Een 58-jarige man uit Heusden hield onvoldoende rechts
met zijn auto en had te veel alcohol gedronken toen hij in maart 2022 een
fietser aanreed op een onverlichte weg in zijn woonplaats. Hij krijgt daarvoor
de maximale taakstraf van 240 uur, een voorwaardelijke gevangenisstraf van zes
maanden en een voorwaardelijke rijontzegging van één jaar.
De verdachte reed die bewuste avond met zijn partner en zoon
over de Nieuwe Maasdijk, de fietser kwam uit de tegenovergestelde richting. De
verdachte reed de fietser met zijn auto aan. Het slachtoffer overleed ter
plaatse aan zijn verwondingen.
Uit onderzoek blijkt dat de verdachte onvoldoende rechts
hield en tijdens de aanrijding op de linkerweghelft van de smalle weg reed.
Bovendien had hij te veel alcohol op. Het precieze alcoholpromillage van
de verdachte kon niet vastgesteld worden, omdat hij bij het reanimeren van het
slachtoffer onder meer bloed van het slachtoffer binnen kreeg en daarom zijn
mond heeft gespoeld met spiritus. Het bloedonderzoek vond daarna plaats. Op
grond van deskundigenonderzoek concludeert de rechtbank echter dat de verdachte
in ieder geval iets meer heeft gedronken dan de toegestane 0,5 promille.
De rechtbank oordeelt dat de verdachte aanmerkelijk
onvoorzichtig reed door onvoldoende rechts te houden met het beperkte zicht dat
hij had, in combinatie met zijn te hoge alcoholinname.
Immens verdriet
De verdachte deed de nabestaanden onherstelbaar leed aan. De rechtbank
realiseert zich dat geen enkele straf hun immense verdriet weg zal kunnen
nemen.
Gezien de ernst van het feit, aanmerkelijk onvoorzichtig
rijden met dodelijke afloop, legt de rechtbank de maximale taakstraf van
240 uur op. Om te voorkomen dat de verdachte opnieuw in de fout gaat, krijgt
hij daarnaast een voorwaardelijke celstraf van zes maanden en een
voorwaardelijke rijontzegging van een jaar. Bij dit laatste heeft de rechtbank
er rekening mee gehouden dat de verdachte zijn rijbewijs nodig heeft voor zijn
werk en het, onder meer vanwege de door hem nog te betalen schadevergoedingen,
belangrijk is dat hij zijn werk en daarmee een inkomen behoudt.
De officier van justitie eiste een zwaardere straf, omdat
zij uitging van een hogere mate van schuld dan de rechtbank.
Bron: Rechtbank Oost Brabant