Het is
aannemelijk dat op deze locatie ten tijde van de eerste bebouwing in Heusden in
de 14e eeuw een huis werd gebouwd. In het vroegste verpondingregister
in 1602 werd het huis ‘Den Beir’ genoemd.
Het register vermeldt ook latere eigenaren,
waaronder Huibert Waelewijns (†1673), ‘Out-Borgemeester der Stede Heusden;
Samuel de Fockaert in 1699; en magistraat Bernardus van Banghstee (1669-1751)
in 1720. In 1832, ten tijde van de vervaardiging van de kadastrale minuut, was
het bezit van de erven van Abraham van Baak. Daarna volgen er vele eigenaren.
In het verleden werd aan de achterzijde een schuur gebouwd. Het dak van de
schuur is gebouwd met Polonceau spanten. Het is bijzonder dat het pand tevens een
inrit heeft aan de Pelsestraat. In 1940 kwam het in bezit van Kasper Nieuwkoop
en werd het een garagebedrijf. Aan de voorzijde stonden twee
SHELL-benzinepompen en de 6000 liter benzinetank lag ondergronds binnen het
pand. Sinds 1984 heeft het pand een winkelbestemming en een woonruimte op de
verdieping en zolder. De gevelindeling is toen gewijzigd naar de
indeling van voor 1940. Het pand is een gemeentelijk monument.
Het pand heeft twee bouwlagen en een schilddak waarvan
de nok loodrecht ten opzichte van de straat ligt en gedekt is met rode
terracotta dakpannen, type OVH. In het dakschild bevindt zich een kleine
dakkapel. De beeldbepalende lijstgevel, in neorenaissancestijl, is niet
oorspronkelijk en is bij een verbouwing omstreeks 1896 als voorzetgevel
geplaatst. De gevel is gemaakt met hardgrauw bakstenen, gemetseld in kruisverband
met volle voeg. Het dak is aan de gevelzijde beëindigd met een geprofileerde
kroonlijst met bakgoot. Aan de uiteinden wordt de goot gesteund door gemetselde
pilasters met aan de onderzijde natuursteen blokken in de vorm van een voluut.
Tussen deze consoles is een fries met drie velden in tegelmozaïek.
Foto Links: De
beeldbepalende lijstgevel, in neorenaissancestijl, is niet oorspronkelijk en is
bij een verbouwing omstreeks 1896 als voorzetgevel geplaatst. Foto Ad Pellemans
Foto Rechts: De stoep heeft een oprit vanaf het straatniveau tot de
hoogte van de deurdorpel en waaiert vanaf de deurstijlen in een haakse bocht.
Door de kunststeen speklagen is de gevel geleed, een
kenmerk van de neorenaissance bouwstijl. De bovenste geleding loopt door in de
rollaag van de segmentboog boven vensters met T-ramen. De aanzet- en sluitstenen
zijn geaccentueerd. De eensteens hoge rollaag bestaat uit gele en zwarte
verblendstenen. De boogvelden hebben een tegelmozaïek. De bovenlichten van de
vensters hebben glas-in-lood. Onder de vensters bevindt zich over de volle
woningbreedte een gedeelde natuurstenen dorpel. Daaronder ligt nog een dorpel van
kraalstenen met een bakstenen band met een veld met tegelmozaïek.
De begane grond heeft een brede deur met segmentboog
en twee smalle deuren met aan de bovenzijde een rondboog met glas-in-lood. Een
aanzet is een steen met MMXXIV, 2024, het jaartal van het restaureren. Onder de
aanzetten van de rollagen zijn kleine tegelvelden aangebracht.
De grote deur is een stolpdeur met glaspanelen. De
kleine deuren zijn paneeldeuren.
In de gevel zijn zes gesmede gevelankers in twee
groottes. De plint is gecementeerd waarna grijs geschilderd. De stoep heeft een
oprit vanaf het straatniveau tot de hoogte van de deurdorpel en waaiert vanaf
de deurstijlen in een haakse bocht.
Bart Beaard