Al mijn hele leven (81 jaar) woon ik in Drunen. Onlangs las ik in Weekblad Heusden de oproep om iets te vertellen over het Lieve Vrouwepad. Ik had het al eens eerder op een oude kaart gezien en herkend. Nu ook het voetgangerspoortje ter sprake kwam, zag ik het allemaal weer voor me.
Als laatste in de rij van tien woonde ik in Drunen tot ongeveer 1965 op Grotestraat 24 en herinner mij vooral de wandelingen op zondagmorgen die mij ouders maakten naar “d’n hof”, zoals dat toen heette. Vader in zijn zondagse pak met zijn sigaar en moeder met haar zondagse schort voor. En maar kijken hoe alles erbij stond. Wat uitgekomen was, wat gegroeid was en waar nog een vergeten onkruidje uitgetrokken moest worden. Hoe de bessen erbij stonden en de frambozen langs de touwtjes omhoog klommen.
Als het zomer werd en er geoogst moest worden, ging de wandeling anders en ging ik meestal mee. We gingen niet langs de Grotestraat, maar aan het einde van “d`n hof” rechtsaf langs het huis van Toon Versteeg en kwamen zo op het Lieve Vrouwepad en liepen dan richting de spoorlijn. Links en rechts van het pad lag ons land waar het koren groeide en vooral rijp moest worden voor een goede oogst. Vader liet moeder aren zien en al voelend eraan zei ze dat ze volgens haar nog meer zon nodig hadden.
Als kind interesseerde mij vooral hoe de korenbloemen, klaprozen en margrieten een prachtige schilderij vormden met het wuivend koren en ik wilde plukken en plukken! Maar vader zei dat er een `menneke` in het koren zat, dat mij mee zou nemen als ik het plat zou trappen. Dus daarna bleef ik voorzichtig op de rand van het pad en plukte alleen maar de bloemen waar ik met gestrekte arm bij kon. Aan het eind van het Lieve Vrouwepad kwamen we bij de spoorwegovergang. We waren geen mensen tegengekomen en jammer genoeg geen trein. Het was oorlog geweest en er reden geen treinen. We staken de rails over en kwamen bij een wonderlijk hekje, rood-wit. Je kon het opzij draaien en dan kwam je in een weiland waar koeien liepen. Ik was er niet bang van, ik was ze immers gewend. Aan het eind van de wei hield vader het prikkeldraad omhoog, zodat moeder en ik eronderdoor konden kruipen. Zelf stapte hij eroverheen en dan waren we bij het `kapelleke`. Moeder zei dat Maria daar was geweest om een boer die erge dorst had drinken te geven. Dat was heel lang geleden, zei ze. Maria in het `kapelleke` zag er heel mooi uit en ik legde mijn korenbloemen bij de andere boeketten. Daarna moesten we zachtjes drie weesgegroetjes bidden voor de zieke mensen en mensen die erge zorgen hadden.
En dan liepen we terug, niet door d`n hof, maar langs Toon Versteeg, waar het erg stonk, omdat hij de huiden van dode koeien en andere beesten kocht. Om ze vervolgens te verkopen aan leerlooierijen. Tussen het huis van bakker Willemse en Jaones de Mallus (Jan Nelis) kwamen we dan uit in de Grotestraat, vlak bij ons huis.
Tijdens het lopen had ik alle tijd gehad om te fantaseren dat Maria mijn vader en grote broers ook eens drinken zou brengen als ze op het land werkten. Maar dat was niet nodig, want mijn moeder gaf altijd een blauwe stoop met thee mee. Het deksel van de stoop gebruikten ze als theekop.
Trees Rommers-van Spijk
De grenspaal Brabant-Holland met het richtingbord bij de Mariakapel in Elshout. Foto Toon Groot
Begin de dag met het nieuws uit je gemeente met de gratis Nieuwsbrief. KLIK HIER en meld je aan. Aanvoerder van het lokale nieuws. < Kijk hier voor agenda
< Volg HeusdenNieuws ook via Facebook
< Wist u dat wij iedere morgen meer dan 3750 nieuwsbrieven verzenden
< Wist u dat wij iedere dag meer dan 10.000 bezoekers hebben op onze website
< Adverteren op Heusden.Nieuws.nl stuur een mail