In 1960 werd het huis
aangekocht door Heusdenaar Kees Veltman (1920 -1965 ). Op dat moment werd het
pand nog bewoond door twee gezinnen en verkeerde het in vervallen staat. Op 8
maart 1967 werd het huis door de Rijksdienst voor
het Cultureel Erfgoed aangewezen als Rijksmonument (monumentnummer
22060). In 1975 liet mevrouw H.P. Veltman-Clerkx (1921-2017) het pand
restaureren. De restauratietekeningen en het bouwhistorisch onderzoek werden
uitgevoerd door architectenbureau Ab Peetoom.
Tijdens de restauratie stelden
archeologen vast dat het voorste gedeelte van het huis vermoedelijk rond 1540
is gebouwd. Deze datering kon worden afgeleid uit archeologische vondsten in
het pand zelf. Onder de bestaande vloer werd een oudere vloer aangetroffen,
bestaande uit terracotta tegelplinten en -tegels. Op basis van deze vondst kon
het bouwjaar bij benadering worden vastgesteld. De oudste bekende vermelding
van bewoning staat 1602 in het Verpondingregister. In dat jaar was het huis
eigendom van Jan Pauwelszn van Drongelen. Van 1614 tot 1628 kwam het pand in
bezit van zijn erfgenamen. Er was sprake van een ‘sijdelhuis’, een ernaast
liggend huis. Een bekende bewoner
uit ‘De Elite van Heusden’ was Benjamin Lionet (±1675-1740), predikant van de
Waalsekerk. Hij woonde er van 1708 tot 1734. Aansluitend kende het huis nog veel
eigenaren en/of bewoners.
Foto Links: Deze opname uit 1975 toont de woning in een
sterk vervallen toestand. Bron: SALHA.
Foto Rechts: De monumentale
woning na restauratie, met hersteld metselwerk en een fraai opgeknapte
klokgevel. Foto: Ad Hartjes.
Bouwstijl
Tijdens de
restauratie in 1975 vond tevens een ingrijpende verbouwing plaats. Het dak van
het hogere achterhuis werd daarbij in één lijn gebracht met het dak van het
voorhuis. Intern werd de indeling van het gehele pand opnieuw vormgegeven. Het
huis heeft een zadeldak met de nok loodrecht op de straat gericht. Het dak is
gedekt met rode terracotta dakpannen van het type VOH – Verbeterde Oude Holle.
De voorgevel
werd gerestaureerd en op enkele punten aangepast. De bestaande pleister- en
verflagen werden verwijderd, waarna de roodgebakken stenen zorgvuldig werden
schoongebikt. Het metselwerk vertoont geen eenduidig verband; er is afwisselend
sprake van een koppen- en een strekkenlaag, wisselend uitgevoerd met hele
stenen, drieklezoren en halve stenen. Vervolgens werd het voegwerk vernieuwd. De
gevel is aan de bovenzijde afgesloten door een klokgevel. Tijdens de
restauratie werd de oorspronkelijke bekroning met een halfronde bolvorm
vervangen door een lijst, met bolvorm en aan weerskanten inzwenkende delen. De
lijst is gemaakt van kunststofplaten en heeft een afdekking van zinkplaat. De
bovenzijden van de ingezwenkte geveldelen zijn afgedekt met een halfsteens
rollaag. Aan de onderzijde zijn natuurstenen klauwstukken aangebracht,
uitgevoerd als ornamenten met een voluutvorm.
Op de begane
grond bevinden zich twee achtruits schuifraamkozijnen. Op de eerste verdieping bevinden
zich twee en op de tweede verdieping een vierruits schuifraamkozijn. Boven de
vensters op de eerste en tweede verdieping bevinden zich steens hoge ontspanningsbogen
met gemetselde boogvelden. Direct onder de kozijnen van de eerste verdieping
loopt over de volledige breedte van het huis een drielaagse, uitgemetselde
waterslag. De middelste laag is uitgevoerd als muizentand. De voordeur bestaat
uit een paneeldeur met een bovenlicht, als geometrisch snijraam. De
ingangspartij wordt omlijst door gegroefde pilasters met basementen en
hardstenen neuten. Boven de ingang bevindt zich een kroonlijst.
Bart Beaard