Een nieuwe Aflevering van Historisch Heusden geschreven door Bart Beaard en deze keer gaat het in deel 225 van
Historisch Heusden over het gezin van bierbrouwer en wijnhandelaar Kees Malingré en Anna Luijckx.
Kees Malingré (1791-1874 ) werd
in Diest, België, geboren. Diest behoorde toen nog tot het Hertogdom Brabant van
de Oostenrijkse Nederlanden. In 1816 trouwde hij in ’s-Hertogenbosch met Anna Luijckx (1796-1860). Het huwelijk bracht hun zestien
kinderen, waarvan er slechts tien de volwassen leeftijd bereikten. In 1808 was
Kees naar Heusden gekomen om in bierbrouwerij ‘De Schenckkan’ van zijn oom Cornelis
van Dongen het brouwersvak te leren. Deze brouwerij was toen de meest aanzienlijke
van de hele provincie. In 1840 droeg Van Dongen de brouwerij over aan Kees, die
sinds 1816 ook een handel in wijn en gedestilleerd had. Kees was tevens plaatsvervangend
kantonrechter, kerkmeester en lid van ‘De Oude Schutters’. Omstreeks 1860 namen Joseph en August,
zonen van Kees, de brouwerij over. Kees en zijn kinderen speelden in Heusden in de
19e eeuw een belangrijke rol in het zakelijke, bestuurlijke en
verenigingsleven. Door hun zakelijke successen en
huwelijken maakten de Malingré's deel uit van de Heusdense elite.
Bierbrouwerij ‘De Schenckkan’
De
historie van de brouwerij begon in 1620 toen de naam ‘Schenkkanne’ in het
verpondingregister van Heusden veelvuldig voorkwam. Als eerste brouwer wordt Jan
Dirckszn Wijntrack vermeld, die achter zijn huis op het huidige adres
Putterstraat 62/64, een brouwerij timmerde en daarvoor 3 gulden en 12 stuivers
belasting moest betalen. In 1633 bouwde hij twee nieuwe huizen achter de
brouwerij en dat zou nu in de Roomsche Kerkstraat zijn. In 1642 werd de opstal
verkocht aan Peter Martens, die de brouwerij runde onder de naam ‘De Witte
Schenkkanne’. In 1672 werd in de brouwerij ook een klein ‘beedehuis’ voor de
katholieken gebouwd. In 1699 werd de brouwerij verkocht aan Anthony van Dongen
(±1738). Het eigendom van de brouwerij ging door vererving over naar zijn neef
Christiaan van Dongen (ca. 1680-1747), in 1739 naar Cornelis van Dongen (1706-1784)
en vervolgens naar Antonius (1738-1829) en naar Cornelis (1767-1856).
Het complex besloeg met de brouwerij, de mouterij, een schuur en een
rosmolen de gehele westzijde van de Roomsche Kerkstraat. Ook behoorden de
huizen in de Herptseweg, nu de nummers 17 t/m 25, en in de Putterstraat, nu de
nummers 62 t/m 74, tot de brouwerij. De rosmolen
draaide als de grote nabijgelegen korenmolen op de wal bij gebrek aan wind
stilstond. Jaarlijks produceerde men met 10-12 man personeel driehonderd
brouwsels in vier ketels. De afzet vond plaats in stad en ommeland, maar een
deel ging ook naar Holland. Zij ondervonden veel
concurrentie van brouwerij ‘De Drie Hoefijzers’ van gebroeders Verhoeven in de
Zustersteeg. Door het overlijden van Joseph in 1876 en August in 1885 werd het
bedrijf beëindigd. Tijdens een zware storm op 30 december 1901 werd het
bouwvallige complex verwoest.
Foto Links: Wijnhandelaar en bierbrouwer
Cornelis Maria Petrus Malingré (1791-1874). Bron SALHA
Foto Rechts: Maria Malingré – Luijckx (1796-1860). Collectie
Gouverneurshuis
Kinderen Malingré: jonggestorven,
ongehuwd of geen info te vinden:
2. Johannes Theodorus (1817); 3. Johannes Theodorus Josephus (1819), beide
kinderen zijn begraven/bijgezet in de NH kerk in de grafkelder van hun oom Cornelis van Dongen; 4. Theresia Hendrika (1820);
7. Simon Antonius (1825-?); 11. Mimi - Maria Josepha Huberta (1830-1914); 13.
Gerardus Hubertus (1833-1835); 14. Adèle - Alida Huberta (1834-1882).
