
| Maatregelen voor verbeteren habitat in leefgebied van de huismus - Behoud of verkrijgen van voldoende dekkingsmogelijkheden door bijvoorbeeld: o Aanplant van doornige struiken als vuurdoorn en meidoorn, groenblijvende heesters, klimplanten als klimop of wingerd, beukenhagen, en dergelijke binnen 5 à 10 meter (bij voorkeur binnen 2,5 meter) van plekken waar gefoerageerd wordt. Bladverliezende soorten zijn in de winterperiode minder effectief. o Aanplant van inheemse soorten bomen en ander opgaand groen binnen 5 à 10 meter (bij voorkeur binnen 2,5 meter) van de plekken waar gebroed wordt o Kant-en-klare hagen of gevelgroen aan te brengen als tijdelijke voorzieningen noodzakelijk zijn. Voor al deze maatregelen geldt dat ze een hoogte van minimaal 3 meter moeten hebben willen ze effectief zijn. - Behoud of ontwikkeling van slaapgelegenheden door bijvoorbeeld o Aanbrengen van groenblijvende gevelbegroeiing of ander verticaal groen, bijvoorbeeld met vuurdoorn, klimop o Aanplanten van groenblijvende heesters (bijvoorbeeld liguster, hulst) of coniferen (bijvoorbeeld taxus). o In de winterperiode winternesten aan te bieden in de vorm van bijvoorbeeld takkenhopen of strobalen als een tijdelijke oplossing noodzakelijk is. Voor al deze maatregelen geldt dat ze een hoogte van minimaal 3 meter moeten hebben willen ze effectief zijn en zo mogelijk binnen 100 meter van de nestplaats aanwezig moeten zijn. - Behoud of ontwikkeling van voldoende plekken waar gefoerageerd kan worden, door bijvoorbeeld: o In stand houden of ontwikkelen van overhoekjes of stroken ruigte met onkruiden als bron voor zaden en kleine zachte insecten. Straatgras, herderstasje en weegbree zijn favoriete onkruiden o Extensiever beheer van gazons door het terugbrengen van de maaifrequentie naar 1 maal per jaar. Het maaien vindt niet in het najaar plaats het bijvoeren met meelwormen in de periode dat er jongen zijn of met zaden e.d kan als tijdelijke maatregel in aanmerking komen. o Op plekken met weinig kans op aanrijding gesloten (asfalt)verharding te vervangen door klinkerbestrating. Voor al deze maatregelen geldt dat voedsel bij voorkeur jaarrond beschikbaar is en zo mogelijk binnen 100 meter van de nestplaats beschikbaar is en dat er binnen 5 à 10 meter (bij voorkeur binnen 2,5 meter) dekking aanwezig is. - Behoud van voldoende drinkwater door bijvoorbeeld aanleg van vijvers - Behoud van voldoende mogelijkheden voor nemen van stofbaden door zandige plekken te realiseren of te handhaven. - De effectiviteit van de getroffen maatregelen worden gemonitord. (Bron: Kennisdocument Huismus (beschikbaar op https://www.bij12.nl/assets/BIJ12-2017-009-Kennisdocument-Huismus-1.0.pdf )
|
| Links naar meer informatie over de huismus: - Factsheet Vogelbescherming: https://assets.vogelbescherming.nl/docs/55a49bdc-c94c-4467-9c8c-a3ffcaefdb66.pdf?_ga=2.2265712.17516695.1587223655-345454104.1586719289 - Broedvogelrapport 2017 SOVON, p. 105-108 https://www.sovon.nl/sites/default/files/doc/rap_2019-04_broedvogelrapport-2017-kl.pdf - Wikipedia: https://nl.wikipedia.org/wiki/Huismus - Kennisdocument Huismus: https://www.bij12.nl/assets/BIJ12-2017-009-Kennisdocument-Huismus-1.0.pdf - https://www.stichtingdemussentoevlucht.nl/de-huismus/
|
Loading articles...
Loading