Jack Thomassen uit Drunen schrijft vele columns en korte verhalen. Voor Heusden.Nieuws zal hij ook in 2026 weer regelmatig een column schrijven over zijn belevenissen en met deze keer weer een nieuwe versie. Deze column gaat over 'Een verhaal met een boodschap'
De naam van onze basisschool verraadde al dat we af en toe
iets met het geloof te maken gingen krijgen. Volgens mij deden we in de lagere
klassen weleens een weesgegroetje, later volgens mij niet meer. En liedjes met
teksten over Jezus herinner ik me eigenlijk niet. Wel iets van 'Stil Maar Wacht
Maar, Alles Komt Goed. De Hemel En De Aarde... Maar dat zal wel rond de
communietijd zijn geweest. Ook was er een inval juf, die prachtig verhalen kon
vertellen. Ja, ik weet, verhalen met een 'boodschap'.
In de 6 jaren op die lagere school heb ik trouwens nooit een
spreekbeurt gedaan. Dat mocht wel, hoor. Degene tenminste die dat graag wilde.
Hadden ze ons dat toen maar verplicht. Spreken in het openbaar is voor veel
mensen al niet makkelijk, voor bleue ventjes als ik nog veel minder. Op het
schoolplein en buiten de les om had ik altijd praatjes zat, echter voor de klas
was het een ander verhaal. Voor een spreekbeurt stak ik nooit een vinger op.
Toch kregen de leerlingen soms een beurt om iets uit een
boekje voor te lezen. Maar op het moment dat de onderwijzer of de juf daarvoor
zijn/haar blik de klas liet rondgaan, probeerde ik mezelf zo goed als
onzichtbaar te maken. Wat inhield dat ik vooral geen oogcontact maakte, of 'per
ongeluk' een pen op de grond liet vallen om dan weg te duiken. Vaak kwam ik
daarmee weg, maar dat vluchtgedrag moest natuurlijk een keer doorbroken worden.
In onze 6e klas (nu groep 8) deed een grote groep kinderen
mee aan het Rooms-Katholieke ritueel wat bij ons 'Vormsel' werd genoemd, ofwel
de 2e Heilige communie doen. Omdat dit vooral een eigen keuze van het kind moet
zijn, die bewust het geloof wil belijden en bevestigen, mocht ik van mijn
ouders zelf bepalen of ik daaraan meedeed. Wij gingen nooit naar de kerk, dus
mijn keuze was snel gemaakt. Geen vormsel voor mij.
Daarmee dacht ik gevrijwaard te zijn van alle voorbereidende
lessen en uitleg, oefenen in de kerk, en wat al niet meer. Echter toen dhr.
Fransen (de onderwijzer van onze klas), een verzoek kreeg om iemand uit zijn
klas aan te wijzen om tijdens die voorbereidingen een verhaal uit de Bijbel
voor te lezen, was ik er 100% zeker van dat hij mij niet uit zou kiezen.
Waardoor ik me niet genoodzaakt voelde om uit zijn gezichtsveld te ontsnappen,
of per ongeluk een pen van tafel hoefde te duwen.
Zonder vrees en vol zelfvertrouwen volgde ik zijn zoekende
blik. Vermoedelijk zou hij één van de meisjes uitkiezen. Die vonden dat nu
eenmaal leuk, iets voordragen voor een grote groep. Dan konden ze hun mooiste
kleren aan, om bewondering te oogsten van klasgenootjes in de kerkbanken. Nou,
u mag één keer raden wat ie deed? Zijn doordringende blik ving mij: 'Jackie',
sprak hij kalm. 'Dit is net iets voor jou, jongen.'
Ik raakte in paniek. Wilde alsnog onder de tafel wegduiken,
maar daar was het toen te laat voor. 'Ja, maar..', stamelde mijn bange stem,
'... Maar meneer, ik doe niet eens mijn 2e communie!' Dhr. Fransen kalmeerde
mij: 'Stil maar, jongen. Wacht maar. Alles komt goed.' Alsof hij mij zo een
boodschap mee wilde geven. Blijkbaar moest ik vertrouwen in hem hebben. Nou,
eerlijk gezegd begreep ik het even allemaal niet meer.
De naam van het verhaal is me altijd bijgebleven: De
Barmhartige Samaritaan. De inhoud ervan slechts een beetje. Het gaat over een
man die overvallen en mishandelt wordt, waarna de rovers hem voor dood
achterlaten. Verschillende mensen passeren en kijken liever weg. Tot er een man
voorbijkomt die wel wil helpen. Een Samaritaan (uit een bevolkingsgroep waar
veelal op neergekeken werd) verbindt de gewonde en neemt hem mee naar een
herberg voor verdere zorg.
Het was natuurlijk in iets meer woorden opgeschreven. En ik
zou er vast niet eens lang over doen om voor te lezen, toch vond ik het
behoorlijk spannend. Gelukkig kwam ik na thuis wat geoefend te hebben, aardig
voor de dag. De tip die ons pa had, werkte in ieder geval prima. Een tip die ik
heden te dagen nog weleens aan iemand geef die iets voor gaat dragen
(bijvoorbeeld tijdens een crematiedienst).
Opnieuw zie ik mijzelf staan naast het altaar van het kleine
St. Jozefkerkje, schuin tegenover ons huis. De zilvergrijze microfoon op de
standaard. Mijn trillende handen die mijn papier met tekst openvouwden en dat
ik eraan dacht wat ons pa gezegd had: 'Lees rustig voor wat er staat en maak
geen oogcontact met de mensen voor je. Anders weet je misschien niet meer waar
je gebleven bent. (Bij iets emotioneels als een rouwdienst schiet je minder
snel vol.)
En dat hielp. Toen ik klaar was met voorlezen, keek ik vol
trots naar het kleine publiek voor me. Op het moment dat ik besefte dat mijn
gezicht niet rood van verlegenheid was aangelopen, kruiste mijn blik met die
van dhr. Fransen. Met de armen over elkaar stond hij in het zijpad. De
onderwijzer knikte tevreden naar mij, alsof hij wilde zeggen: 'Dat heb je goed
gedaan, jongen. Ik wist wel dat je het kon.' Ik vouwde mijn briefje op en ging
bij mijn klasgenoten zitten. Ik had de boodschap begrepen.