pad langs de Braken’, kortweg het ‘Brakenpad’. ‘Braken’ verwees naar hoger gelegen grond — een zandrug of bult — waarop in die tijd vrijwel alleen rogge en haver wilden groeien. De Braken vormde dus een hoger gelegen gebied, ruwweg tussen het Brakenpad en het Naulandsepad (ter hoogte van de huidige Prins Hendrikstraat). De gronden ten noorden van het Naulandsepad, de zogenoemde Naulanden, lagen lager en waren van aanzienlijk betere kwaliteit. Ten zuiden van de buurtschap Hulten lag de Dwerg, een natuurlijke sloot die slingerde en uitkwam op de ‘Weg van Elshout naar de Heide’, nu Duinweg, ter hoogte van de weg door het Zwaluwenmoer. Ook rondom de Dwerg was de grond veel lager gelegen en daardoor zeer goed van kwaliteit. De buurtschap Hulten lag in die laagte, vandaar waarschijnlijk de vroegere naam ‘Holten’, wat via het dialect ‘Heulte’  en nadien ‘Hulten’ werd. Met recht kunnen we dus spreken over ‘Hult en Bult.
Naar het zuiden doorsneed het leengoed Hulten de buurtschap Sempke, de Heidijk, de Overlaat met de Loonse Turfvaart en kwam tot het heidegebied Klinkert. In buurtschap Sempke begon de bebouwing omstreeks 1800. Door voortgaande woningbouw verdween de oorspronkelijke buurtschap en werd omstreeks 1975 de Beethovenlaan.   
Afgraven
In de buurtschap Hulten bevond zich de tramremise. De trams reden tot 1937 voor personen- en goederenvervoer. Daarna werden de locomotieven en goederenwagons nog voor zandtransport ingezet om de Braken af te graven, d.w.z. uit te lagen, in het dialect ‘uit te legen’. Eerst werd er zwarte grond, de teellaag, afgehaald en opzij gelegd, daarna werd het bruine en gele zand afgegraven tot een diepte van 80 tot 125 centimeter en op de wagons geladen. Vanaf de tramremise begon men te graven. Telkens werden er rails bijgelegd en baan voor baan werd zo de hele Braken afgegraven. Dit zand werd met de tram vervoerd naar ’s-Hertogenbosch; hierop is later een kazerne, nu Koning Willem I College, gebouwd. Daarnaast is grond gebruikt voor ophoging van het uitbreidingsplan Deuteren.
Bedrijvigheid
De bedrijvigheid in de buurtschap nam vanaf 1896 toe na de komst van genoemde tramremise en café Brok-Klerks, tegenwoordig bekend als De Remise. Daarnaast vestigden zich in de onmiddellijke nabijheid van de tramhalte diverse boerderijen en bedrijven, waaronder de schoenfabrieken Black Rose, DéWé, Helioform, Hollandia, Lady’s Joy, Marion, Otheli en The Erin, evenals Cambreurfabriek Holland en Lederwarenfabriek Cales. Ook kwamen er verschillende winkels, zoals slagerij Thies de Gouw, kruidenier Reintje de Gouw, Jan van Loon met huishoudelijke artikelen, Cees van Loon met rijwielen en ijzerwaren, de gezusters Pulles met een textielzaak, Lientje van Sambeek met een tabakswinkel, Bart de Wit met verf en behang en bakker Jan IJpelaar.
Bart Beaard
loading

Loading articles...

Loading