Historisch Heusden: Hendrik van der Geld, Elshouts religieus kunstenaar

Foto: Ton Groot

Een nieuwe Aflevering van Historisch Heusden geschreven door Bart Beaard en deze keer gaat het in deel 83 van Historisch Heusden over Hendrik van der Geld, Elshouts religieus kunstenaar. Hendrik werkt op de boerderij van zijn ouders, maar tussen het boerenwerk door snijdt hij in de huiskamer allerlei figuurtjes uit hout. Hij wil kunstenaar worden maar zijn eenvoudige ouders ‘houden een kunstenaar voor een ontevreden hongerlijder en elke stad voor een soort Babel’.

Door de tegenzin tegen het werk wordt hij ziek en de Waalwijkse huisdokter Laurentius van Heijst wordt erbij gehaald. De dokter, een kunstliefhebber, merkt zijn buitengewone aanleg op en zorgt ervoor dat Hendrik de kans krijgt voor een eerste, praktische scholing bij de ‘Goossens-generatie’ van Bossche beeldhouwers. Hij blijft hier drie jaar werken en bezoekt de ‘school voor beeldende kunsten’.  Daarna, het is inmiddels 1863, volgt hij zeven jaar een opleiding aan de Rijksacademie voor Schone Kunsten in Antwerpen, waar Pierre Cuypers en Hendrik van Tulder als architecten en Willem de Kort als beeldhouwer ook zijn afgestudeerd. Zijn leermeester is gothieker Frans de Vriendt. Van der Geld verwerft er in 1865 een eerste prijs en wordt daarvoor op 18 mei in het raadhuis van Elshout gehuldigd. In 1870 kan hij aan de slag bij de restauratie van de Bossche Sint-Jan, die op dat moment begonnen is.

Hendrik van der Geld op de voorpagina van de Katholieke Illustratie van december 1911

Persoonlijk
Hendrik van der Geld wordt op 9 november 1838 in Elshout geboren als een van de zes kinderen van Adrianus van der Geld en Johanna van Leiden. In 1877 treedt de beeldhouwer in het huwelijk met de Eindhovense fabrikantdochter Maria Marto. Op 4 april 1878 wordt hun enige zoon Adrianus Maria geboren. Hendrik sterft na een kortstondig ziekbed in ‘s-Bosch op 8 november 1914 op 75-jarige leeftijd als een succesvol kunstenaar. Zijn vrouw sterft 21 juni 1915.

Atelier
In ’s-Hertogenbosch heeft hij vanaf 1872 in de Verwerstraat zijn atelier voor kerkelijke beeldhouwkunst. In 1887 wordt het verplaatst naar het nieuwe woonhuis met atelier aan de Oude Dieze. Het is een deftige fabrikantenwoning en door een figuratieve plastiek een kunstenaarswoning geworden. Achter de gevel liggen ruime en lichte lokalen die rond 1900 aan een twintigtal beeldhouwers en houtsnijders ruimte bieden. Er is ook een polychromieatelier. Boven de hoofdingang bevindt zich zijn lijfspreuk ‘Arbeyd sere voert tot ere’, terwijl in de boogtrommels boven de ramen reliëfs zijn geplaatst die het werk in een atelier uitbeelden. Van zijn 60e tot zijn 70e levensjaar maakt hij zijn meesterwerk, een eiken retabel van negen meter hoog en zeven meter breed. In 1913 is dit geplaatst in de St. Martinuskerk in Cuyk.

Restauratie van de Sint-Jan in ‘s-Hertogenbosch
Bij keizerlijk besluit van 8 december 1810 krijgen de katholieken van ’s-Bosch hun kerk terug die in 1629 door de protestanten in beslag is gelegd. In de protestantse tijd is het meeste van het interieur verloren gegaan. Het duurt dan nog meer dan een halve eeuw voordat wordt begonnen met het hoognodige herstel. In de periode 1870-1885 is Lambert Hezenmans de restauratiearchitect en Van de Geld werkt naar de denkbeelden en ontwerpen van hem en met zijn vaardige hand heeft hij aan de uitvoering van de restauratie een grote bijdrage geleverd. In 1874 maakt hij een altaar voor de Sacramentskapel, in 1877-1881 restaureert hij de koorbanken en de preekstoel. Deze zijn zo gaaf en artistiek hersteld, dat zelfs deskundigen niet meer kunnen onderscheiden wat oorspronkelijk is en wat Van der Geld heeft gerestaureerd. Verder heeft hij meer dan honderd neogotische heiligenbeelden tegen de pilaren, soms onder middeleeuwse baldakijnen, gehakt. Ook de vijf altaarretabels voor de straalkapellen en de koorbalustrade zijn van zijn hand.

