Monumenten en Heusdens Erfgoed: Een ‘Dordtse gevel’ op Oudheusdensestraat 15 in Heusden

18 apr , 10:00Monumenten Heusden
100.3
Ad Hartjes
Tijdens het Twaalfjarig Bestand (1609–1621) in de oorlog tussen de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden en Spanje, werd de vesting Heusden voor de tweede maal versterkt. De bolwerken met hun wallen, grachten en poorten kwamen in een stervorm op grotere afstand van de stadsgracht te liggen. Hierdoor ontstond een nieuw gebied, de ‘Nieuwstad’, waarin onder andere de Oudheusdense- en de Sterrestraat werden aangelegd.
Hendrick Goossen bouwde in 1619 in de Oudheusdensestraat de huidige woning 15 met een voorgevel in de Dordtse stijl. In de gevel werd een steen geplaatst in de vorm van een cartouche, met daarop het jaartal 1619 en een afbeelding van een bijl. De vorm van deze bijl duidt op een steekbijl, gebruikt om hout te schillen. Mogelijk verwijst dit naar een houthandel van Goossen, omdat er voor de vestingbouw, de aanleg van ophaalbruggen en de bouw van huizen veel hout nodig was. Dit hout was vaak afkomstig uit het bos bij de Norbertijnenabdij in Bern.
Foto Links: De woning werd gebouwd met een trapgevel, maar heeft nu een kroonlijst. Foto Ad Hartjes
Foto Midden: De voorgevel van de woning is 25 centimeter ‘op de vlucht’ gebouwd. Foto Ad Hartjes 
Foto Rechts: De gevelsteen is een cartouche met het reliëf van een houtsteekbeitel en het jaartal 1619. Foto Ad Hartes.
Het pand heeft door de eeuwen heen veel eigenaren en functies gekend. In het midden van de 18e eeuw, toen Heusden regelmatig overspoeld werd met soldaten, dreef Jacob Hanenberg er een herberg. Tot ergernis van het stadsbestuur werden daar veel dronken soldaten door ‘Kreupele Willemijn’, een vrouw van lichte zeden, verleid om met haar mee naar huis te gaan. Deze anekdote wordt uitvoerig beschreven in het boek ‘De Elite van Heusden’. Omstreeks 1830 was het pand één van de zes huizen die smid Peter van Helvoort in de ‘Nieuwstad’ bezat. In 1950 kwam het pand in het bezit van aannemer Marinus Boeren die het inmiddels vervallen pand restaureerde.
Bouwstijl van het Rijksmonument 22064
De woning bestaat uit twee bouwlagen en een verdieping met een zadeldak met schild, waarvan de nok loodrecht op de straat staat. Het dak is gedekt met rode terracotta dakpannen, type Verbeterde Holle. Oorspronkelijk had het pand een trapgevel, maar op het einde van de 19e eeuw is deze afgetopt. De bovenzijde van de voorgevel wordt sindsdien afgesloten door een houten kroonlijst met dakgoot. In de kroonlijst is het Romeinse opschrift MDCXIX aangebracht, oftewel het jaartal 1619. Het geveldeel van de begane grond is niet oorspronkelijk. De verdieping telt drie vensterassen. De overkraging, die oorspronkelijk diende ter ondersteuning van de trapgevel, is gecombineerd met de rondbogen waarvan de profilering doorloopt in de vensterneggen. De boogvelden zijn versierd met driepassen en leliepunten. De gekromde lisenen rusten via colonnetten op gebeeldhouwde kopjes (kraagstenen). Tussen de lisenen zijn sierlijke krulankers aangebracht.
Onder de vensters bevindt zich een waterlijst met streks gemetselde drieklezoren-profielstenen, voorzien van een middenornament en eindstukken. De gevel is op de verdieping over de volle breedte geleed door natuurstenen speklagen. Op de begane grond bevinden zich twee 35-ruits schuifraamvensters en op de verdieping drie 16-ruits kruisvensters. De voordeur heeft een bovenlicht met een geometrisch snijraam. De voorgevel helt circa 25 cm voorover, dat ‘op de vlucht’ wordt genoemd.  
Voor het pand ligt een voorstoep van Naamse hardstenen tegels, met twee achtkantige stoeppalen, die door middel van stangen met de voorgevel zijn verbonden.
Bart Beaard
loading

Loading articles...

Loading