Op 22 februari 1893
kreeg het nieuw opgerichte rooms-katholieke kerkbestuur kerkelijke goedkeuring
voor het stichten van een afzonderlijke parochie. De parochie kreeg de naam H.
Catharina van Alexandrië. Daarmee maakte Herpt zich los van de parochie in het
nabijgelegen Heusden. Het kerkbestuur begon onmiddellijk met de bouw van een
noodkerk. De benoeming van een geestelijke kon binnen enkele weken worden
verwacht.
De parochie groeide, waardoor al in 1895 de behoefte ontstond aan een
nieuwe kerk en pastorie. Voor het ontwerp werd ingenieur-architect Joseph
Cuypers, destijds woonachtig in Amsterdam, benaderd. Onlangs is het
oorspronkelijke bouwplan, gedateerd 1896, teruggevonden in het Cuypers Bouw Archief.
Opvallend is dat dit plan laat zien dat de nieuwe kerk is ontworpen in
neogotische stijl, terwijl de pastorie is vormgegeven in het eclecticisme, een
geheel andere bouwstijl.
Van de bouw van de
kerk werd destijds afgezien, omdat deze in de ogen van het bisdom te groot was
voor een kleine dorpsgemeenschap als Herpt. De parochie had echter zelf
zeggenschap over de bouw van de pastorie, waardoor dit deel van het plan wél
kon worden gerealiseerd.
Bouwstijl
kerk
Voor
de bouwstijl van de kerk koos Cuypers voor de neogotiek, een stijl die in die
tijd veelvuldig werd toegepast in de kerkbouw. De plattegrond van de kruiskerk
bestond uit een schip met twee rijen pilaren en zijbeuken, kleine transepten,
een koor en een sacristie. Naast de ingang bevonden zich twee kleine
wenteltraptorens en op het zadeldak stond een vieringtoren. Tegen de
buitenmuren van de zijbeuken waren steunberen geplaatst. Deze zorgden niet
alleen voor de noodzakelijke stevigheid en voor de ondersteuning van het
zadeldak, maar maakten ook de plaatsing van een groot aantal spitsboogvensters
mogelijk, een van de belangrijkste kenmerken van de neogotiek.
In het plan was
bovendien een doorgang voorzien van de pastorie naar de sacristie. In de serre
van de pastorie waren daarvoor bouwkundige voorzieningen getroffen. De
aanbesteding van de pastorie vond plaats op 9 februari 1897 en het werk werd
voor fl. 11.418,- gegund aan de gebroeders Schonk uit Oisterwijk. Op 27
februari 1899 werd het gebouw als voltooid verklaard.
Foto Links: Bouwplan voor
een kerkgebouw en pastorie voor de parochie van Herpt, gedateerd 1896. Alleen
het linkergedeelte werd gebouwd en kennen we nu als dorpshuis. Collectie: Cuypers Bouw Archief.
Foto Midden: Joseph Theodorus Joannes Cuypers (1861–1949), zoon van de
bekende kerkelijke bouwmeester Pierre Cuypers. Bron: Wikipedia
Foto Rechts: Het huidige
dorpshuis van Herpt, in 1899 gebouwd in de bouwstijl van de Amsterdamse School.
Droneopname Jan Quitrijnen.
Bouwstijl pastorie
Met
zijn architectuur sloot Joseph Cuypers aan
bij de veranderende traditie van de laat 19e-eeuwse villabouw. Binnen deze
traditie vond onder meer een ontwikkeling plaats van enkelvoudige naar
samengestelde volumes, afgedekt met een variatie aan dakvormen, ook wel
aangeduid als een ‘cascade van daken’. Het oorspronkelijke gebouw bestond uit
een linker- en rechtervolume. Het L-vormige linkervolume is tweelaags en
voorzien van een zadeldak, waarvan de nokrichting loodrecht op de straat staat.
Het rechtervolume is eenlaags, eveneens met een zadeldak, maar met een lagere
nok en een nokrichting die evenwijdig aan de straat loopt.
In
de loop der jaren zijn rondom het oorspronkelijke gebouw meerdere aanbouwen
gerealiseerd, uitgevoerd in afwijkende bouwstijlen. De daken zijn gedekt met
rode terracotta dakpannen van het type Tuile du Nord, gelegd in
halfsteensverband. De dakvlakken worden aan de onderzijde beëindigd door een
overstekende gootlijst met bakgoot, gedragen door ingemetselde consoles. Aan de
topgevelzijden bevinden zich geveloverstekken, afgedekt met een zinken
deklijst.
De
gevels zijn gemetseld in kruisverband met hardgrauw bezande vormbakstenen en
afgewerkt met een knipvoeg. Ter hoogte van de verdiepingsvloeren lopen
horizontale banden van twee lagen zwart geglazuurde stenen. In de topgevel van
het linkervolume is in chaletstijl een spant ingemetseld. De stenen binnen de
vlakken van dit spant zijn ter decoratie zowel verticaal als horizontaal
geplaatst.
De
vensters bestaan uit T-schuiframen, met een gedeeld onderraam en een
bovenlicht. Boven de vensters zijn rollagen gemetseld in de vorm van getoogde
strekken, met kleine vormstenen als aanzet. De boogvelden zijn decoratief
gevuld met stukjes baksteen. De raamdorpels zijn uitgevoerd in donkerbruin
verglaasd materiaal.
De
voordeur is een fraai uitgevoerde paneeldeur met kleine vensters, waarover een
smeedijzeren decoratierek (ajour) is aangebracht. De deur heeft een
rondboogvorm en is geplaatst in een circa 60 centimeter diepe, rond getoogde
portiek. Boven de toegangsdeur bevinden zich drie smalle, verticale
glas-in-loodramen met segmentbogen en raamdorpelstenen, waarvan de uiteinden in
verstek zijn afgewerkt. Het glas in deze raampjes is direct in een
metselwerksponning geplaatst; er is geen raamhout toegepast.
In
bovenlichten en diverse nissen zijn glas-in-loodpanelen aangebracht. De
geometrische motieven van deze panelen bestaan uit rechthoekige glasstukken in
gekleurd glas.
Aan
de westzijde van het rechtervolume bevindt zich een schoorsteen, die door
middel van metselwerk extra is geaccentueerd.
Monument
Tot 1972 bleef de bestemming pastorie. Daarna kreeg het gebouw geleidelijk een
andere bestemming als parochiehuis. Momenteel is het gedeeltelijk dorpshuis
(‘de huiskamer van Herpt’) en gedeeltelijk heeft het een woonbestemming. Afgezien
van de toevoeging in chaletstijl is de pastorie gebouwd met tal van kenmerken
en detailleringen die vooruitlopen op de bouwstijl die later bekend zou worden
als de Amsterdamse School.
Gelet
op de naam van de architect, de toegepaste bouwstijl en het bouwjaar, ligt het
in de rede te veronderstellen dat het gebouw de status van rijks- of
gemeentelijk monument zou hebben?
Bart Beaard