Op
28 mei 1956 werd door Burgemeester en Wethouders van Drunen het grote
uitbreidingsplan ‘De Braken’ gepresenteerd. Alle straten binnen het plan werden
vernoemd naar leden van het vorstenhuis Oranje-Nassau. In de meeste straten
kwamen rij- of dubbelwoningen, alle met een met dakpannen gedekte zadeldak.
Aan
de zuidzijde van de Prins Hendrikstraat werden in 1960 11 halfvrijstaande dubbelwoningen
gebouwd met een sterk afwijkende bouwstijl. Stichting Lips Woningbouw was de
opdrachtgever voor deze woningen met een kubische hoofdvorm, twee lagen en met een
licht schuin en geknikt bitumineus dak met uitstekende daklijsten. Later werd
de bouwstijl ‘modernistisch’ genoemd. De architectuur van deze woningen was
vrijwel gelijk aan die van de 130 woningen in het Batadorp in Best die
omstreeks 1935 gebouwd waren. Die woningen waren gebouwd als arbeiderswoningen.
Samen met de directiewoningen, het hoofdgebouw, de fabrieksgebouwen, de straten
en de groenstroken werd dit dorp op 29 februari 2016 door de minister van O.C.W.
aangewezen als Beschermd Dorpsgezicht Batadorp.
Batadorp
Best
De 130 BATA-woningen in Best zijn van de
architectuurstijl ‘Modernistische Bouw’. De architect was de Tsjech A. Vitek.
Het uitgangspunt was rationeel, universeel en gestandaardiseerd. Dat werd
ingevuld door seriematig en efficiënt bouwen volgens een geschikt ontwerp van
de woning en de daarvoor geschikte materialen. De seriematige of ook wel
industriële productiewijze paste Thomas Bata, de grondlegger van het Bata
concern, ook toe in zijn schoenenfabrieken in zijn thuisstad Zlín in
Oost-Tsjechië. Het Batadorp was een satelliet vestiging van Bata zoals ze over
de hele wereld werden gesticht. Thomas Bata was samen met Anton Philips in de
leer bij Henri Ford en zo raakten de twee ondernemers bevriend. Philips had ook
nog wel ‘een stukkie grond’ bij Eindhoven waar Bata zich kon vestigen. Het
uiteindelijke doel was de verlaging van de bouwkosten, zodat alle werknemers in
een zogenaamde grondgebonden woning konden wonen met een eigen voordeur en een
klein tuintje.
Huidig
aanzicht van de woningen, waarbij de tussenruimten zijn volgebouwd met een
grote variëteit aan uit- en aanbouwen en/of garages. Foto Bart Beaard
Stichting
Lips Woningbouw
Het aanzien van de dubbelwoningen in Drunen was heel
strak. De woningen werden gebouwd op grote grondstukken, waarvan de
perceelgrenzen schuin lagen ten opzichte van de straat. Hierdoor kwamen de gevels
schuin en gedeeltelijk verspringend te staan ten opzichte van de straat,
waardoor een zaagtandrooilijn ontstond. De dubbelwoningen stonden ook ver uit
elkaar dat was bij de BATA-woningen ook gebruikelijk. Door het rationeel en
functioneel denken werd allereerst overgegaan naar een uitvoering met een licht
schuin en geknikt dak zonder zolder. De ruimte van de zolder werd veelal als
rommelhok gebruikt en werd door de architect als onnodig en verwerpelijk
gezien. Er was geen ruimte voor niet-functionele versieringen en details,
waardoor bakstenen gevels werden gemetseld in grote vlakken. Afgezien van
enkele rollagen waren er geen versieringen in het metselwerk en waren er geen zandstenen
ornamenten bij venster- en deuropeningen. De bakstenen waren van het type bruine
hardgrauw, gemetseld in wild- of vrij verband
en volgevoegd. Op de hoeken werden de einden van de zijgevels schuin beëindigd,
waardoor er een vorm van kolommen
ontstond, wat een bijzonder aanzien gaf. Voor de verdiepingsvloer werden prefab
vloerelementen toegepast, wat toen een nieuwe ontwikkeling was. Aanvankelijk
waren het huurwoningen, maar later zijn de woningen verkocht aan de bewoners.
De meeste bewoners hebben nadien gezorgd voor een variëteit aan uit- en aanbouwen
en/of garages.
Bart
Beaard