Wat begon als een informele vrijdagmiddagborrel, eindigde
in de rechtszaal. Tijdens een door Tesla georganiseerde borrel buiten de deur,
waar ongeveer twintig collega’s aanwezig waren en alcohol werd geschonken,
ontstond een moment dat achteraf veel groter bleek dan het op dat ogenblik
misschien leek.
Bij het maken van een groepsfoto riep een werknemer, die binnen
het team een coachende rol vervulde, plotseling: “dicks out!” Kennelijk bedoeld
als grap, maar bij meerdere collega’s sloeg de sfeer direct om. Wat voor de één
misschien een flauwe opmerking was, werd door anderen als ongemakkelijk en
grensoverschrijdend ervaren. De nasleep liet niet lang op zich wachten: er
volgde een intern onderzoek, de werknemer werd geschorst en uiteindelijk op
staande voet ontslagen.
Daarmee verplaatste de kwestie zich van de borrelvloer naar
het
arbeidsrecht. In Rb.
Amsterdam 24 maart 2026, ECLI:NL:RBAMS:2026:3024, moest de kantonrechter
beoordelen of deze uitlating en de omstandigheden daaromheen inderdaad een
ontslag op staande voet konden dragen. De rechter keek daarbij niet alleen naar
de opmerking zelf, maar naar het volledige plaatje: de informele setting van
een werkborrel, het gebruik van alcohol, het ontbreken van eerdere incidenten,
de rol van de werknemer binnen het team en de kwaliteit van het opgebouwde
dossier. Juist die bredere context gaf de doorslag. De kantonrechter oordeelde
dat het gedrag weliswaar ongepast en grensoverschrijdend was, maar in dit geval
niet zó ernstig dat de zwaarste arbeidsrechtelijke sanctie gerechtvaardigd was.
Het ontslag op staande voet hield daarom geen stand. Ook het voorwaardelijke
verzoek van de werkgever om de arbeidsovereenkomst alsnog te ontbinden, werd
afgewezen.
De zaak laat daarmee scherp zien hoe groot het verschil kan
zijn tussen sociaal ongewenst gedrag en juridisch voldoende grond voor
onmiddellijk ontslag. Niet alles wat op de werkvloer of tijdens een
werkgerelateerde borrel als ongepast wordt ervaren, levert automatisch een
dringende reden op in de zin van het arbeidsrecht. Juist wanneer een werkgever
kiest voor het uiterste middel van ontslag op staande voet, moet niet alleen
vaststaan dát een grens is overschreden, maar ook dat die overschrijding, in het
licht van alle omstandigheden, zo ernstig is dat voortzetting van het
dienstverband redelijkerwijs onmogelijk is. Volgens de
kantonrechter
was dat hier niet het geval.
Meer weten over dit onderwerp? Neem dan contact op met
RechtNet Advocaten via [email protected] of bel naar 073-6154311.