Een nieuwe Aflevering van Historisch Heusden geschreven door Bart Beaard en deze keer gaat het in deel 257 van Historisch Heusden over 'Vooroorlogse wandeling door de Stationsstraat'. Laten we teruggaan
naar het Drunen van de jaren dertig en een wandeling maken door de
Stationsstraat. Hoe zag deze straat er toen uit? Welke gebouwen stonden er,
welke bedrijven waren er gevestigd en wie zouden we onderweg tegenkomen? De
wandeling is fictief, maar de straat, gebouwen, bedrijven en personen zijn
historisch.
We starten op het kruispunt van de ‘Langstraatweg van Waalwijk naar
’s-Bosch’, nu Grotestraat, met de Hoge Papensteeg, nu Torenstraat, en de Lage
Papensteeg, nu Stationsstraat. De Papenstegen vormden eeuwenlang een verbinding
tussen Heusden en Oisterwijk. De naam ‘Papensteeg’ herinnert aan de tijd van de
Reformatie, toen protestanten rooms-katholieke geestelijken als ‘paap’
aanduidden.
Links van de kruising
staat sinds 1874 de neogotische Sint-Lambertuskerk, een beeldbepalend gebouw in
het dorp. Bouwpastoor was Jacobus van Rijckevorsel. Rechts staat het
gemeentehuis, dat na de gemeentelijke herindeling van 1935 met Elshout op het
voormalige marktplein is gebouwd.
Jongensschool
Ik loop de Stationsstraat in. De bestrating is
met keien en aan beide zijden staan iepenbomen. Links staan houten palen van
het bovengrondse elektriciteitsnet en de straatverlichting. Het dorpsleven
speelt zich voor een belangrijk deel op straat af. Achter de kerk staat de in 1927
gebouwde rooms-katholieke jongensschool met vier klassen. Bij de toegangspoort
staat het hoofd van de school, J.P. van Rooij (1891-1948). Hij is in gesprek
met enkele kinderen. Ik voeg me bij hen en hoor over het dagelijks leven op
school en de grote klassen, die inmiddels meer dan veertig leerlingen tellen.
Foto Links:De twee voorste zijn patronaatsgebouwen van de Jongenscongregatie, uit 1909 en 1929. Daarachter staan twee kloostergebouwen van de Broeders van Drunen, uit 1853 en 1924. Collectie Jan van der Linden.
Foto Midden: Op de
voorgrond staan de pakhuizen en loods van de CAV-Boerenbond. Daarachter zijn de
gebouwen van de boterfabriek met de karakteristieke fabrieksschoorsteen
zichtbaar. Collectie Nico de Bont.
Foto Rechts: ‘Het
Jantje’ was in Drunen vooral bij de jeugd een bekende verschijning. Op zondag
wisten de kinderen de weg naar zijn snoepwinkeltje goed te vinden. Collectie
Jan van der Linden.
'Het Jantje'
Even verder, op de hoek met het Achterompad,
nu Schoolstraat, staat ijssalon ‘Het Jantje’. Van Ravesteijn staat bekend om
zijn goede consumptie-ijs. Daar raak ik in gesprek met Hannes van Loon, beter
bekend als ‘Hannes Kachel’. Hij woont in de boerderij ‘van de kerk’ aan het
Achterompad. Een van zijn pleegkinderen is de latere verzetsman Henk Romeijn. Hannes
vertelt dat hij voor de gemeente veel werk heeft met ‘vlaggen’: met een
vlagzeis verwijdert hij zoden en onkruid langs wegen en bermen. Verderop staan enkele
blokken met gemeentelijke arbeiderswoningen. Aan de overzijde ligt een fraaie
boomgaard met kersen-, pruimen-, appel- en perenbomen. Daarnaast ligt een ‘hof’
met rode bessen, kruisbessen, bramen en frambozen.
Broeders
Verder staan aan de linkerzijde vier gebouwen
aaneen. De twee voorste zijn patronaatsgebouwen van de Jongenscongregatie,
gebouwd in 1929 en 1909. Naast godsdienstonderwijs vinden hier allerlei
activiteiten plaats: toneel, zang, muziek, sport en handvaardigheid. Er is een
bibliotheek en zelfs ruimte voor zes biljarts. Achter de gebouwen liggen een
tennisbaan en de baan van handboogschietvereniging Constantia. Ook staan hier
de muziekkiosk en het gymnastieklokaal van gymnastiekvereniging St. Herman
Jozef. Hier is ook voetbalvereniging
V.J.C.–Voetbalclub Jongens Congregatie opgericht. De twee andere gebouwen zijn kloostergebouwen
van de Broeders van Drunen en dateren 1853 en 1924. Achter het complex staat
een Mariakapel. De broeders houden zich onder meer bezig met verpleging en
verzorging van oude mannen en kostheren. Een priester komt mij tegemoet,
gekleed in toga, boordje en steek. Het is pastoor P.Th. Goossens (1876-1965),
die sinds 1924 in de parochie werkzaam is.
