Het Koninklijk Nederlands Meteorologisch Instituut (KNMI)
gaat vanaf 2 november plaatselijk waarschuwen voor gevaarlijk weer met code
geel, oranje en rood. De waarschuwingen gelden dan niet langer per provincie,
maar voor kleinere, wisselende gebieden. Daardoor krijgen mensen volgens het
weerinstituut gerichter te horen waar precies gevaarlijk weer wordt verwacht.
Het KNMI wil voorkomen dat hele provincies worden
gewaarschuwd terwijl het gevaarlijke weer slechts een deel daarvan treft.
"Door het echt plaatselijker en gerichter te maken, hopen we dat deze
waarschuwing ook veel relevanter wordt voor het algemene publiek", zegt
Jorinde de Groot, projectmanager bij het KNMI.
Of de nieuwe werkwijze leidt tot meer of minder
waarschuwingen, is nog onduidelijk. "Het kan een beetje alle kanten op
gaan", zegt De Groot. Bij mist kunnen bijvoorbeeld meerdere losse gebieden
tegelijk een waarschuwing krijgen.
Op de website en in de app van het KNMI kunnen mensen zien
of hun locatie binnen een waarschuwingsgebied valt.