1. Kees jr. (1817-1908) trouwde in 1861 in Woudrichem met Maria Heijligers (1825-1918). Om
onderscheid te maken met vader Kees, die de bijnaam Kiske van de Putterstraat
had, kreeg deze Kees de bijnaam ‘Kiske van de haven’. Hij was koopman en wijnhandelaar
en bouwde in de Molenstraat een bedrijf op in ‘wijn en gedestilleerd’. Hij had
de depots voor Heusden van Cooijmans Likeur en Hoppe Jenever. Op 2 juli 1850 verzocht
Kees bij de gemeente toestemming voor de oprichting van een stroopbranderij in zijn
gebouw in de Molenstraat op de hoek van de Havenstraat, hetgeen werd
toegestaan. De ingrediënten voor koffiestroop waren: stroop
gekookt van uit Groningen aangevoerde cichoreiwortels, fijngestampte steenkool en
krijt. Dit mengsel werd gekookt en gebrand; bij afkoeling ontstond een
steenharde massa die weer fijngemalen werd, verpakt en als de beste
koffiestroop verkocht.
Kees werd opgevolgd door zijn zoon en wijnhandelaar Rudolf
(1863-1905). Rudolf was op 22 mei 1900 getrouwd met Anna van den Braak (1871-1935).
De bedrijfsnaam werd ‘Cornelis Malingré
Zoon, Molenstraat 128-129’. Rudolf overleed op 12 januari 1905, waarna zijn zus
Aglaé hem opvolgde. Aglaé was in 1900 getrouwd met sigarenfabrikant Johannes
Keunen uit Stratum-Eindhoven (1873-1952). Het echtpaar verhuisde op 25 april 1905
vanuit Stratum naar Heusden, waar ze het bedrijf als ‘Wijnhandel Keunen
Malingré’ hebben voortgezet.
5. Betsy (1821-1911) trouwde in 1851 met Kees Roomer (1818-1880). Kees was grutter,
handelaar in kruidenierswaren en molenaar van boekweit. In Heusden hadden zij een
grutterswinkel en woonden in het Gouverneurshuis. Vele jaren was hij ook wethouder.
6. Henriëtte (1824-1888) trouwde in 1853 met Henri van der Heijden (1824-1871) uit Gouda. Henri
was arts of medicinale doctor en zij woonden in de Putterstraat, waar hij ook
zijn praktijkruimte had.
8. Theo (1826-1909)
Theo werd op 6.6.1852 tot priester gewijd. In het bisdom Haarlem was
hij op meerdere plaatsen kapelaan en bouwpastoor. Hij was Geheim-Kamerheer van
Z.H. de Paus, begiftigd met het Erekruis “Pro Ecclesia Pontificeer’ en Ridder
in de Orde van Oranje Nassau. Ruim 35 jaar was hij Deken van Gouda en pastoor
van de Parochie van O.L.V. Hemelvaart. De monseigneur overleed in Gouda, waar
zijn monumentale praalgraf op de parochiebegraafplaats nog steeds aanwezig is. In de geveltop van het voormalige
parochiehuis, dat door hem gesticht
was, is zijn beeltenis nog te vinden.
9. Henri (1828-1901)
Hij was geaggregeerd klerk en werd Rijksontvanger van Belastingen in
Eindhoven, Amsterdam en Beverwijk. Na zijn
pensionering woonde hij samen met zijn ongetrouwde zus Mimi in het pand
Havendijk 68/69.
10. Joseph (1829-1876)
In 1850 werd de
brouwerij De Schenckkan door hem en zijn broer August van vader Kees overgenomen.
Joseph was bierbrouwer en in de periode 1871-1876
burgemeester van ‘Oudheusden en Elshout’. Hij
overleed tijdens de eendenjacht waarbij hij door een van zijn medejagers
per ongeluk in het hoofd werd geschoten. Het ongeluk gebeurde in een roeiboot
vlakbij de Haarsteegse molen. De verwonding was zo ernstig dat hij, kort nadat
hij naar Heusden was overgebracht, overleed.
12. Louis (1831-1904) trouwde in 1862 in ’s-Hertogenbosch met Catharina Gerritsen (1838-?).
Louis was de stamvader van de Amsterdamse tak, waarover geen informatie
gevonden kon worden.
15. August (1835-1885) trouwde in 1873 in Heusden met Joanna Heijbeek (1846-1885), dochter
van een wachtmeester van de marechaussee. Het echtpaar kreeg vier kinderen, die
tussen vier en tien jaar oud zijn overleden. August was de laatste bierbrouwer
bij De Schenckkan en stond in 1883 nog als
zodanig geregistreerd. Na een kortstondige ziekte overleed hij in 1885.
16. Gerard (1836-1919), trouwde in 1875 in
Zaltbommel met Maria van Boeckel (1851-1890). Gerard was in Heusden apotheker
en drogist. Het echtpaar had een grutterswinkel op de Vismarkt met agentschappen
als: Palthe Kledingstomerij, Stoombootrederij Heusden-Dordrecht, Maatschappij
van Brandverzekering etc.
Bart Beaard