Een nieuwe Aflevering van Historisch Heusden geschreven door Bart Beaard en deze keer gaat het in deel 218 van Historisch Heusden over Vlijmense granaatmanden voor de bezetter. Gedurende de Tweede Wereldoorlog worden mandenmakers uit Vlijmen en omgeving door de bezetter gedwongen om granaatmanden te maken.
Deze manden worden gebruikt om granaten vanaf de munitiewagens naar de veldkanonnen te dragen en ze dienen ook om beschadigingen eraan te voorkomen. De productie omvat honderdduizenden granaatmanden. Het maken van de manden is ook veelvuldig gebruikt voor het ontlopen van de Arbeitseinsatz, het gedwongen werken van jonge mannen in de Duitse oorlogsindustrie.
De mandennijverheid
herleeft
Vanaf
begin 1940 groeit plotseling de vraag naar manden. Eerst vanuit Engeland, later
vanuit Duitsland. De oorzaak hiervan ligt èn aan de oorlogssituatie èn aan het
gebrek aan gezaagd hout voor verpakkingskisten. In de door de bezetter
toegestane kranten van 2 en 3 mei 1941 staat vermeld: ’Mandenindustrie draait
op volle capaciteit’ en in de kranten van 22 september 1941 wordt geschreven: ‘De
mandenindustrie rond ’s-Hertogenbosch, die reeds jaren lang een kwijnend
bestaan heeft geleid, is thans geheel opgeleefd. De vraag naar manden van
allerlei soort is mede door het uitvallen van houten verpakkingsmateriaal
belangrijk toegenomen en alle bedrijven in Vlijmen, Ammerzoden, Kerkdriel, e.a.
draaien op volle toeren. Ook de arbeiderslonen hebben een belangrijke
verbetering ondergaan. Vroeger verdiende een mandenmaker ƒ10 tot ƒ15 per week,
tegen thans ƒ20 tot ƒ25.’
Foto Links: Een FLAK-veldkanon met links
de granaten en rechts de lege granaatmanden. Collectie Bart Beaard
Foto Rechts: Een wagen met granaatmanden
staat bij firma Verboord klaar om naar het spoorwegstation Vlijmen te worden
gebracht. Bron J.Serraris-Verboord
Granaatmanden
In
het begin van 1942 zijn er in opdracht van de bezetter lijsten opgesteld van
mandenmakerijen die granaatmanden zouden kunnen maken. De Duitsers willen de mandennijverheid massaal inzetten voor de
oorlogsproductie. De
mandenmakers willen dat niet. Een groep collega-mandenmakers, waaronder Harrie
Verboord van ‘M. Verboord Manden & Teenhout’ in Vlijmen en Pieter Prinsen
van ‘Prinsen & Van Halder Bros’ in Haarsteeg, zijn voor een gesprek in Den
Haag uitgenodigd. Ze gaan gezamenlijk met de trein, waarin de besprekingsstrategie nog eens wordt doorgenomen. Het belangrijkste argument: ‘De
granaatmanden zijn zo specifiek toegesneden op ‘fijnwerkers’, dat de doorsnee
mandenmaker er niet mee uit de voeten zal kunnen. Zoals bij flessenmanden moet
om een mal gewerkt worden. Ze zijn immers grof mandenwerk gewend. De grovelijke,
dikke en eeltige handen belemmeren immers zo'n fijn werk als het granaatmandje
nu eenmaal vergt. Waarom dan nu zoveel mandenmakers gaan om- en overschakelen
met zoveel productieverlies, als er hier toch al heel wat pak- en
aardappelmanden voor Duitsland worden gemaakt? Maar ook: We gaan toch de
Duitsers niet helpen....’
De ‘zware’ bezetting achter de bestuurstafel maakt indruk....! Namens de regering is aanwezig het Ministerie van Landbouw en Visserij i.c. het Rijksbureau voor de Voedselvoorziening in Oorlogstijd, resp. de Akkerbouwcentrale, resp. het Bedrijfschap voor Griend en Riet. En dan een drietal hoge Duitse pieten met blinkende kruizen op de kragen en sterren op de schouders. De voorzitter zet de doelstelling van de bijeenkomst uiteen: ‘Kunnen en willen de mandenmakers, verenigd in de Vakgroep Griend- en Rietverwerkende Industrie, meewerken aan de productie van granaatmanden?’.