Hoogaltaar
In de tijd van de neogotische kerkenbouw zijn de kerkarchitecten ook verantwoordelijk voor het ontwerp van het interieur, waarin het hoogaltaar een belangrijke plaats inneemt. Voor het hoogaltaar maakt de architect het ontwerp. Een altaar bestaat uit een de verhoogde vloer (predella), de altaartombe, het tabernakel en de achterwand (retabel). Het retabel wordt door een  beeldhouwer gemaakt. Daarvoor maken timmerlieden allereerst een frame van houtblokken, waartegen de beelden en de reliëfs komen die aan de hand van een schetstekening gemaakt worden. Het model voor beeld of reliëf én het houtblok plaatst de beeldhouwer op een presenteerstoel. Hij kopieert met een punkteermachine het beeld of reliëf. Schrijnwerkers en leerjongens ontfermen zich tenslotte over de ornamenten voor bekroningen en overschuivingen, vaak gevormd uit seriematig geproduceerde identieke delen als hogels. Een hogel is een ornament in de vorm van een bloem, knop, omgekruld blad of kruisbloem ter versiering. Een atelier met een groot assortiment aan modellen kan vrijwel alle opdrachten aan, want men vermenigvuldigt in feite in alle denkbare materialen op ambachtelijke wijze. Daarom zijn er in veel kerken identieke of nagenoeg identieke beelden en andere voorstellingen, zoals de talloos vaak uitgevoerde evangelisten aan de preekstoelen, de beelden  en de kruiswegstaties uit het atelier van Van der Geld. Wanneer nodig brengt de polychromeur de kleuren aan op het blanke eikenhout of gips. Tientallen kerken in het Bossche diocees heeft Van de Geld op deze wijze ingericht.

Zijn kunstwerken in Heusden
De kerk van Elshout heeft veel werken van de kunstenaar. Zijn eerste werk zijn de kruiswegstaties (1872), dan volgen het Mariaaltaar (1875), het altaar van H.H. Martelaren van Gorkum (1888), twee biechtstoelen (1889) en het retabel van het hoogaltaar (1891). Het retabel is een schenking van het echtpaar Laurentius Gosewinus van Heijst en Cristina Adriana Bax van Dongen. Van Heijst is de Waalwijkse huisdokter die Van der Geld omstreeks 1852 geholpen heeft met het gaan werken bij atelier Goossens. In de kerk zijn ook de koorbalustrade, het beeld van St. Petrus en het triomfkruis van zijn hand.

De kerk in Haarsteeg heeft de gepolychromeerde kruiswegstaties (1904). Het hoogaltaar (1878) is door hem gemaakt naar een ontwerp van Lambert Hezenmans. Ook heeft hij de communiebank (1878) gemaakt en de gipsen beelden die Onze Lieve Vrouw, Heilig Hart van Jezus en Heilig Hart van Maria voorstellen. Het hoogaltaar en de communiebank zijn er niet meer. In Haarsteeg heeft een familie nog een piëtabeeld. In Heusden heeft men, in opslag, het processiekruis van de Broederschap Heusden-Kevelaer.

Bart Beaard

Het altaar in de Martinuskerk in Cuijk. In 1895-1908 met meer dan 200 figuren aanvankelijk gebouwd voor de Sint-Jan in ’s-Hertogenbosch

Begin de dag met het nieuws uit je gemeente met de gratis Nieuwsbrief. KLIK HIER en meld je aan. Aanvoerder van het lokale nieuws.

< Kijk hier voor agenda
< Volg HeusdenNieuws ook via
Facebook
< Wist u dat wij iedere morgen bijna 3250 nieuwsbrieven verzenden
< Wist u dat wij iedere dag meer dan 10.000 bezoekers hebben op onze website
< Adverteren op Heusden.Nieuws.nl stuur een
mail

 

Reacties

Cookieinstellingen