Monumenten en Heusdens Erfgoed: Boerderij De Fellenoord ternauwernood van de sloop gered

05 sep , 10:15Monumenten Heusden
M375.1
A van Doorn Eindhoven
In augustus 1967 organiseerde Heemkundekring Onsenoort voor de tweede maal in haar geschiedenis het jaarlijkse Heemkundig Werkkamp van Brabants Heem. Tijdens dit werkkamp brachten de ongeveer 130 deelnemers ook een bezoek aan boerderij De Fellenoord`in Drunen. Tot hun verbazing troffen zij een leegstaande boerderij aan met op de gevel het bord ‘Onbewoonbaar verklaarde woning’.
De eigenaar, Jan van Wezel, had toestemming gekregen voor de bouw van een bungalow, onder de voorwaarde dat de oude, onbewoonbaar verklaarde boerderij zou worden gesloopt. Hoewel Van Wezel al comfortabel in zijn nieuwe woning woonde, was van de voorgenomen sloop nog niets terechtgekomen. De aanwezige heemkundigen konden nauwelijks begrijpen dat de gemeente Drunen bereid was een voor de streek unieke en nog vrijwel geheel in oorspronkelijke staat verkerende frankisch-saksisch langgevelboerderij uit de 17e eeuw verloren te laten gaan. Tijdens het werkkamp werd hierover dan ook met grote verontwaardiging gesproken.
Sloopverplichting
Naar aanleiding hiervan benaderde Heemkundekring Onsenoort het gemeentebestuur met het verzoek de voorgenomen sloop te voorkomen. Een direct antwoord bleef echter uit. Het college van B&W liet weten de kwestie te zullen bespreken, waarna de heemkundekring nader bericht zou ontvangen. De voorgeschiedenis begon in mei 1966, toen Jan van Wezel bij de gemeente Drunen een bouwvergunning aanvroeg voor een bungalow. Op de aanvraag stond vermeld: ‘plan tot het bouwen van een bungalow in verband met opruiming van krotwoning, J. van Wezel’. De bouwvergunning werd op 9 juni 1966 verleend, waarna onmiddellijk met de bouw werd begonnen. Nadat de bungalow was voltooid, bleek echter dat Van Wezel geen concrete plannen had om de oude boerderij af te breken. Hij kon het niet over zijn hart verkrijgen het eeuwenoude familiebezit, dat al generaties lang aan zijn voorouders had toebehoord, te laten slopen. Dat leidde tot ongenoegen bij het college van B&W. Het gemeentebestuur besloot uiteindelijk geen medewerking te verlenen aan het verzoek van de heemkundekring om de bij de bouwvergunning opgelegde sloopverplichting te herzien en restauratie van de boerderij mogelijk te maken. De gemeente bleef vasthouden aan de eerder opgelegde sloopverplichting.
M375.1
A van Doorn Eindhoven
Boerderij De Fellenoord in 1963, gebouwd tussen 1650 en 1700. In 1968 dreigde de boerderij gesloopt te worden, maar door snel handelen kon dit worden voorkomen. Collectie SALHA, Foto A. van Doorn Eindhoven.
Cafébezoek
Toen duidelijk werd dat de gemeente aan de sloopverplichting bleef vasthouden, deed zich onverwacht een bijzondere ontwikkeling voor. Op vrijdagavond bevond zich gewoonlijk een groep Drunenaren aan de bar bij Hotel Royal en werd er menig pilsje gedronken. In de groep bevonden zich ook twee wethouders en een bestuurslid van de heemkundekring. De wethouders vertelden aan de bar dat B&W de avond ervoor besloten had om Van Wezel te gelasten onmiddellijk met de sloop te beginnen.
Vrienden van de Fellenoord
Het bestuurslid van de heemkundekring verliet direct het hotel om het bestuur te waarschuwen voor wat er te gebeuren stond. Het bestuur nam meteen maatregelen. De volgende dag werd Jan van Wezel per auto naar notaris Ruijmschoot in Heusden gebracht (de Drunense notaris had te goede relaties met het gemeentebestuur). Daar werd een voorlopige koopakte opgesteld, niet op naam van de heemkundekring, maar koper werd de ad hoc opgerichte stichting  ‘Vrienden van de Fellenoord’. De koopprijs werd afgesproken: fl. 5.001,-, te weten 1 gulden symbolisch voor de boerderij en fl. 5.000,- voor de grond, waar de boerderij op stond.
Een bestuurslid van de nieuwe stichting, architect Piet Drijvers uit Oisterwijk, schoot de koopsom voor. De heemkundekring hield een persconferentie en kondigde daarbij aan dat zij de boerderij had gekocht en dat bovendien een verzoek tot aanwijzing als rijksmonument was ingediend, waardoor sloop niet langer vanzelfsprekend was.
Burgemeester H. Stieger reageerde zeer ontstemd en riep het bestuur van de heemkundekring meteen op het matje. De kring trok zich formeel uit de zaak terug. Deze moeilijkheden waren al voorzien, maar de niet-leden van de kring, met name P. Drijvers en drs. A. van Bezooyen, leraar op het Willem van Oranjecollege uit Waalwijk, gingen gewoon als eigenaren verder. In het stichtingsbestuur bevonden zich wel drie leden van de heemkundekring. De burgemeester dacht als winnaar uit de strijd te zijn gekomen. Toen hij er later achter kwam dat dit niet het geval was, riep hij het bestuur van de heemkundekring weer op om verantwoording af te leggen, maar dat bestuur chanteerde hem met de suggestie dat het voor de buitenwacht toch wel een weinig verheffend beeld zou oproepen wanneer de openbaarmaking van de gang van zaken rond het uitlekken van het collegebesluit voor het gemeentebestuur weinig fraai zou uitpakken.
M375.2
Het interieur van De Fellenoord, geschilderd door Jo van Sambeek. Links met Antje (Vrouwke van Wezel) werkend op de ‘geut’ (collectie Antoinette Veltman) en rechts met toekijkende Antje (collectie familie Cleef–van Wezel). 
Heemkundig Studiecentrum
Stieger verbleekte, maar sloeg vervolgens om als een blad aan een boom en zegde meteen een subsidie van fl.25.000 toe voor een nieuw dak. Hiermee was het pand gered en toen de 80% bijdrage van Monumentenzorg binnenkwam kon de rest van de restauratie worden aangepakt. De ‘Vrienden van de Fellenoord’ maakten er een Heemkundig Studiecentrum van, dat inkomsten genereerde door ruimten te verhuren voor groepen. De Stichting wist   zich te bedruipen, totdat bij een herziening van het bestemmingsplan alle activiteiten die geld konden opbrengen voortaan werden verboden. ‘Vrienden van de Fellenoord’ kon het zonder bestaansmiddelen niet meer bolwerken en zag zich aan het begin van deze eeuw genoodzaakt de bezittingen voor €1,-  aan de Stichting “Het Brabants Monument” over te dragen. Deze Stichting kocht onrendabele monumenten op om er nieuwe exploitatiemogelijkheden voor te zoeken. Sinds 2017 is het pand eigendom van een kleinzoon van Jan van Wezel.
Tot slot
Dankzij het snelle optreden van de initiatiefnemers bleef De Fellenoord behouden. Daarmee werd een van de oudste en gaafst bewaarde langgevelboerderijen van de Langstraat voor de toekomst veiliggesteld. De redding van De Fellenoord groeide uit tot een van de meest spraakmakende successen van de Brabantse monumentenzorg in de tweede helft van de twintigste eeuw.
Bart Beaard Anton van der Lee
loading

Loading articles...

Loading