De mandenmakers verweren met verve en overtuiging. Dan komt plotseling de ware bedoeling aan het licht! ‘Heren, U moet goed begrijpen, dat de granaatmanden gemaakt moeten worden. Als u daartoe niet bereid bent of in staat bent, zullen de mandenmakers naar Duitsland worden gestuurd om daar omgeschoold te worden en daar de manden te maken. Het teenhout zullen we hier vorderen en naar Duitsland sturen’. Onder die druk en die dwang is er geen keus overgebleven!
Als eenmaal de productie van de granaatmanden op gang gekomen is, zwakken de bezwaren af. Het stukloon is ruim vastgesteld, het is ‘goed werk’.
April-meistaking van 1943
Op de dag (3 mei 1943) dat de algemene staking wordt uitgeroepen moeten
in Vlijmen een tiental wagons met granaatmanden geladen worden. In verhouding
tot het productievolume zijn de wagons aan de verschillende mandenmakerijen
toebedeeld. Er is echter niets geladen. Om een uur of tien komt de controleur A.
Asjes. Hij eist dat er onmiddellijk met belading wordt begonnen en als er om 2
uur nog niets geladen is, zal hij de Duitse instantie verwittigen. De uitvlucht
dat het paard van Tinus Mommersteeg, dat steeds gebruikt mag worden om met de
platte wagen de mandjes naar het station te brengen, ziek is, wordt resoluut
afgewezen: ‘Hoe jullie de manden in de wagon krijgen interesseert me niet. Dan
moet je ze maar dragen.... maar geladen zullen ze worden....!’ De mandenmakers
en damwerkers zijn die dag gewoon thuis gebleven. Na de middag hebben de broers
Jan en Harrie Verboord met de handkar twee keer ‘gereden’ en zijn er honderd
mandjes in één wagon geladen, in plaats van 18.000 in tien wagons. Asjes ziet
zijn dreiging in rook opgaan....
Beschietingen
Op 15 augustus 1944 wordt door Engelse jagers een transport op de
Venkantbrug beschoten. De 19-jarige Bosschenaar en leerling-machinist Adriaan
van Liere komt hierbij om het leven. Vlak vóór Dolle Dinsdag op 5 september
1944 worden de laatste granaatmanden geladen. Door langdurige beschietingen door
Engelse jagers worden verschillende wagons beschadigd, maar er is geen brand
uitgebroken. De trein niet meer vertrokken. De Vlijmense bedrijven ‘mogen’ de
manden later terughalen om de wagons weer leeg ter beschikking van de
spoorwegen te kunnen stellen.
Piet van Oijen vertelt:
‘Wij zijn onder de draad van het StaatsSpoor doorgekropen, die onze
tuin afsluit en zijn over het land gegaan, recht naar het draaiveld van de
spoorwegen. Heel de weg is bezaaid met granaatmandjes, die uit de elf wagons zijn
gehaald, die op zondag 17 september door de Engelse jagers zijn beschoten.
Tussen haakjes: de elf wagons moesten 15 september met de goederentrein worden
verzonden, maar door de vele beschietingen van de laatste dagen zijn ze blijven
staan. Later hebben de moffen de assen van deze wagons laten springen, zodat ze
niet meer weg kunnen. De mandenmakers hebben toen nog geluk gehad, want na de
bevrijding zijn de mandjes als bloemenmandjes naar Den Bosch en elders gegaan.
Nadien
Wanneer de oorlog voorbij is ligt er o.a. bij Prinsen & Van Halder
Bros in Haarsteeg nog een voorraad van 4.700 granaatmanden en grondstoffen voor
meer dan 60.000 manden.
Een Vlijmense granaatmand en een houten replica van de bijbehorende granaat. Van de granaat is de diameter 15 cm en de hoogte 85 cm. Foto Ad Hartjes.