Boerenbond
Tegenover de Jongenscongregatie staat het
pakhuis van de CAV, de Coöperatieve Aankoop Vereniging, beter bekend als de
Boerenbond. Er worden vooral kunstmest, zaad en graan opgeslagen, dat via het
station wordt aangevoerd. Voor het malen van graan beschikt men over een eigen
maalstoel. Kees van Spijk is de zaakvoerder. Hier ontmoet ik Thijs van Halder
(1871-1960), een invloedrijke Drunenaar en bestuurder. Hij is onder meer
wethouder, kassier van de Boerenleenbank en bestuurlijk actief bij de CAV,
boterfabriek en veiling. Ook in het kerkelijk leven vervult hij verschillende
functies.
Naast het CAV-pakhuis staat de in 1905
opgerichte stoomboterfabriek. Paarden met wagens komen aangereden en de
melkbussen worden gelost. In de fabriek wordt roomboter gemaakt. Het
machinepark, de stoomketel, de stoommachine en de hoge fabrieksschoorsteen
maken indruk. Directeur Mari van Hulten (1904-1987) geeft mij enthousiast een
rondleiding.
Schoenfabrieken
Enkele huizen verder heeft metselaannemer
Gerrit Merkx sinds 1930 zijn bedrijf. Daarna kom ik bij de tabakswinkel van
Toon van Oers (1908-1978). Ik koop er een pakje sigaretten. Het valt mij op dat
er in de Stationsstraat verder geen winkels of cafés zijn. Verderop staat de
schoenfabriek van Gebr. De Munnik, gevestigd in het voormalige bedrijfspand van
schoenfabriek ‘Brabant’ of ‘Vierbond’, dat in 1930 failliet ging. De gemeente
Drunen kocht na het faillissement het pand en het bijbehorende perceel tot aan het
zandpad van De Brake naar Naulanden, nu Prins Bernhardlaan. Het terrein werd in
acht kavels verkocht. De woningen die hier later verrezen zijn herkenbaar aan
hun mansarde- of geknikte daken.
Slachthuis
Voorbij
het zandpad staat het gemeentelijke slachthuis, gebouwd in 1932. Daar ontmoet
ik Toontje de Veer (1895-1966), de gemeentelijke dorpsomroeper. Boeren mogen
hun vee niet meer zelf slachten; noodslachtingen moeten in het gemeentelijke
slachthuis plaatsvinden en worden gekeurd. Na zo’n slachting moet Toontje de
verkoop van het vlees in het dorp omroepen. Op de fiets trekt hij met zijn bel
de aandacht van de bewoners. Naast het slachthuis staat de woning met opstallen
van Klaas de Wit, beter bekend als ‘Klaas de Spulman’. In de laatste woning
wonen Adrianus Maas en Hendrika Merkx. Hun pleegzoon Harrie Davits (1932-1944)
komt later tijdens de bevrijding in het Broederklooster door een
granaatontploffing om het leven.
Langstraatspoorlijn
Langzaam kom ik aan het einde van mijn
wandeling. Links en rechts strekt het landbouwgebied zich uit. De straat loopt
wat omhoog naar de spoorwegovergang van de Langstraatspoorlijn. Ik wil per se
een trein zien passeren. Na een half uur wachten zie ik uit de richting van
Waalwijk een grote rookpluim naderen. Even later verschijnt de stoomlocomotief.
Hijgend trekt de trein enkele personen- en goederenwagons voort. De
spoorwachter waarschuwt met een rode vlag enkele boeren met hoogkarren dat zij
moeten wachten.
Het tafereel vat voor mij eigenlijk de hele
wandeling samen: een dorp waarin oud en nieuw naast elkaar bestaan.
Paardenwagens, landbouw, ambacht en kerkelijk leven, maar ook fabrieken,
machines en de stoomtrein. Zo eindigt mijn fictieve wandeling door de
vooroorlogse Stationsstraat: een straat die niet alleen een verbindingsweg was,
maar ook een belangrijke plaats in het dagelijks leven van de Drunenaren.
Bart Beaard