De naam Vijfhoeven
verwijst naar het historische grondgebied ten noorden van de huidige
Wilhelminastraat. Het gebied werd aan de zuidzijde begrensd door ‘De Agter
Straat’, aan de westzijde door ‘De Mommer Steeg’, aan de oostzijde door ‘De
Hoogen Maas Dijk’ en aan de noordzijde door ‘De Wetering’. Het bestond uit
lange, smalle percelen, die hun oorsprong hadden in de middeleeuwse
veenontginning en voor de landbouw in cultuur waren gebracht. De vruchtbare
gronden stonden in de 19e eeuw onder meer bekend als ‘hopland’. Hier groeiden
metershoge hopranken, die langs draden en hopstaken omhoog werden geleid.
Bloemenkwekerij 'De Vijfhoeven'
In 1963 gaf Jan Willem van Kuijk (1941–2026)
de historische naam opnieuw betekenis door zijn pas begonnen bloemisterij en
plantenkwekerij ‘De Vijfhoeven’ te noemen. De naam werd in smeedijzeren letters
op de toegangspoort aangebracht. Jan begon aanvankelijk met kweken ‘onder plat
glas’. In 1963 liet hij achter zijn woning een bloemenkas bouwen, die in 1969
werd verdubbeld. Toen hij in 2006 de leeftijd van 65 jaar bereikte, begon Jan
Willem met de aanleg van een nieuwe tuin rondom zijn woning. Eerst legde hij de
vijver en de heggen aan, daarna volgden de paden en ten slotte de beplanting. In
de loop der jaren groeide de tuin uit tot een kleurrijk geheel, waarin het hele
jaar door wel iets in bloei stond. De naam van de voormalige kwekerij bleef
behouden en de tuin kreeg de naam ‘Tuin De Vijfhoeven’.
Foto Links: De ingangspoort naar
het woonhuis en de bloemkwekerij ‘De Vijfhoeven’, omstreeks de jaren zestig.
Foto Nico de Bonth.
Foto Midden: Na zijn pensionering
in 2006 veranderde Jan Willem van Kuijk de omgeving van zijn huis in een
bloementuin, die hij regelmatig voor het publiek openstelde. Collectie familie
Van Kuijk.
Foto Rechts: De bloemenkas die in
1963 naast ‘het plat glas’ werd geplaatst, werd in 1969 verdubbeld. Collectie
familie Van Kuijk.
De woning uit 1906
In 1906 waren Cornelis van Helvoort en Maria
de Vaan eigenaar van het grondperceel waarop de huidige woning werd gebouwd na
een brand of afbraak van een vorige woning. In 1927 kwam de woning in eigendom
van het landbouwersechtpaar Johannes van Kuijk (1857–1938) en Adriana
Mommersteeg (1854–1938). Beiden overleden in 1938. Door vererving kwam de
woning vervolgens in het bezit van hun zoon Adrianus (1893–1976), die in 1932
was getrouwd met Ludovica de Vaan (1901–1982). Adrianus en Ludovica hadden een
gemengd agrarisch bedrijf. Zij hielden wat vee en bewerkten het land, waar zij
onder meer groenten en fruit verbouwden. Omstreeks 1963 kreeg hun zoon Jan
Willem de woning met het bijbehorende land in bezit en begon hij er zijn
plantenkwekerij. Jan Willem trouwde in 1971 met Marie-Louise Trienekens
(1940-2025). De ouders van Jan Willen bleven tot hun overlijden inwonen.
Bouwstijl
De woning vertoont kenmerken van het eclecticisme, een bouwstijl waarin elementen uit
verschillende historische bouwstijlen met elkaar werden gecombineerd. De
eenlaagse woning heeft een vierzijdig schilddak, waarvan de nok evenwijdig aan
de straat ligt. Het dak is gedekt met blauw gesmoorde dakpannen van het type Tuile du Nord en voorzien van meerdere dakkapellen met twee
of drie vensters. Deze hebben houten topgevels en zijn afgedekt met zinken
daken. Aan de onderzijde van het schilddak bevindt zich een kroonlijst met
bakgoot, ondersteund door houten consoles. De gevels zijn opgetrokken in
baksteen, gemetseld in kruisverband en afgewerkt met een lintvoeg. Ter hoogte
van de bovenzijde van de vensters zijn twee gele speklagen in het metselwerk
aangebracht. De vensters worden aan de bovenzijde afgesloten door rollagen,
uitgevoerd als anderhalve steen hoge, uitwaaierende strekken. De voorgevel is symmetrisch ingedeeld en heeft vier vensters
met T-ramen , houten inpandige rolluiken`. De vensters rusten op hardstenen
dorpels. De voordeur bevindt zich in een twee steens diepe nis. D deur heeft
twee glasramen, bedekt met zes Jugendstil smeedijzeren segmenten. Aan de
onderzijde van de gevel bevindt zich een circa 30 centimeter hoge,
gecementeerde plint. De combinatie van de symmetrische gevelindeling, de
speklagen, de uitwaaierende strekken, de houten detaillering en de rijk
uitgewerkte dakpartij geeft de woning een karakteristiek eclectisch aanzien,
zoals dat aan het begin van de twintigste eeuw vaker bij burgerwoningen werd
toegepast.
Bart
Beaard