
Een nieuwe Aflevering van Historisch Heusden geschreven door Bart Beaard en deze keer gaat het in deel 240 van Historisch Heusden over 'De scheiding van Herpt en Bern'. Bij Keizerlijk Decreet van Napoleon werden op 10 mei 1810 de gemeenten ingesteld. In dat kader ontstond de gemeente Herpt en Bern. Het grondgebied besloeg ongeveer 1.000 hectare (10 km²) en strekte zich uit vanaf in het zuiden van De Hoeven in Haarsteeg tot in het noorden met de polder Doornwaard boven Bern.
Rond 1900 was de gemeente overwegend agrarisch ingesteld en telde circa 500 inwoners, waarvan ongeveer 60 in Bern. Een ingrijpende verandering volgde als op 26 januari 1883 in het Staatsblad bekendgemaakt wordt, dat de wet Verlegging van de Maasmond was aangenomen. Deze wet maakte de aanleg mogelijk van een nieuw kanaal, vanaf Heleind-Hedikhuizen tot de Amer bij Geertruidenberg: de Bergsche Maas. De Maas kreeg hiermee een eigen uitloop naar de Noordzee.
Voorbereidingen
Reeds eind 1883 lagen in het gemeentehuis van Herpt &
Bern de plannen ter inzage, evenals alle kadastrale gegevens van de benodigde
gronden. Landbouwers moesten grond afstaan en raakten daardoor afgesneden van
hun resterende percelen. In totaal werden 131 percelen onteigend, met een
gezamenlijke oppervlakte van 166 hectare oftewel 1/6 van het grondgebied. De
kosten van de grondverwerving bedroegen ƒ 691.444,–, wat neerkomt op ongeveer ƒ
0,42 per m². De aanleg van de Bergsche Maas had grote gevolgen voor Bern, dat
voortaan werd omsloten door water en dijken. Door de aanleg van de Maasdijk en
de Bernsedijk verviel de uitwatering van zowel de Polder van Bern als de polder Het Eiland Nederhemert op het lager gelegen Oude Maasje. Er moest
daarom een nieuwe regeling voor in- en uitwatering worden getroffen. Daarnaast
werd een hechte leefgemeenschap letterlijk in tweeën gesplitst. Ter compensatie
stelde Rijkswaterstaat het Bernse veer
in, bedoeld voor boeren, schoolkinderen, kerkgangers en familiebezoekers.
Aanvankelijk zou dit veer eeuwigdurend kosteloos zijn; later werd deze termijn
beperkt tot honderd jaar. Ook kregen grondeigenaren in de Polder van Bern
vrijstelling van waterschapslasten.



Foto LInks: Kaart van omstreeks 1902, waarop het riviervak Heleind-Hedikhuizen
tot Heesbeen is aangegeven. Bron Topotijdreis.
Foto Midden: De afsluitdijk en de grondaanvullingen aan het Heleind
bij Hedikhuizen, ~1904. Collectie Nico de Bont
Foto Rechts: Voor de in- en uitwatering van de polder Het Eiland
Nederhemert werd een 22 meter lange sluisduiker gebouwd door het Duitse bedrijf
Monier-Bauten. Collectie SALHA
Het graafwerk
Het graafwerk voor de 24,4 kilometer lange Bergsche Maas
werd verdeeld in zeven riviervakken. Het traject Heleind-Hedikhuizen – Heesbeen was het tweede vak dat in
uitvoering kwam. De aanbesteding vond plaats op 11 juli 1888, waarna direct
werd begonnen met de werving van omstreeks 250 - 300 polderwerkers. Het
belangrijkste werktuig was de excavateur (grondgraafmachine), aangezien dit riviervak
“in den droge” werd uitgegraven. Bij zowel Heleind-Hedikhuizen als Heesbeen
werden tijdelijke afsluitende dijken aangelegd, die pas in 1904 zouden worden
doorgraven. Voor het transport van de grond werd een uitgebreid netwerk van
smalspoor aangelegd, waarover kiepkarren reden. Om de werkput droog te houden,
was een krachtige bemaling met vijzelpompen noodzakelijk. In Bern werden een
machineloods, een directiekeet, een aannemerskeet en rieten keten voor het
werkvolk geplaatst. Daarnaast werd een groot gronddepot ingericht. In mei 1890
werd het graafwerk van dit riviervak opgeleverd: het 100 meter brede zomerbed,
het 500 meter brede winterbed aan de noordzijde, de zuidelijke Maasdijk en de
noordelijke Bernsedijk. Het gegraven vak liep vervolgens vol met regen- en
kwelwater. In totaal werd in dit riviervak 871.000 m³ grond verzet, waarvan
240.000 m³ klei.
