“Gelukkig stammen wij niet af van
chimpansees, maar van bonobo’s”, zegt Sophie, “want chimpansees zijn belust op
macht, zijn moord- en wraakzuchtig, bonobo’s zijn empathisch.” Het - akelig realistisch aanvoelende - toneelspel
van Jong Ernst en Luim is op dat moment, op zaterdag 11 april, al enige tijd
onderweg in De Steeg in Haarsteeg. Bram reageert niet, hij reageert überhaupt
niet op wat Sophie zegt, maar Bram is wel degene die het spel van macht over de
groep tot in de puntjes in zijn vingers heeft. Lef, agressie, woordeloze
manipulatie, dreiging, dé ingrediënten om de groep naar zijn hand te zetten.
De pispaal
Nee, geliefd in de groep is Jip niet. Hij is
als het bekende ‘sukkeltje, de pispaal’ in een groep, en niet alleen bij
pubers. Die jongen - die persoon - die er nooit echt bij hoort, die hooguit
getolereerd wordt, maar meestal wordt gepest en erger.
We zien hoe de groep van zes pubers rondhangt,
acrobatische toeren uithaalt, stoer gedrag vertoont, maar we zien ook het
onderliggende ongemak. We zien hoe Sophie zich in alle bochten wringt om tot de
zwijgzame Bram door te dringen, hem bijzondere karaktertrekken toedicht, hem
typeert als de eenling in zijn eigen onrealistische wereld en dat zelfs
charmant lijkt te vinden, terwijl Bram onverstoorbaar zijn verziekte brein laat
werken. En die geen sjoege geeft. Intussen laat hij zijn kaken malen op de chips,
waarvan hij zakken vol in zijn rugzak heeft gepropt.
Dood, verboden woord
Wat je niet ziet, is er niet, wat je niet zegt
ook. ‘Dood’. Thomas verbiedt zijn vrienden het woord te gebruiken. Het is niet
gebeurd en waag het niet om tegen Thomas’ dreigende taal in te gaan.
Geleidelijk aan komt de gruwelsituatie die
zich heeft afgespeeld tot leven. Hoe stoer de jongelui ook lijken, Brams wil
was en is wet. Jip is verdwenen in het grote, diepe gat in de grond, dat
weliswaar bedekt was met een rooster, maar dat niet bestand bleek tegen de
neerstortende Jip. Neerstortende, ja, want tegen de regen van keien die zijn
‘vrienden’ op zijn hoofd lieten neerdalen, was geen kruid gewassen. En ja, wat
hebben we gelachen en Jip ook, toch? Jip was toch ook een vervelende jongen?
Nou dan!
De list met DNA
De intimidatie van Bram werkt, uiteindelijk,
zelfs bij Wessel en tandarts-in-wording Annabelle, wier angst voor Bram het
wint van de moraal. Sterker, de groep (brave witte jonge mensen) wil dat Bram
met een plan komt. Want schuld bekennen betekent gevangenisstraf en wie heeft
daar baat bij? Dat een onschuldige, gezette postbode-met-slechte-tanden dankzij
Brams list met DNA voor de vermeende moord moet opdraaien, voelt weliswaar
onaangenaam, maar beter één man dan een groep van zes. Vindt Bram en dus uiteindelijk
ook de rest, in meer of mindere mate. Toch, het geweten knaagt en dat eist zijn
tol.
Opgestaan is plaats vergaan
Er is een afscheidsdienst gehouden, er is een
scheikundelokaal genoemd naar Jip en een zwangere moeder wil haar kind naar hem
vernoemen. Steeds meer voltrekt zich een drama in de hoofden van de jonge
mensen: het bevreemdende gedrag van Wessel roept boosheid en walging bij hen
op.
En dan blijkt Jip toch niet dood. Verstopt in
een heg is hij aan het overleven, een bizarre wending. Maxim en Annabelle
willen hem helpen, immers, is het niet beter ten halve gekeerd dan ten hele
gedwaald? Bram vindt van niet en een oplossing heeft hij voorhanden: de truc
met de plastic zak. Wessel mag, nee, moet die truc gaan uitvoeren, vindt ook
ruggengraatloze Lou, de waarachtige meeloper van de groep. Weerzin en wanhoop
wisselen zich zichtbaar in de hoofden af.
Voor Sophie wordt een grens overschreden. Haar
verwoede, aandoenlijk naïeve pogingen om Bram te bereiken leidden tot niets en
dus is ze vertrokken, naar verluidt naar een andere school. Even leek Bram van
zijn stuk gebracht in zijn onaanraakbare houding toen Sophie aankondigde te
vertrekken. Heel even. Maar Bram komt niet meer van zijn plek.
Wat zou jij doen?
Dan voltrekt zich voor de ogen van het publiek
het verschrikkelijke, het onvoorstelbare. De boodschap is helder: wij allen
zijn daders als het eropaan komt. Of, minder stellig: wie zou in staat zijn
zich tegen de groepsdruk te verzetten, zijn verantwoordelijkheid te nemen als
door de dreiging van één persoon de rest al overstag is of lijkt te zijn
gegaan?
Fantastische spel
Zo jong en dan zo overtuigend een realistische
sfeer kunnen oproepen, dat is Kunst met een grote K. Onder regie van Amé van
Zutphen kwam een waar kunstwerk tot leven. Het laaiend enthousiaste publiek
liet daarover geen twijfel bestaan. Applaus!
Tekst: Dimph Vos
Foto’s: Kim Koks (Kim Fotografie Haarsteeg)