Een nieuwe Aflevering van Historisch Heusden geschreven door Bart Beaard en deze keer gaat het in deel 252 van Historisch Heusden over
mr. R.J.Th. van der Heijden, Burgemeester van Drunen en Oudheusden & Elshout. Reinier van der
Heijden (*Waalwijk, 7 februari 1898,
ā ās-Hertogenbosch 1 juni 1981) werd geboren als zoon van gemeenteontvanger Cornelis van
der Heijden en Anna Wakkers. Hij volgde aanvankelijk een priesteropleiding
bij het grootseminarie in
Haaren maar
koos voor een rechtenstudie. Nadat hij het kandidaatsexamen behaald had aan
de
Rijksuniversiteit Utrecht vervolgde hij
zijn studie aan de net opgerichte
Katholieke Universiteit Nijmegen. Nadat hij in
1925 was afgestudeerd, werd hij advocaat en procureur in Den Haag, en
ook plaatsvervangend lid van de Reclasseringsraad. Hij trouwde 6 juli 1930 in
Den Haag met Betty Perquin (1906-1994). Op 7 oktober 1930 werd hij, toen 32 jaar oud, benoemd tot burgemeester
van de gemeenten Drunen en Oudheusden & Elshout. Voor zijn installatie op 9
november werd hij in Drunen feestelijk ingehaald met een stoet van notabelen,
verenigingen en door buurtschappen versierde boerenwagens. Het echtpaar ging
in de burgemeesterswoning op Grotestraat 176 wonen, waar hun zes kinderen
werden geboren. Van der Heijden was een krachtige soms autoritaire bestuurder
met een groot doorzettingsvermogen.
Drunen en Oudheusden
& Elshout
Al direct werd hij geconfronteerd met
grote economische problemen. Vooral in Drunen was de situatie slecht vanwege de
hoge werkloosheid onder schoenmakers. In Elshout, waar vrijwel uitsluitend
landbouwers woonden, waren de economische omstandigheden gunstiger. Drunen kwam
daarom in aanmerking voor werkverschaffings- en steunregelingen. Werklozen
konden hierdoor worden ingezet voor projecten die anders mogelijk niet of pas
veel later zouden zijn gerealiseerd.
Voorbeelden hiervan zijn het in 1938
geschikt maken als zwemgelegenheid van De Pleune Wiel aan de toenmalige
Badhuisstraat, nu Lipsstraat, en de ontginning van een heidegebied voor de
aanleg van kampeercentrum De Klinkaert. Daarnaast speelde hij een belangrijke
rol bij de ontwikkeling van recreatieve voorzieningen rond de Drunense Duinen.
Foto Links: Mr. R.J.Th. van de Heijden en zijn echtgenote B. Perquin
tijdens zijn installatie tot burgemeester van Drunen op 9 november 1930. Collectie Nico de Bont.
Foto Midden: Het pand Grotestraat
176, gebouwd in 1885, kocht Van der Heijden in 1930 van Leonardus Peijnenburg en
verkocht het in 1948 aan gemeente Drunen. Foto Ad Pellemans.
Foto Rechts: Op 15 april 1939 legde
burgemeester Van der Heijden de hoeksteen voor het nieuwe gemeentehuis van
Drunen en Elshout. Collectie SALHA
Onder zijn bestuur kreeg Drunen in de
jaren dertig een waterleidingnet en werden brandkranen aangelegd. In 1937 werd
het gemeentelijke elektriciteitsbedrijf verkocht aan de PNEM, waarna
straatverlichting werd aangebracht.
Door de groei van de gemeente, onder
meer als gevolg van de samenvoeging met Elshout in 1935, was het uit 1771
daterende gemeentehuis te klein geworden. Van der Heijden liet daarom plannen
maken voor een nieuw gemeentehuis op de hoek van Grotestraat-Stationsstraat. De
bouw werd mogelijk gemaakt door een krediet, of voorschot, uit het Werkfonds.
Op 15 april 1939 legde hij persoonlijk de hoeksteen voor het nieuwe raadhuis. In
datzelfde jaar vestigde ook de 's-Hertogenbossche Scheepsschroevenfabriek M.
Lips zich in Drunen. Voor de gemeente betekende dit de komst van een nieuwe en
welkome industriƫle werkgever. Het bedrijf zou zich in de daaropvolgende jaren
sterk ontwikkelen en uitgroeien tot een belangrijke economische factor voor
Drunen.
