Historisch Heusden: Militairen uit Drunen en Elshout naar Nieuw-Guinea

Foto: Tiny Pelders

Een nieuwe Aflevering van Historisch Heusden geschreven door Bart Beaard en deze keer keer met militairen uit Drunen en Elshout naar Nieuw-Guinea. Het jaar 1962 is om nooit te vergeten.

‘In een korte plechtigheid ten gemeentehuize werden donderdagavond aan een zestal oud-militairen welke in Nieuw-Guinea hun diensttijd hebben verricht het Nieuw-Guinea-kruis uitgereikt. De uitreiking vond plaats door 1e luitenant generaal Walraven, die dit deed namens de Territoriaal Bevelhebber. Bij deze gelegenheid werd door burgemeester mr. H. Stieger ’t woord gevoerd, die wees op de gevaren welke sommigen hebben moeten doorstaan, maar bijzonder op de wijze waarop zij in een moeilijke tijd voor Nederland in Nieuw-Guinea hun land hebben vertegenwoordigd’, aldus de Echo van het Zuiden op 29 april 1963. Namens de ouders sprak de heer L. van Hulten, die de overheid dank bracht voor het feit dat zij op officiële wijze uiting had willen geven van haar waardering. De onderscheidingen werden uitgereikt aan Toon van den Bosch, Jan van Doorn, Piet van Hulten, Frans van Drunen, Frans van der Lee en Tiny Pelders. In dit artikel de herinneringen van Elshoutenaar Tiny Pelders.

Inleiding 
Het eiland Nieuw-Guinea, in het Indonesisch Pulau Irian, is na Groenland het grootste eiland ter wereld, negentien keer zo groot als Nederland. Het westelijk deel is tot 1962 bezet door Nederland, ook wel aangeduid als Nederlands Nieuw-Guinea, West-Papoea of op z’n Indonesisch Irian Jaya. De oorspronkelijke bevolking bestaat uit de Papoea’s, die 823 verschillende Papoea-talen spreken. De economische activiteit is er laag, hoewel er natuurlijke rijkdom is, zoals olie, gas en de grootste goudafzetting ter wereld.

Vooral na de onafhankelijkheid van Indonesië in 1949, groeit de weerstand tegen de Nederlandse aanwezigheid op Nieuw-Guinea. In 1956 vindt in het Wisselmerengebied de Obano-opstand plaats en een jaar later begint Indonesië een economische boycot tegen Nederland. Wanneer de Amerikaanse president Kennedy zich openlijk tegen de Nederlandse aanwezigheid in Nieuw-Guinea keert, is het einde nabij. Indonesië voelt zich gesterkt, dreigt met een invasie en stuurt Indonesische infiltranten naar Nieuw-Guinea. Nederland stuurt nog bijna tienduizend militairen naar Nieuw-Guinea, maar het politieke tij is niet te keren. Op 15 augustus 1962 is het voor Nederland voorbij.

De mededeling
In 1961 ben ik als dienstplichtig militair opgekomen bij de Landmacht in Ossendrecht, ingedeeld bij Artillerie en ik heb een opleiding gekregen als kanonnier. Begin 1962, in de periode van Koude Oorlog, zijn we met luchtdoelartillerie paraat in Volkel om het vliegveld te beschermen. Op maandag 9 april kom ik na een weekendverlof terug in Volkel en daar staat een legerauto klaar en word ik naar de Seelingkazerne in Breda gebracht, waar het ‘940e Afd LtLua’ gelegerd is. Het is voor een mededeling. Wordt het Nieuw-Guinea? Ik vraag Theo van Son even om de buren van mijn ouders te bellen en het te verwachten nieuws mede te delen. In Breda komen we bij een door de MP omsingelde kazerne en eenmaal binnen krijgen we de mededeling dat we naar Nieuw-Guinea moeten. Ik ben verbaasd omdat ik bijna aan het einde van mijn dienstperiode ben. Na de mededeling ontstaat er in de kazerne een paniek, een heisa van jewelste, een compleet gekkenhuis. Voor een week mogen we naar huis om afscheid te nemen van familie en kennissen.

