In augustus 1967 organiseerde
Heemkundekring Onsenoort voor de tweede maal in haar geschiedenis het
jaarlijkse Heemkundig Werkkamp van Brabants Heem. Tijdens dit werkkamp brachten
de ongeveer 130 deelnemers ook een bezoek aan boerderij De Fellenoord`in Drunen. Tot hun verbazing troffen zij een
leegstaande boerderij aan met op de gevel het bord ‘Onbewoonbaar verklaarde woning’.
De eigenaar, Jan van Wezel,
had toestemming gekregen voor de bouw van een bungalow, onder de voorwaarde dat
de oude, onbewoonbaar verklaarde boerderij zou worden gesloopt. Hoewel Van
Wezel al comfortabel in zijn nieuwe woning woonde, was van de voorgenomen sloop
nog niets terechtgekomen. De aanwezige heemkundigen konden nauwelijks begrijpen
dat de gemeente Drunen bereid was een voor de streek unieke en nog vrijwel
geheel in oorspronkelijke staat verkerende frankisch-saksisch langgevelboerderij
uit de 17e eeuw verloren te laten gaan. Tijdens het werkkamp werd
hierover dan ook met grote verontwaardiging gesproken.
Sloopverplichting Naar aanleiding hiervan benaderde
Heemkundekring Onsenoort het gemeentebestuur met het verzoek de voorgenomen
sloop te voorkomen. Een direct antwoord bleef echter uit. Het college van B&W
liet weten de kwestie te zullen bespreken, waarna de heemkundekring nader
bericht zou ontvangen. De voorgeschiedenis begon in mei 1966, toen Jan van
Wezel bij de gemeente Drunen een bouwvergunning aanvroeg voor een bungalow. Op
de aanvraag stond vermeld: ‘plan tot
het bouwen van een bungalow in verband met opruiming van krotwoning, J. van
Wezel’. De bouwvergunning werd op 9 juni 1966 verleend, waarna
onmiddellijk met de bouw werd begonnen. Nadat de bungalow was voltooid, bleek
echter dat Van Wezel geen concrete plannen had om de oude boerderij af te
breken. Hij kon het niet over zijn hart verkrijgen het eeuwenoude familiebezit,
dat al generaties lang aan zijn voorouders had toebehoord, te laten slopen. Dat
leidde tot ongenoegen bij het college van B&W. Het gemeentebestuur besloot
uiteindelijk geen medewerking te verlenen aan het verzoek van de heemkundekring
om de bij de bouwvergunning opgelegde sloopverplichting te herzien en
restauratie van de boerderij mogelijk te maken. De gemeente bleef
vasthouden aan de eerder opgelegde sloopverplichting.
A van Doorn Eindhoven
Boerderij De Fellenoord in 1963,
gebouwd tussen 1650 en 1700. In 1968 dreigde de boerderij gesloopt te worden,
maar door snel handelen kon dit worden voorkomen. Collectie SALHA, Foto A. van
Doorn Eindhoven.
Cafébezoek Toen
duidelijk werd dat de gemeente aan de sloopverplichting bleef vasthouden, deed
zich onverwacht een bijzondere ontwikkeling voor. Op vrijdagavond
bevond zich gewoonlijk een groep Drunenaren aan de bar bij Hotel Royal en werd
er menig pilsje gedronken. In de groep bevonden zich ook twee wethouders en een
bestuurslid van de heemkundekring. De wethouders vertelden aan de bar dat B&W
de avond ervoor besloten had om Van Wezel te gelasten onmiddellijk met de sloop
te beginnen.
Vrienden
van de Fellenoord Het bestuurslid van de heemkundekring verliet direct het
hotel om het bestuur te waarschuwen voor wat er te gebeuren stond. Het bestuur
nam meteen maatregelen. De volgende dag werd Jan van Wezel per auto naar
notaris Ruijmschoot in Heusden gebracht (de Drunense notaris had te goede
relaties met het gemeentebestuur). Daar werd een voorlopige koopakte opgesteld,
niet op naam van de heemkundekring, maar koper werd de ad hoc opgerichte
stichting ‘Vrienden van de Fellenoord’. De
koopprijs werd afgesproken: fl. 5.001,-, te weten 1 gulden symbolisch voor de
boerderij en fl. 5.000,- voor de grond, waar de boerderij op stond.
Een bestuurslid
van de nieuwe stichting, architect Piet Drijvers uit Oisterwijk, schoot de
koopsom voor. De heemkundekring hield een persconferentie en kondigde daarbij
aan dat zij de boerderij had gekocht en dat bovendien een verzoek tot aanwijzing als
rijksmonument was ingediend, waardoor sloop niet langer vanzelfsprekend was.
Burgemeester H. Stieger reageerde zeer ontstemd en riep het
bestuur van de heemkundekring meteen op het matje. De kring trok zich formeel uit de
zaak terug. Deze moeilijkheden waren al voorzien, maar de
niet-leden van de kring, met name P. Drijvers en drs. A. van Bezooyen, leraar
op het Willem van Oranjecollege uit Waalwijk, gingen gewoon als eigenaren
verder. In het stichtingsbestuur bevonden zich wel drie leden van de
heemkundekring. De burgemeester dacht als winnaar uit de strijd te zijn
gekomen. Toen hij er later achter kwam dat dit niet het geval was, riep hij het
bestuur van de heemkundekring weer op om verantwoording af te leggen, maar dat bestuur
chanteerde hem met de suggestie dat het voor de buitenwacht toch wel een weinig
verheffend beeld zou oproepen wanneer de openbaarmaking van de gang van zaken
rond het uitlekken van het collegebesluit voor het gemeentebestuur weinig fraai
zou uitpakken.
Het interieur van De
Fellenoord, geschilderd door Jo van Sambeek. Links met Antje (Vrouwke van
Wezel) werkend op de ‘geut’ (collectie Antoinette Veltman) en rechts met
toekijkende Antje (collectie familie Cleef–van Wezel).
Heemkundig
Studiecentrum Stieger verbleekte, maar sloeg vervolgens om als een blad aan
een boom en zegde meteen een subsidie van fl.25.000 toe voor een nieuw dak.
Hiermee was het pand gered en toen de 80% bijdrage van Monumentenzorg
binnenkwam kon de rest van de restauratie worden aangepakt. De ‘Vrienden van de
Fellenoord’ maakten er een Heemkundig Studiecentrum van, dat inkomsten
genereerde door ruimten te verhuren voor groepen. De Stichting wist zich te bedruipen, totdat bij een herziening
van het bestemmingsplan alle activiteiten die geld konden opbrengen voortaan
werden verboden. ‘Vrienden van de Fellenoord’ kon het zonder bestaansmiddelen
niet meer bolwerken en zag
zich aan het begin van deze eeuw genoodzaakt de bezittingen
voor €1,- aan de Stichting “Het Brabants
Monument” over te dragen. Deze Stichting kocht onrendabele monumenten op om er
nieuwe exploitatiemogelijkheden voor te zoeken. Sinds 2017 is het pand eigendom
van een kleinzoon van Jan van Wezel.
Tot slot Dankzij
het snelle optreden van de initiatiefnemers bleef De Fellenoord behouden.
Daarmee werd een van de oudste en gaafst bewaarde langgevelboerderijen van de
Langstraat voor de toekomst veiliggesteld. De redding van De Fellenoord groeide
uit tot een van de meest spraakmakende successen van de Brabantse
monumentenzorg in de tweede helft van de twintigste eeuw.