Polderuitwatering
Op 1 september 1889 werd de bouw aanbesteed van het
kolengestookte Rijksstoomgemaal voor
de Polder van Bern (89 hectare), gelegen in de Spijkschenhoek. Het gemaal had
een dubbele functie: het inlaten en uitmalen van water. Daartoe werd een buis
door de dijk aangelegd, die aansloot op de hoger gelegen Maas, nu Afgedamde
Maas. In datzelfde jaar werd ook de dubbele woning op de Maasdijk voor de
veerknechten gebouwd.
Sluisduiker
Voor de in- en uitwatering van de polder Het Eiland Nederhemert werd in 1893
door het Duitse bedrijf Monier-Bauten
een 22 meter lange sluisduiker in de Bernsedijk gebouwd. Bij deze constructie
werd voor het eerst door Rijkswaterstaat gebruikgemaakt van het toen
gepatenteerde procedé van het in het
werk storten van gewapend
beton. De doorlaat is 3 meter breed en 3,5 meter hoog.
Het Bernse veer
Het Bernse veer kwam op 23 november 1893 in de vaart.
Tijdens de hooitijd voer het kabelveer dag en nacht. Vanaf 1899 waren er
meerdere jaren waarin door overvloedig regen- en kwelwater de waterstand in de
Bergsche Maas zo hoog was dat het veer van dijk tot dijk moest varen om
passagiers af te zetten. De Maas had toen nog geen vrije afvoer vanwege de
afsluitende dijken bij Heleind-Hedikhuizen en Heesbeen. Het stoomgemaal in de
Polder van Bern draaide in deze periode vaak dag en nacht.
Doorgraving van de dijken
Op 17 december 1903 vond de aanbesteding plaats voor de
doorgraving van de afsluitende dijken bij Heleind-Hedikhuizen en Heesbeen,
evenals voor de aanleg van de Bernsedijk in de Maas (nu Afgedamde Maas) bij
Well. Deze werkzaamheden werden uitgevoerd, waarna op 20 juni 1904 om twaalf uur de Maas haar vrije uitloop naar de
Noordzee kreeg. Vanaf dat moment kwam er stroming in de rivier en werd het veer
omgebouwd tot een zogenaamde gierpont,
die gebruikmaakte van de waterstroom. De pont was via een kabel verbonden met
een anker in het midden van de rivier. Door de pont schuin ten opzichte van de
stroom te leggen, kon de schipper de oversteek maken. In het zomerbed werd ten
behoeve van de scheepvaart nog een verdiepte vaargeul gebaggerd. De afsluiting
van de Maas (nu Afgedamde Maas) was op 23 juni 1904 voltooid.
De opening
Op donderdag 18 augustus 1904 opende koningin Wilhelmina
in Heusden officieel de Bergsche Maas. Voor de bewoners van Herpt & Bern
had het project dan meer dan twintig jaar geduurd. De oorspronkelijke
kostenraming bedroeg ƒ 15,1 miljoen, maar uiteindelijk kwamen de totale kosten
uit op ƒ 24,7 miljoen.
De scheiding van Herpt en Bern
Het buurtschap Bern kwam door de nieuwe Bergsche Maas aan
de Bommelerwaardse- en Gelderse zijde van de rivier te liggen, maar bleef
bestuurlijk tot Noord-Brabant behoren. Tot 1935 bleef Herpt & Bern een
zelfstandige gemeente; daarna volgde inlijving bij de voormalige gemeente
Heusden. Op 1 januari 1958 werd de kern Bern toegevoegd aan de Gelderse
gemeente Kerkwijk, die op haar beurt op 1 januari 1999 opging in de gemeente
Zaltbommel.
Uitleg plattegrond
Kaart van omstreeks 1902 (Uit: Topotijdreis), waarop het
riviervak Heleind-Hedikhuizen tot Heesbeen is aangegeven: 1. Tijdelijke
afsluitende dijk bij Heesbeen, 2. Sluisduiker voor de polder Het Eiland Nederhemert, 3. Veer
Herpt–Bern, 4. Spijkschenhoek, locatie van de afsluitende dijk tussen Bergsche
en Afgedamde Maas, later de Bernsedijk, 5. Tijdelijke
afsluitende dijk bij Heleind/Hedikhuizen
Bart Beaard
Bart Beaard