Historisch Heusden: mr. R.J.Th. van der Heijden, Burgemeester van Drunen en Oudheusden & Elshout

15 jul , 13:15 • Historisch Heusden
277.4
SALHA
Een nieuwe Aflevering van Historisch Heusden geschreven door Bart Beaard en deze keer gaat het in deel 252 van Historisch Heusden over mr. R.J.Th. van der Heijden, Burgemeester van Drunen en Oudheusden & Elshout. Reinier van der Heijden (*Waalwijk, 7 februari 1898, ā€ ā€˜s-Hertogenbosch 1 juni 1981) werd geboren als zoon van gemeenteontvanger Cornelis van der Heijden en Anna Wakkers.
Hij volgde aanvankelijk een priesteropleiding bij het grootseminarie in Haaren maar koos voor een rechtenstudie. Nadat hij het kandidaatsexamen behaald had aan de Rijksuniversiteit Utrecht vervolgde hij zijn studie aan de net opgerichte Katholieke Universiteit Nijmegen. Nadat hij in 1925 was afgestudeerd, werd hij advocaat en procureur in Den Haag, en ook plaatsvervangend lid van de Reclasseringsraad. Hij trouwde 6 juli 1930 in Den Haag met Betty Perquin (1906-1994). Op 7 oktober 1930 werd hij, toen 32 jaar oud, benoemd tot burgemeester van de gemeenten Drunen en Oudheusden & Elshout. Voor zijn installatie op 9 november werd hij in Drunen feestelijk ingehaald met een stoet van notabelen, verenigingen en door buurtschappen versierde boerenwagens. Het echtpaar ging in de burgemeesterswoning op Grotestraat 176 wonen, waar hun zes kinderen werden geboren. Van der Heijden was een krachtige soms autoritaire bestuurder met een groot doorzettingsvermogen.
Drunen en Oudheusden & Elshout
Al direct werd hij geconfronteerd met grote economische problemen. Vooral in Drunen was de situatie slecht vanwege de hoge werkloosheid onder schoenmakers. In Elshout, waar vrijwel uitsluitend landbouwers woonden, waren de economische omstandigheden gunstiger. Drunen kwam daarom in aanmerking voor werkverschaffings- en steunregelingen. Werklozen konden hierdoor worden ingezet voor projecten die anders mogelijk niet of pas veel later zouden zijn gerealiseerd.
Voorbeelden hiervan zijn het in 1938 geschikt maken als zwemgelegenheid van De Pleune Wiel aan de toenmalige Badhuisstraat, nu Lipsstraat, en de ontginning van een heidegebied voor de aanleg van kampeercentrum De Klinkaert. Daarnaast speelde hij een belangrijke rol bij de ontwikkeling van recreatieve voorzieningen rond de Drunense Duinen.
Foto Links: Mr. R.J.Th. van de Heijden en zijn echtgenote B. Perquin tijdens zijn installatie tot burgemeester van Drunen op 9 november 1930. Collectie Nico de Bont.
Foto Midden: Het pand Grotestraat 176, gebouwd in 1885, kocht Van der Heijden in 1930 van Leonardus Peijnenburg en verkocht het in 1948 aan gemeente Drunen. Foto Ad Pellemans.
Foto Rechts: Op 15 april 1939 legde burgemeester Van der Heijden de hoeksteen voor het nieuwe gemeentehuis van Drunen en Elshout. Collectie SALHA
Onder zijn bestuur kreeg Drunen in de jaren dertig een waterleidingnet en werden brandkranen aangelegd. In 1937 werd het gemeentelijke elektriciteitsbedrijf verkocht aan de PNEM, waarna straatverlichting werd aangebracht.
Door de groei van de gemeente, onder meer als gevolg van de samenvoeging met Elshout in 1935, was het uit 1771 daterende gemeentehuis te klein geworden. Van der Heijden liet daarom plannen maken voor een nieuw gemeentehuis op de hoek van Grotestraat-Stationsstraat. De bouw werd mogelijk gemaakt door een krediet, of voorschot, uit het Werkfonds. Op 15 april 1939 legde hij persoonlijk de hoeksteen voor het nieuwe raadhuis. In datzelfde jaar vestigde ook de 's-Hertogenbossche Scheepsschroevenfabriek M. Lips zich in Drunen. Voor de gemeente betekende dit de komst van een nieuwe en welkome industriƫle werkgever. Het bedrijf zou zich in de daaropvolgende jaren sterk ontwikkelen en uitgroeien tot een belangrijke economische factor voor Drunen.
Oorlogsperiode
