Het huis werd in 1618 gebouwd door
Alexander Courtman. Courtman was meester-chirurgijn bij Willem Adriaan van
Horne, Heer van Kessel (ca. 1567–1625), die sinds 1613 gouverneur van Heusden
was. Nadat in het begin van de zeventiende eeuw de eerste vestingwerken waren
aangelegd, werd de stad buiten de stadsmuren uitgebreid met een gebied dat
Nieuwstad werd genoemd.
In die periode ontstonden onder andere de Oudheusdensestraat
en de Sterrestraat, die toen nog Oudheusdenseind heette. Voor de bebouwing in
deze straten werd een prijs van 100 Carolusguldens (genoemd naar keizer Karel V
en gebruikt in de 16e en 17e eeuw) uitgeloofd voor het
mooiste huis. Courtman won deze prijs, die in 1622 werd toegekend. In het
streekarchief SALHA zijn de toenmalige bouwvoorschriften nog aanwezig. Daarin
staat onder meer dat de huizen minimaal 24 voet (ca. 7,2 meter) hoog moesten
zijn en bekroond dienden te worden met een trapgevel. De huidige straatgevel is
een zogenoemde voorzetgevel, die omstreeks 1825 de trapgevel heeft vervangen.
Foto Links: Deze woning werd in
1618 gebouwd. De voorgevel werd omstreeks 1825 vervangen door een voorzetgevel,
die in 1972 gerestaureerd werd. Foto Ad Hartjes.
Foto Rechts: De voordeur heeft een prachtige houten omlijsting en
een bovenlicht in de vorm van een snijraam, versierd met een vaas en draperie. Op de tussendorpel
staat de tekst ‘Het Wittebroodskint’. Foto Ad Hartjes
Pieter Vreede
Pieter Vreede werd op 8 oktober 1750 in Leiden geboren. Aan het einde van de
18e eeuw was hij een rijke Tilburgse lakenfabrikant. Hij had een
uitgesproken patriottische achtergrond en streed, mede tegen de orangisten van
stadhouder Willem V, voor meer democratische hervormingen. De Franse Revolutie
gaf deze beweging een krachtige impuls, wat uiteindelijk leidde tot het
ontstaan van de Bataafse Republiek en het einde van de Republiek der Verenigde
Nederlanden. Onder leiding van Vreede kon in 1795 voor Bataafs Brabant de weg
worden ingezet naar erkenning en de vorming van een volwaardige provincie. In
1802 verdween hij uit het publieke leven. In 1824 ging hij bij zijn zoon in
Heusden wonen, die daar werkzaam was als kanton- en later als vrederechter. Pieter Vreede overleed in dit pand op 21
september 1837. Hij werd begraven in Gouda.
Jan Simonis
Het pand kende daarna meerdere eigenaren en functies. Op 8 maart 1967 werd
de woning aangewezen als Rijksmonument (nr. 22091)
en tijdens de restauratieperiode door de gemeente Heusden aangekocht. Op 17 mei
1971 verleende de gemeente vergunning aan Jan Simonis
als nieuwe eigenaar om het pand te restaureren. Het restauratieontwerp werd
vervaardigd door restauratiearchitect Ab Peetoom. De
werkzaamheden werden uitgevoerd door Bouwbedrijf Van der Linden
uit Sint-Michielsgestel en het pand werd opgeleverd op 9 mei 1972. De nieuwe
eigenaar, Jan Simonis (1938–2016), was
leraar, filosoof, beeldhouwer en crucigraaf (verzamelaar van kruisafbeeldingen).
Achter het huis hadden hij en zijn vrouw Francine een beeldhouwersatelier
met een verzameling van honderden kruisbeelden. Jan overleed in dit pand op 12
april 2016.
Bouwstijl
Het gebouw is tweelaags en voorzien van een zadeldak met
dakschilden, gedekt met rode terracotta dakpannen van het type Verbeterde Holle.
De gevel wordt aan de bovenzijde afgesloten met een geprofileerde kroon- en
gootlijst. De voorzetgevel is gemetseld in kruisverband
met handgevormde baksteen en afgewerkt met een knipvoeg.
De gevel bevat vier- en zesruits schuifvensters. Deze hebben aan de bovenzijde
anderhalve steens hoge uitwaaierende strekken. De dorpels zijn half steens
gemetselde rollagen. Boven de opgeklampte
voordeur bevindt zich een bovenlicht in de vorm van een snijraam met een symmetrische en geometrische indeling,
voorzien van een vaas en een draperie. De ingang is omlijst met houtwerk met
daarboven een kroonlijst met twee voluutvormige consoles. Op de tussendorpel
staat de inscriptie ‘Het Wittebroodskint’.
Deze benaming verwijst naar een verwend of beschermd kind. De woning heeft een
hardstenen stoep en twee stoeppalen met sierkettingen naar de gevel.
Bart Beaard