Een nieuwe Aflevering van Historisch Heusden geschreven door Bart Beaard en deze keer gaat het in deel 256 van Historisch Heusden over 'Minister Brinkman† viert de restauratie van Heusden'. Het
overlijden van oud-minister Elco Brinkman op 78-jarige leeftijd, op 31 augustus
jl., herinnert aan een bijzonder moment in de geschiedenis van Heusden. Op 9
juni 1983 bracht de toenmalige minister van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur
een bezoek aan de vestingstad.
Samen met zijn echtgenote werd hij ontvangen
door burgemeester Han ter Laak en medewerkers die jarenlang bij de
stadsrestauratie betrokken waren. Bij de maquette van Heusden kreeg Brinkman
uitleg over het omvangrijke restauratieproject. Vervolgens onthulde hij bij het
ravelijn aan de Wijkse Poort een gedenksteen ter gelegenheid van de officiële
afsluiting van de stadsrestauratie. Het bezoek had een feestelijk karakter,
maar achter de schermen speelde een ernstig probleem: de kosten van de restauratie
waren inmiddels ver boven de financiële mogelijkheden van de gemeente
uitgestegen.
Een ambitieus plan
In 1965 werd door de gemeenteraad het besluit genomen om
Heusden ingrijpend te restaureren. De historische stadsplattegrond van Joan
Blaeu uit 1649 vormde daarbij een belangrijk uitgangspunt. Het doel was niet
alleen bestaande monumenten op te knappen, maar het historische karakter van de
vestingstad zoveel mogelijk terug te brengen. Onder burgemeester Gerard
Scholten, stads- en restauratiearchitect Ab Peetoom en hoofd Stadsontwikkeling
en Restauratie Chris Lith werd het restauratieplan vanaf 9 mei 1968 voortvarend
uitgevoerd. Ook architect C.J. Bardet, districtshoofd van de Rijksdienst voor
de Monumentenzorg in Zuid-West, was nauw betrokken. De
aanpak was grootschalig. Niet alleen monumentale gebouwen werden gerestaureerd,
maar ook straten, pleinen, wallen, grachten, de stadshaven, de vestingwerken
werden aangepakt en er kwam ook jachthaven De Wiel bij de Oudheusdense poort. Waar
historische bebouwing verdwenen was, kwamen zogenoemde ‘invulwoningen’. De
gemeente kocht veel verkrotte woningen aan, liet deze restaureren en verkocht
ze daarna aan particulieren. Bij de restauratiewerkzaamheden werd bovendien
zoveel mogelijk gebruikgemaakt van oude bouwmaterialen. Daarmee werd geprobeerd
de vestingstad weer het aanzien te geven dat zij volgens historische bronnen en
afbeeldingen had gehad. De restauratie van Heusden groeide zo uit tot een
omvangrijk en landelijk bekend project en verkreeg daarmee op 21 augustus 1972
de status van Rijksmonument en Beschermd Stadsgezicht. In 1980 ontving zij de
‘Europa Nostra’, de hoogste Europese onderscheiding op het gebied van
restauraties. Maar dat succes had ook een keerzijde: de rekening liep steeds
verder op.
Foto Links: Minister Elco Brinkman en burgemeester
Han ter Laak bekijken nog eens nauwkeurig de plattegrond van Heusden-Vesting.
Foto SALHA
Foto Midden: De minister ontkomt
die dag niet aan enige folklore. Hij en burgemeester Ter Laak mogen allebei een
hoed op tijdens de opvoering van een historisch schouwspel. Foto SALHA
Foto Rechts: Een uitleg bij de maquette van de vesting
Heusden, die dan nog in het Gouverneurshuis staat. V.l.n.r. de heer Chr. Lith,
het echtpaar Brinkman, mevrouw Lith, en het burgemeestersechtpaar Ter Laak.
Foto SALHA
Een feestelijke afsluiting met een
financiële kater
Toen minister Brinkman in juni 1983 naar Heusden kwam,
was de stadsrestauratie officieel vrijwel voltooid. Zijn aanwezigheid
onderstreepte het nationale belang dat aan het project werd gehecht. Brinkman
was als minister verantwoordelijk voor het beleid op het gebied van cultuur en
monumentenzorg. Zijn bezoek stond echter niet uitsluitend in het teken van
feestelijkheden. De gemeente kampte met een aanzienlijk financieel tekort. De
restauratie was in de loop der jaren veel duurder geworden dan oorspronkelijk
was voorzien. Bovendien vielen niet alle uitgaven rechtstreeks onder de
verantwoordelijkheid van het Ministerie van Monumentenzorg. Ook andere
ministeries en overheden waren bij onderdelen van het project betrokken.
Tijdens zijn bezoek deed Brinkman een toezegging van
zeven miljoen gulden. Daarmee was het financiële probleem echter nog niet
definitief opgelost. De discussie over de vraag wie voor het resterende tekort
moest opdraaien, zou nog jaren voortduren. De kwestie raakte aan een
fundamenteel probleem: Heusden was een kleine gemeente, maar had met zijn
historische vesting een monument van nationaal belang binnen de
gemeentegrenzen. De vraag was dan ook in hoeverre een kleine gemeente
financieel verantwoordelijk kon worden gehouden voor een restauratieproject
waarvan de betekenis ver boven het lokale belang uitsteeg.
Heusden onder toezicht van Den Haag
De financiële problemen bleken uiteindelijk zo groot
dat Heusden aanvullende steun van het Rijk nodig had. In november 1987 werd een
akkoord bereikt over de verdeling van de resterende lasten. Het Rijk droeg 19,5
miljoen gulden bij, de provincie 2,5 miljoen en de gemeente Heusden 1,3
miljoen. Daarnaast kreeg Heusden een aanvullende uitkering uit het
gemeentefonds. Daarmee kwam de gemeente in aanmerking voor de zogenoemde
artikel-12 status. Dat betekende dat de financiële positie van de gemeente
onder verscherpt toezicht kwam te staan en dat belangrijke beslissingen in
overleg met de rijksoverheid moesten worden genomen. De financiële afwikkeling
van de stadsrestauratie maakte duidelijk hoe uitzonderlijk groot het project
was geweest. Gedurende ongeveer een kwart eeuw werd door de overheid in totaal
circa 150 miljoen gulden geïnvesteerd om Heusden als historische vestingstad te
herstellen en de gemeente financieel weer op de been te helpen. Omgerekend met
de inflatie zou een bedrag van fl. 150 miljoen in 1983 nu €175 miljoen zijn.
Een erfenis die bleef
Terugkijkend was het bezoek van minister Brinkman op 9
juni 1983 dus meer dan een feestelijke afsluiting van de stadsrestauratie. Het
vormde een belangrijk moment in een langdurige discussie over de kosten en verantwoordelijkheden
van monumentenzorg. Heusden had met grote ambitie een historische vestingstad
teruggebracht. Het resultaat is inmiddels vanzelfsprekend onderdeel van het
stadsbeeld. Wie vandaag door de vesting wandelt, ziet vooral het succes van die
restauratie. Minder zichtbaar is de financiële strijd die zich achter de
schermen afspeelde. Het bezoek van Elco Brinkman vormt daarmee een mooie
herinnering aan een periode waarin Heusden letterlijk en figuurlijk opnieuw
werd opgebouwd. De minister kwam om de voltooiing van de restauratie te vieren,
maar zijn aanwezigheid markeerde tegelijkertijd het begin van een nieuwe fase:
de moeilijke financiële afrekening van een project dat voor een kleine gemeente
uiteindelijk een ongekende omvang had gekregen.
Bart
Beaard