Na de Duitse inval op 10 mei 1940 behoorde Van der Heijden tot de groep burgemeesters die zich kritisch opstelden tegenover de bezetter. Aanvankelijk bleef hij aan als burgemeester van Drunen, zoals veel burgemeesters deden, om te voorkomen dat direct een NSB’er werd benoemd. Dat bracht bestuurders in een moeilijke positie: meewerken om de bevolking te beschermen, of weigeren en vervangen worden. Voor Van der Heijden leidde dit uiteindelijk tot een openlijk conflict met de bezetter. Van der Heijden kreeg al in januari 1941 een conflict met de bezetter over de registratie van Drunense Joden. Er ontstond onenigheid rond Paula Lƶb, de echtgenote van onderwijzer Harrie van Broekhoven. Zij bleek volgens de bezetter ā€˜voljoods’, d.w.z. vier Joodse voorouders, te zijn en moest daarom een Jodenster dragen, maar weigerde dat. Vervolgens dreigde arrestatie en deportatie naar kamp Westerbork. Van der Heijden gaf haar echter de gelegenheid om te vluchten en onder te duiken. Begin 1942 raakte Van der Heijden opnieuw in conflict met de bezetter. Ditmaal over de samenstelling van een groep Drunenaren voor de Arbeitseinsatz, de verplichte tewerkstelling in Duitsland.
Op 5 juni 1942 werd hij ontslagen vanwege zijn ā€˜principiĆ«le houding tegenover de bezetter’. In landelijke dagbladen verscheen hierover het bericht: ā€˜Bij besluit van den commissaris-generaal voor bestuur en justitie is mr. R. J.
Th. van der Heijden, met ingang van 5 Juni 1942, ontslagen als burgemeester van Drunen’. Na zijn ontslag werd Van der Heijden als gijzelaar opgesloten in kamp Beekvliet in Sint-Michielsgestel. In dit kamp zaten veel prominente Nederlanders gevangen, onder wie burgemeesters, hoogleraren, politici en andere bestuurders. De Duitsers gebruikten hen als drukmiddel tegen verzetsactiviteiten. Van der Heijden verbleef daar van 20 mei 1942 tot 20 december 1943. Na zijn ontslag kreeg Drunen een NSB-burgemeester: Johannes Theodorus Ramaekers. Tijdens Dolle Dinsdag, 5 september 1944, vluchtte de NSB-Ć©r uit Drunen.
Na de bevrijding
Na de bevrijding van Zuid-Nederland in november 1944 werd hij door het Militair Gezag herbenoemd tot burgemeester van Drunen. Op 6 december 1944 volgde benoeming tot waarnemend burgemeester van Waalwijk, na de gewelddadige dood van burgemeester Moonen. In Drunen werd Van der Heijden geconfronteerd met een kapotgeschoten en gehavend dorp en een terneergeslagen bevolking, die had geleden door de oorlogbeschietingen en de vele dodelijke slachtoffers en gewonden. Daarnaast vormden de talrijke veldgraven van gesneuvelde geallieerde en Duitse militairen een indringende herinnering aan de oorlog.
De afrekening met collaborateurs, landverraders en NSB'ers leverde in Drunen relatief weinig problemen op. Wel moesten scheepsschroevenfabrikant Max Lips en wegenbouwer Jo Vissers zich verantwoorden voor hun werkzaamheden in oorlogstijd voor de voormalige bezetter.
Ook het nieuwe raadhuis, dat onder zijn bestuur tot stand kwam, werd tijdens de bevrijding zwaar beschadigd. Maar al snel begon de wederopbouw; het puin werd geruimd en er werd gewerkt aan de ontstane woningnood, zoals met de noodwoningen in de Schoolstraat. Ook kwam er al snel een stedenbouwkundig ontwerp voor een nieuw dorpsplein, een winkelgalerij en een kerk met pastorie.
Nadien
Van der Heijden werd op 1juni 1948 benoemd tot burgemeester van Loon op Zand, dat hij tot zijn pensionering in 1963 zou blijven. In 1950 werd de Stichting Natuurpark de Efteling opgericht door Van der Heijden, samen met de cineast Peter Reijnders en Anton Pieck. Reden voor de oprichting was dat de plaatselijke economie te veel afhankelijk was van de schoen- en leerindustrie. Bij zijn aanstelling in 1930 als burgemeester in dat jaar had Drunen een inwoneraantal van 3400. Bij zijn vertrek in 1948 waren er dat 5500, incl. ±1000 inwoners van Elshout. In Drunen herinnert de straatnaam ā€˜Burgemeester Van der Heijdenstraat’ nog aan hem.
Bart Beaard
loading

Loading articles...

Loading