Op de grote akker van de Pessaert in de Loonse en Drunense Duinen worden twee brede houtsingels aangeplant die het oude hoevenlandschap haar kleinschalige karakter teruggeven. De aanplant maakt onderdeel uit van een project dat Natuurmonumenten samen met de Provincie Noord-Brabant uitvoert om de natuur van de Loonse en Drunense Duinen te versterken.
Landschapselementen goed voor de biodiversiteit
Gedeputeerde Hagar Roijackers (Natuur, Milieu en Brabants
Programma Landelijk Gebied) plant samen met Lars Koreman, provinciaal
ambassadeur van Natuurmonumenten een fruitboom aan. Deze komt tussen de
struiken in de twee houtsingels te staan. Deze groene landschapselementen
vormen straks een waar voedselwalhalla voor insecten, vogels en andere dieren,
waaronder de das.
Rond 1957 verdwenen de laatste houtsingels op de Pessaert en werden de akkers steeds intensiever bewerkt. Deze ontwikkeling vond overal in Nederland plaats met desastreuse gevolgen voor de biodiversiteit in het landelijk gebied. De Pessaert valt al sinds 1976 onder het natuurgebied, maar tot 2020 liep er nog een regulier pachtcontract, waardoor er intensief werd geakkerd en herstel van het landschap niet mogelijk was. Nu komt daar verandering in en keren de houtsingels terug.
“We willen het Brabantse landelijk gebied aantrekkelijker maken”, aldus Hagar Roijackers. “Daarom is het herstel van groene én blauwe landschapselementen heel belangrijk. De provincie streeft ernaar om in 2030 minimaal 5% van het landelijk gebied te vullen met deze elementen. We planten en leggen bomen, bossen, houtsingels, heggen, waterlopen en natuurvriendelijke oevers aan. Dit helpt niet alleen vogels, insecten en andere dieren. Ook de recreant kan genieten van schone lucht, verkoeling en een afwisselend landschap. Deze en andere mooie initiatieven steunen we ook met ons Actieplan Brabantse Bomen.”
Voedselrijke schakel in heidecorridor
De akkers van de Pessaert vormen een belangrijke schakel
in de open heideverbinding die onlangs is aangelegd tussen de droge heidevelden
in het centrale stuifzandgebied en de vochtige heide tegen het
Drongelenskanaal. Hiervoor zijn dichtgegroeide heideveldjes weer opengemaakt en
zijn op een paar plaatsen doorgangen in het bos gekapt waar zich weer heide kan
ontwikkelen. Dieren die van heide afhankelijk zijn, zoals heivlinder,
veldkrekel, nachtzwaluw en levendbarende hagedis, krijgen er een groter en beter
leefgebied door. Populaties kunnen elkaar via de ‘heidesnelweg’ weer bereiken.
In tijden van schaarste kunnen dieren makkelijker migreren naar plekken, zoals
de Pessaert. Het aanbod aan mineralen is hier veel groter door de akkergewassen
en de nectar en bessen in de houtsingels.
Gevarieerde aanplant in de houtsingels
Beide houtsingels zijn ieder 150 meter lang en 10 meter
breed en worden aangeplant met 15 fruitbomen en ruim duizend, vooral
besdragende, struiken. Voor de fruitbomen is gekozen voor oude rassen zoals
notarisappel, sterappel en mispel. En bij de struiken gaat het om tien soorten
waaronder egelantier, eenstijlige meidoorn, wilde kardinaalsmuts, lijsterbes,
vuilboom en gewone vlier. Allemaal struiken die in het voorjaar met hun bloesem
een belangrijke nectarbron vormen voor insecten en waar vogels zich in het
najaar kunnen opvetten aan de bessen. De eerste jaren wordt de jonge aanplant
met een wildkerend raster omheind om deze te beschermen tegen de fijnproevers
van het gebied, de ree. Als de struiken wat groter zijn, wordt het raster weer
verwijderd.