Monumenten en Heusdens Erfgoed: Een ‘Joseph Cuypers’ in Herpt – hoe bijzonder is dat?

13 jun , 11:00Monumenten Heusden
M363.3 DJI_20260213141937_0008_D
Jan Quiirijnen
Op 22 februari 1893 kreeg het nieuw opgerichte rooms-katholieke kerkbestuur kerkelijke goedkeuring voor het stichten van een afzonderlijke parochie. De parochie kreeg de naam H. Catharina van Alexandrië. Daarmee maakte Herpt zich los van de parochie in het nabijgelegen Heusden. Het kerkbestuur begon onmiddellijk met de bouw van een noodkerk. De benoeming van een geestelijke kon binnen enkele weken worden verwacht.
De parochie groeide, waardoor al in 1895 de behoefte ontstond aan een nieuwe kerk en pastorie. Voor het ontwerp werd ingenieur-architect Joseph Cuypers, destijds woonachtig in Amsterdam, benaderd. Onlangs is het oorspronkelijke bouwplan, gedateerd 1896, teruggevonden in het Cuypers Bouw Archief. Opvallend is dat dit plan laat zien dat de nieuwe kerk is ontworpen in neogotische stijl, terwijl de pastorie is vormgegeven in het eclecticisme, een geheel andere bouwstijl.
Van de bouw van de kerk werd destijds afgezien, omdat deze in de ogen van het bisdom te groot was voor een kleine dorpsgemeenschap als Herpt. De parochie had echter zelf zeggenschap over de bouw van de pastorie, waardoor dit deel van het plan wél kon worden gerealiseerd.
Bouwstijl kerk Voor de bouwstijl van de kerk koos Cuypers voor de neogotiek, een stijl die in die tijd veelvuldig werd toegepast in de kerkbouw. De plattegrond van de kruiskerk bestond uit een schip met twee rijen pilaren en zijbeuken, kleine transepten, een koor en een sacristie. Naast de ingang bevonden zich twee kleine wenteltraptorens en op het zadeldak stond een vieringtoren. Tegen de buitenmuren van de zijbeuken waren steunberen geplaatst. Deze zorgden niet alleen voor de noodzakelijke stevigheid en voor de ondersteuning van het zadeldak, maar maakten ook de plaatsing van een groot aantal spitsboogvensters mogelijk, een van de belangrijkste kenmerken van de neogotiek.
In het plan was bovendien een doorgang voorzien van de pastorie naar de sacristie. In de serre van de pastorie waren daarvoor bouwkundige voorzieningen getroffen. De aanbesteding van de pastorie vond plaats op 9 februari 1897 en het werk werd voor fl. 11.418,- gegund aan de gebroeders Schonk uit Oisterwijk. Op 27 februari 1899 werd het gebouw als voltooid verklaard.
Foto Links: Bouwplan voor een kerkgebouw en pastorie voor de parochie van Herpt, gedateerd 1896. Alleen het linkergedeelte werd gebouwd en kennen we nu als dorpshuis. Collectie: Cuypers Bouw Archief.   
Foto Midden: Joseph Theodorus Joannes Cuypers (1861–1949), zoon van de bekende kerkelijke bouwmeester Pierre Cuypers. Bron: Wikipedia
Foto Rechts: Het huidige dorpshuis van Herpt, in 1899 gebouwd in de bouwstijl van de Amsterdamse School. Droneopname Jan Quitrijnen.
Bouwstijl pastorie
Met zijn architectuur sloot Joseph Cuypers aan bij de veranderende traditie van de laat 19e-eeuwse villabouw. Binnen deze traditie vond onder meer een ontwikkeling plaats van enkelvoudige naar samengestelde volumes, afgedekt met een variatie aan dakvormen, ook wel aangeduid als een ‘cascade van daken’. Het oorspronkelijke gebouw bestond uit een linker- en rechtervolume. Het L-vormige linkervolume is tweelaags en voorzien van een zadeldak, waarvan de nokrichting loodrecht op de straat staat. Het rechtervolume is eenlaags, eveneens met een zadeldak, maar met een lagere nok en een nokrichting die evenwijdig aan de straat loopt.
In de loop der jaren zijn rondom het oorspronkelijke gebouw meerdere aanbouwen gerealiseerd, uitgevoerd in afwijkende bouwstijlen. De daken zijn gedekt met rode terracotta dakpannen van het type Tuile du Nord, gelegd in halfsteensverband. De dakvlakken worden aan de onderzijde beëindigd door een overstekende gootlijst met bakgoot, gedragen door ingemetselde consoles. Aan de topgevelzijden bevinden zich geveloverstekken, afgedekt met een zinken deklijst.
De gevels zijn gemetseld in kruisverband met hardgrauw bezande vormbakstenen en afgewerkt met een knipvoeg. Ter hoogte van de verdiepingsvloeren lopen horizontale banden van twee lagen zwart geglazuurde stenen. In de topgevel van het linkervolume is in chaletstijl een spant ingemetseld. De stenen binnen de vlakken van dit spant zijn ter decoratie zowel verticaal als horizontaal geplaatst.
De vensters bestaan uit T-schuiframen, met een gedeeld onderraam en een bovenlicht. Boven de vensters zijn rollagen gemetseld in de vorm van getoogde strekken, met kleine vormstenen als aanzet. De boogvelden zijn decoratief gevuld met stukjes baksteen. De raamdorpels zijn uitgevoerd in donkerbruin verglaasd materiaal.
De voordeur is een fraai uitgevoerde paneeldeur met kleine vensters, waarover een smeedijzeren decoratierek (ajour) is aangebracht. De deur heeft een rondboogvorm en is geplaatst in een circa 60 centimeter diepe, rond getoogde portiek. Boven de toegangsdeur bevinden zich drie smalle, verticale glas-in-loodramen met segmentbogen en raamdorpelstenen, waarvan de uiteinden in verstek zijn afgewerkt. Het glas in deze raampjes is direct in een metselwerksponning geplaatst; er is geen raamhout toegepast.
In bovenlichten en diverse nissen zijn glas-in-loodpanelen aangebracht. De geometrische motieven van deze panelen bestaan uit rechthoekige glasstukken in gekleurd glas.
Aan de westzijde van het rechtervolume bevindt zich een schoorsteen, die door middel van metselwerk extra is geaccentueerd.
Monument Tot 1972 bleef de bestemming pastorie. Daarna kreeg het gebouw geleidelijk een andere bestemming als parochiehuis. Momenteel is het gedeeltelijk dorpshuis (‘de huiskamer van Herpt’) en gedeeltelijk heeft het een woonbestemming. Afgezien van de toevoeging in chaletstijl is de pastorie gebouwd met tal van kenmerken en detailleringen die vooruitlopen op de bouwstijl die later bekend zou worden als de Amsterdamse School.
Gelet op de naam van de architect, de toegepaste bouwstijl en het bouwjaar, ligt het in de rede te veronderstellen dat het gebouw de status van rijks- of gemeentelijk monument zou hebben?
Bart Beaard
loading

Loading articles...

Loading