De heenreis
Op woensdag 18 april nemen we afscheid van familie en ’s-nachts op donderdag 19 april gaan we met een colonne vrachtauto’s vanaf Breda via sluiproutes naar Hoek van Holland waar het m.s. ‘Zuiderkruis’ gereed ligt voor vertrek. De overheid is bevreesd voor demonstraties en met tweehonderd man marechaussees, politiemannen, rechercheurs is van Hoek van Holland een onneembare veste gemaakt. Op het troepenschip worden in enkele uren omstreeks 865 militairen ingescheept en om kwart over zes is het vertrek. Met mijn maten van het 940e ben ik onderweg om het Noemfoor-peloton in Sorong af te lossen. Al snel zien we de witte krijtrotsen van Engeland. Bij de Golf van Biskaje komen we enkele dagen in een zware storm terecht, zodat ik er ook achterkom wat zeeziek zijn betekent. Dan in westelijke richting, de Atlantische Oceaan oversteken naar Curaçao, omdat in die periode het Suezkanaal geblokkeerd is. Op 30 april, Koninginnedag, zijn we enkele uren in Willemstad. We worden ingedeeld bij een gastgezin met wie we die dag passagieren. Op de boot af en toe een week keukencorvee. Vervolgens naar Panama voor de doorvaart door het Panamakanaal met de drietrapssluis waarmee we drie maal ongeveer acht meter worden opgetild. In de havenstad Balboa zijn we wel verplicht om onze burgerkleding te dragen zodat toeschouwers geen argwaan krijgen dat het om een troepentransport gaat. Op de Stille Oceaan doen we wat exercitieoefeningen, krijgen we les in Maleis, informatie over Nieuw-Guinea, vele tropeninjecties en verder is het luieren. Op maandag 14 mei komen we aan in de marinehaven Pearl Harbour op Hawaï en daar mogen we weer aan land om een dag te passagieren. Dan naar Nieuw-Guinea, want dat is het doel. Maar eerst passeren we de evenaar dat met een echte Neptunus gevierd wordt. We komen aan in Hollandia, nu Jayapura, waar we van boord mogen. We zijn onder de indruk van de tropische hitte. Met de Hr.ms. Kortenaer gaan we naar het eiland Biak, waar de belangrijkste basis van de Nederlandse krijgsmacht gevestigd is.  Dezelfde dag door naar Sorong waar we op 28 mei arriveren. In Sorong, in het noorden van het schiereiland Vogelkop, worden we ontscheept en op de kade worden we verwelkomd door een muziekorkest. We zijn dan 42 dagen onderweg geweest, dus precies 6 weken.

In Sorong
In Sorong worden we meteen ondergebracht in grote loodsen, die door SHELL of ‘de Olie’ verlaten zijn.  Daar worden we op de hoogte gebracht van onze opdracht: met 40 mm afweergeschut aan de kust het vliegveld Jefman bewaken tegen aanvallende Indonesische gevechtsvliegtuigen. We doen dat in continu-schema met een peloton van acht; vier op en vier af. De aggregaten voor de stroomvoorziening van het geschut draaien continue, waarvoor elke dag brandstof gebracht wordt. Het zijn uiteindelijk tien weken geworden, heel erg saai, maar toch spannend omdat we ons de gevaren realiseren. Genieten doen we van de vlinders en de kaketoes. Voor de berichten beschikken we over een veldtelefoon. Hinderlijk is onze warme groene Nederlandse kledij. De tropenkleding krijgen we pas wanneer we naar huis gaan. Slapen doen we onder een klamboe tegen de malariamuggen. Tegen de warmte beschermen we ons met bamboeparasols en we nemen veel zouttabletten in.

In ‘de Olie’ komt enkele keren per dag de fouragejeep met aanhangwagen eten brengen. Elke dag rijst, bami of ingeblikte aardappelen en omdat we de laatste op de route van de jeep zijn, is het eten meestal koud, zout en bedekt met vliegen. Slechts eenmaal zie we een vijandig vliegtuig aankomen, maar we mogen niet schieten: HOLD YOUR FIRE!

Van Nieuw-Guinea hebben we weinig gezien. Door de vele peloppers (Indonesische vrijheidstrijders) is het te gevaarlijk om het achterland van Sorong in te gaan. Op 15 aug. vernemen we dat er een wapenstilstand is getekend, maar we vernemen ook dat generaal Soeharto een grootscheepse invasie op Nieuw-Guinea heeft voorbereid. Wat een geluk, dat het is afgelopen! Op 19 aug. is het ‘940e uit stelling’ en kan het opruimen beginnen. Munitie wordt gedeeltelijk afgeschoten. Al het militair  materieel zoals kanonnen, aggregaten, restant munitie, vrachtwagens etc. wordt in zee gedumpt.

Terug naar huis
En ondertussen is het wachten tot we naar huis kunnen. Op 4 okt. worden we ingescheept in m.s. ‘Seven Seas’, een Australisch schip, en luierend via Singapore (10 okt.), Djibouti (21 okt.) waar we een dag kunnen passagieren, het Suezkanaal (26 okt.) en Gibraltar (1 nov.) komen we op maandag 5 nov. om 8.00 uur, na 33 dagen, in Rotterdam. Eindelijk en gelukkig weer heelhuids thuis en op 20-jarige leeftijd veel levenservaring rijker. Het jaar 1962 is om nooit te vergeten.

Bart Beaard

Tiny Pelders ontvangt onderscheiding ‘Herinneringskruis Nieuw-Guinea’ 1e luitenant-generaal Walraven. Op de achtergrond burgemeester mr. H. Stieger. Collectie Tiny Pelders.

V.l.n.r. de Nieuw-Guinea-gangers Frans van Drunen, Piet van Hulten, Toon van den Bosch, Tiny Pelders, militair? en Frans van der Lee. Collectie Tiny Pelders.

Maandagochtend 28 mei1962. Op de steiger van Sorong heet de drumband ons welkom. Benevens veel officieren, enkele Papoea’s en kwartiermakers. Collectie Tiny Pelders

Begin de dag met het nieuws uit je gemeente met de gratis Nieuwsbrief. KLIK HIER en meld je aan.
Aanvoerder van het lokale nieuws. Wist u dat wij iedere morgen bijna 2500 nieuwsbrieven verzenden.

 

 

Reacties