Oorlogsperiode
Na de Duitse inval op 10 mei 1940 behoorde
Van der Heijden tot de groep burgemeesters die zich kritisch opstelden
tegenover de bezetter. Aanvankelijk bleef hij aan als burgemeester van Drunen, zoals
veel burgemeesters deden, om te voorkomen dat direct een NSBāer werd benoemd.
Dat bracht bestuurders in een moeilijke positie: meewerken om de bevolking te
beschermen, of weigeren en vervangen worden. Voor Van der Heijden leidde dit
uiteindelijk tot een openlijk conflict met de bezetter. Van der Heijden kreeg
al in januari 1941 een conflict met de bezetter over de registratie van
Drunense Joden. Er ontstond onenigheid rond Paula Lƶb, de echtgenote van
onderwijzer Harrie van Broekhoven. Zij bleek volgens de bezetter āvoljoodsā,
d.w.z. vier Joodse voorouders, te zijn en moest daarom een Jodenster dragen,
maar weigerde dat. Vervolgens dreigde arrestatie en deportatie naar kamp
Westerbork. Van der Heijden gaf haar echter de gelegenheid om te vluchten en
onder te duiken. Begin 1942 raakte Van der Heijden opnieuw in conflict met de
bezetter. Ditmaal over de samenstelling van een groep Drunenaren voor de
Arbeitseinsatz, de verplichte tewerkstelling in Duitsland.
Op 5 juni 1942 werd hij ontslagen
vanwege zijn āprincipiĆ«le houding tegenover de bezetterā. In landelijke
dagbladen verscheen hierover het bericht: āBij besluit van den
commissaris-generaal voor bestuur en justitie is mr. R. J.
Th. van der Heijden, met ingang van 5
Juni 1942, ontslagen als burgemeester van Drunenā. Na zijn ontslag werd Van der
Heijden als gijzelaar opgesloten in kamp Beekvliet in Sint-Michielsgestel. In
dit kamp zaten veel prominente Nederlanders gevangen, onder wie burgemeesters,
hoogleraren, politici en andere bestuurders. De Duitsers gebruikten hen als
drukmiddel tegen verzetsactiviteiten. Van der Heijden verbleef daar van 20 mei
1942 tot 20 december 1943. Na zijn ontslag kreeg Drunen een NSB-burgemeester:
Johannes Theodorus Ramaekers. Tijdens Dolle Dinsdag, 5 september 1944, vluchtte
de NSB-Ʃr uit Drunen.
Na de bevrijding
Na de bevrijding van Zuid-Nederland in
november 1944 werd hij door het Militair Gezag herbenoemd tot burgemeester van
Drunen. Op 6 december 1944 volgde benoeming tot waarnemend burgemeester van
Waalwijk, na de gewelddadige dood van burgemeester Moonen. In Drunen werd Van
der Heijden geconfronteerd met een kapotgeschoten en gehavend dorp en een
terneergeslagen bevolking, die had geleden door de oorlogbeschietingen en de
vele dodelijke slachtoffers en gewonden. Daarnaast vormden de talrijke
veldgraven van gesneuvelde geallieerde en Duitse militairen een indringende
herinnering aan de oorlog.
De afrekening met collaborateurs,
landverraders en NSB'ers leverde in Drunen relatief weinig problemen op. Wel
moesten scheepsschroevenfabrikant Max Lips en wegenbouwer Jo Vissers zich
verantwoorden voor hun werkzaamheden in oorlogstijd voor de voormalige
bezetter.
Ook het nieuwe raadhuis, dat onder zijn
bestuur tot stand kwam, werd tijdens de bevrijding zwaar beschadigd. Maar al
snel begon de wederopbouw; het puin werd geruimd en er werd gewerkt aan de
ontstane woningnood, zoals met de noodwoningen in de Schoolstraat. Ook kwam er
al snel een stedenbouwkundig ontwerp voor een nieuw dorpsplein, een
winkelgalerij en een kerk met pastorie.
Nadien
Van der
Heijden werd op 1juni 1948 benoemd tot burgemeester van
Loon op Zand, dat hij tot zijn
pensionering in 1963 zou blijven. In 1950 werd de Stichting Natuurpark
de Efteling opgericht
door Van der Heijden, samen met de cineast
Peter Reijnders en
Anton
Pieck. Reden voor de oprichting was dat de plaatselijke economie te veel
afhankelijk was van de schoen- en leerindustrie. Bij zijn
aanstelling in 1930 als burgemeester in dat jaar had Drunen een inwoneraantal
van 3400. Bij zijn vertrek in 1948 waren er dat 5500, incl. ±1000 inwoners van
Elshout. In
Drunen herinnert de straatnaam āBurgemeester Van der Heijdenstraatā nog aan
hem.
Bart Beaard