De bouw van de huidige
Nederlands Hervormde Kerk aan de Grote Kerk begon in de 13e eeuw. Eeuwenlang
werden overledenen begraven in de kerk of op het kerkhof eromheen. Het ging
vooral om inwoners van Vlijmen, maar vermoedelijk vonden ook militairen van Franse
en Spaanse legers die in de omgeving sneuvelden hier hun laatste rustplaats.
Decreet
Na de stichting van de Bataafse Republiek op
19 januari 1795 kwam Nederland onder sterke Franse invloed. Napoleon voerde
onder meer het ‘Décret impérial sur les sépultures’ van 12 juni 1804 in.
Begraven in kerken werd verboden en gemeenten moesten nieuwe begraafplaatsen
buiten de bebouwde kom aanleggen. Iedere overledene kreeg een eigen graf en
moest in een kist worden begraven. Ook grafmonumenten werden toegestaan. Na het
vertrek van de Fransen verloor het decreet formeel zijn rechtskracht. Koning
Willem I nam de belangrijkste bepalingen echter over in een Koninklijk Besluit
van 1827, dat vanaf 1829 werd uitgevoerd.
Kerststeegske of Oude Kerkepad
Aan de oostzijde van het verbindingspad
tussen de Pastoriestraat en de Grote Kerk – de huidige Pastoor van Akenstraat –
legde de gemeente omstreeks 1829 een algemene begraafplaats aan. Deze verving
het oude kerkhof rond de NH-kerk. De begraafplaats was verdeeld in een
katholiek gedeelte aan de noordzijde en een protestants gedeelte aan de
zuidzijde. Tussen beide delen stond een dodenhuisje en een toegangspoort.
Katholieken werden hier tot 1880 begraven en protestanten tot 1921. In 1952
werd de begraafplaats ten behoeve van woningbouw geruimd. Vier protestanten
werden daarbij herbegraven.
Foto Links:De begraafplaatsen aan
het Kerksteegske, de huidige Pastoor van Akenstraat, werden in 1829 door de
gemeente Vlijmen aangelegd. P = protestants, K = katholiek. Foto: SALHA.
Foto Midden: De treurberk (Betula Pendula ‘Youngii’) werd in 1921 geplant bij de
ingebruikname van de Nederlands-hervormde begraafplaats aan de Europalaan.
Foto: Ad Hartjes.
Foto Rechts: De rooms-katholieke
begraafplaats in juni 1942, met talrijke zwartgeschilderde kruisen tussen het
hoge, verdorde gras. Collectie: familie
M. Verboord
Katholieke begraafplaats
Kort na de ingebruikname van de katholieke
kerk aan de Julianastraat in 1866 werd ten zuiden daarvan een ruime
begraafplaats aangelegd. De graven waren verdeeld in verschillende klassen, van
familiegrafmonumenten met of zonder grafkelder tot dubbele, enkele en kosteloze
graven. Achter op de begraafplaats werd een Calvarieberg aangelegd. Aanvankelijk
waren de graven voorzien van eenvoudige zwart geschilderde houten kruisen met
een wit opschrift. Later kwamen daarvoor grafstenen in allerlei vormen en
materialen. Veel grafmonumenten zijn nog aanwezig, onder meer vanwege hun
cultuurhistorische of monumentale waarde. Bijzonder zijn de gemeentelijke
monumenten voor de Vlijmense oorlogsslachtoffers en twee geallieerde
militairen.
Protestantse begraafplaats
In het landbouwgebied ten noorden van de
Achterstraat en ten zuiden van Mommersteeg bezat de Nederlands-Hervormde
gemeente een perceel. Op het achterste gedeelte werd in 1921 een protestantse
begraafplaats aangelegd. Aanvankelijk was deze alleen bereikbaar via een ruim
500 meter lang karrenspoor vanaf de Achterstraat. In 1969 kwam een ontsluiting
aan de Mommersteeg, de huidige Europalaan. De toegangspoort was afkomstig van
de voormalige protestantse begraafplaats aan het Kerksteegske.
Hier liggen verschillende markante leden van
de hervormde gemeenschap begraven, onder wie predikant ds. Johannes Ossewaarde (1874–1951) en zijn zoon Jan Ossewaarde (1905–1923), die als jonge
amateurarcheoloog bekendheid verwierf.
Kafuinesteeg, sinds 1952 Kavriensestraat
Omstreeks 1908 legde de gemeente op de Nieuwe
Heide, nabij de huidige kruising met de Deken van Baarstraat, een algemene
begraafplaats aan. Hier werden overledenen begraven die niet op een kerkelijke
begraafplaats konden of wilden worden begraven. Na de bevrijding van Vlijmen op
5 november 1944 kregen zeven gesneuvelde Duitse militairen hier tijdelijk een
veldgraf. Hun stoffelijke resten werden in januari 1950 opgegraven en
overgebracht naar de Duitse militaire begraafplaats in Ysselsteyn. Met de aanleg
van de wijk Vliedberg werd deze algemene begraafplaats in 1954 geruimd.
Bart Beaard