Monumenten en Heusdens erfgoed: De Catharijnekerk van Heusden en de Kempense gotiek

30 mei , 10:00Monumenten Heusden
M360 (1)
De Catharijnekerk is gewijd aan Sint-Catharina van Alexandrië, de beschermheilige van de stad Heusden. De oudste vermelding is 1210, toen in een gebied met hoge zandgronden en met een peil van +2,8 m NAP op een terp de eerste kerk stond. In 1555 bestond de kerk uit een middenschip met koor, een toren en zijbeuken aan zowel de noord- als de zuidzijde.
In 1555 werd de kerk uitgebreid met een kruisarm, historisch het jongste gedeelte van de kerk: aan de noordzijde werden een transept en een beuk met vier traveeën toegevoegd. Dit deel is opgetrokken in een bouwstijl dat later werd aangeduid als Kempense gotiek. In de nacht van 4 op 5 november 1944 werden door de Duitse troepen onder andere de twee westelijke traveeën opgeblazen, waardoor deze werden verwoest. Toen het college van B&W van Heusden in 1954 een herstelplan vaststelde, werd besloten deze twee traveeën niet te herbouwen. Daardoor bestaat de noordgevel nu uit het noordtransept en twee traveeën, welke tijdens de uitvoering van het herstelplan ook zijn gerestaureerd. Dit artikel beschrijft de vormentaal van dit bouwdeel.
Kempense gotiek
In de middeleeuwen werd voor de kerkenbouw de bouwstijl ‘Gotiek’ toegepast. De Sint-Jan in ’s-Hertogenbosch is daarvan een mooi voorbeeld. De belangrijkste kenmerken van deze bouwstijl zijn:  
- Verticaliteit en hoogte: gebouwen lijken sterk omhoog te ‘stijgen’ en wekken zo een bijna hemelse indruk.
- Spitsbogen: puntig toelopende bogen, toegepast in ramen, deuren en gewelven.
- Ribgewelven: gewelven die worden gedragen door kruisende ribben.
- Luchtbogen en steunberen: om hoge muren te ondersteunen en zijwaartse druk op te vangen.
- Grote vensters: vaak voorzien van glas-in-lood met religieuze voorstellingen, wat zorgt voor licht in het interieur.
- Rijke decoratie met elementen zoals beelden, pinakels, kruisbloemen, hogels en traceringen.
De Catharijnekerk is gebouwd in de Kempense gotiek, een regionale variant. Deze stijl onderscheidt zich door een meer robuuste uitstraling, met minder uitgesproken hoogte, geen luchtbogen, een soberder uiterlijk, weinig of geen beeldhouwwerk en het gebruik van baksteen.
Foto LInks:De noordgevel van de kerk met links de tuitgevel van het transept, in het midden de twee tuitgevels van de traveeën en rechts de naoorlogse aanbouw. Op het zadeldak bevindt zich de naoorlogse vieringtoren. Foto Bart Beaard.
Foto Midden: In de tuitgevel van het transept bevindt zich een beeltenis met het thema ‘Kruisiging van Christus’, dat tijdens de Beeldenstorm beschadigd is. Droneopname Jan Quirijnen.
Foto Rechts: In de tuitgevel van de linkertravee bevindt zich een jaartalsteen met in oudschrift de inscriptie: ‘Anno vijftiē hō-dert eñ vijftich’, oftewel ’Anno vijftienhondert ende vijftich’ = 1550. Droneopname Jan Quirijnen. 

Bouwdelen
Het noordertransept en de twee traveeën van de noorderzijbeuk hebben leiengedekte zadeldaken over houten tongewelven, waarvan de nokken loodrecht op de hartlijn van het kerkschip liggen. De zadeldaken sluiten aan op het hoofdzadeldak van het kerkschip. Het noordertransept heeft een tuitgevel en twee smalle zijgevels. De twee traveeën hebben elk een tuitgevel. De rechtse travee heeft een niet oorspronkelijke rechter zijgevel, maar een gevel uit de wederopbouwperiode. Van de gevels van het noordertransept en de traveeën zijn de muurvlakken, steunberen en pinakels opgetrokken met warmrode bakstenen en in kruisverband gemetseld. De bakstenen zijn gebakken van rivierklei uit de directe omgeving. Het metselwerk is horizontaal geleed met banden van Bentheimer zandsteen, wat het geheel een duidelijke ritmiek geeft. De gevel wordt geleed door steunberen op de hoeken en tussen de traveeën. Tussen de steunberen bevinden zich muurvlakken met voldoende draagkracht voor hoge spitsboogvensters.
Steunberen en pinakels
In constructief opzicht vangen de steunberen, in combinatie met de muren, de zijwaartse druk (spatkrachten) van de gewelven op. Aan de onderzijde hebben de steunberen een rechthoekige sokkel van circa 2,5 meter hoog. In de zijden van deze sokkels bevinden zich casementen of blinde beeldnissen, bekroond met maaswerk. Enkele nissen van de hoeksteunberen beschikken nog over consoles voor het plaatsen van beelden. De sokkels zijn afgedekt met hardstenen platen, die tevens doorlopen naar de onderdorpels van de vensters. Op deze platen rusten de steunberen, die aan de muurzijde een rechthoekige doorsnede hebben. De steunberen zijn voorzien van aangebouwde pinakels; de hoeksteunberen hebben bovendien nog twee kleinere pinakels. Pinakels zijn slanke, spits toelopende torentjes die dienen als decoratieve bekroning. Ze accentueren de verticaliteit van de gebouwen en steunberen. Functioneel verhogen ze de stabiliteit van steunberen door het extra gewicht, waardoor deze meer druk van de gewelven kunnen opvangen. De pinakels zijn gedecoreerd met kruisbloemornamenten en bekroond met een plumeel. De pinakels lopen aan de bovenzijde van de steunbeer uit in een zandstenen ornament met zadeldak.
Spitsboogvensters
Alle vensters zijn spitsboogvensters. In de boogvelden van de vensters is een tracering of maaswerk aangebracht. Voor de plaatsing van het glas in de vensters zijn er twee of drie montants of verticale stijlen. De traceringen en de montants zijn opgebouwd uit bak- en zandsteen ornamenten. De neggen van de vensters zijn rondom geprofileerd.
Tuitgevels
In de topgevel van het transept zijn de restanten van vernield beeldhouwwerk (beeldenstorm), die na de overgang naar het protestantisme niet zijn vervangen. Naar alle waarschijnlijkheid bevindt zich in het grote midden casement het restant van een beeltenis, welke de kruisiging van Christus voorstelt. In elk van de drie geveltoppen bevinden zich drie ronde casementen omringd met halfsteens rollaag en zandsteen sluitstenen. In de casementen zijn ruiten ornamenten van zandsteen, mogelijk overblijfsels van beeldhouwwerk (hoofden van heiligen?). In de geveltop van de linker travee bevindt zich in een casement met korfboog een rechthoekige cartouche een jaartalsteen 1550 met de inscriptie ‘Anno vijftienhondert ende vijftich’. In de geveltoppen zijn de stalen muurankers zichtbaar.
Noordportaal
In de linkertravee bevindt zich het spitsvormig noordportaal, wat bij een gotische kerk het uitvaartportaal is. Boven de hardhouten deur ligt een hardstenen bovendorpel, waarboven zich een halfsteens korfboog bevindt met in het boogveld drie casementen met rondbogen.
Grafstenen
Aan de gevel van het noordtransept bevinden zich de epitafen of grafstenen van:
Links; Johannes Augustus Gerlach (*1790 †1881), oud-notaris, lid Provinciale Staten en zijn echtgenote Jacoba Jud. Pet. de Bruijn (*1789 †1854)
Rechts; Johannes Augustus Gerlach (*1744 †1837), burgemeester, drossaard en dijkgraaf
Hun graflegging vond plaats op de NH-begraafplaats, nu Herptseweg, Oudheusden.
Bart Beaard
loading

Loading articles...

Loading