Al in 1210 wordt melding gemaakt van een kerk in Heusden.
Omstreeks 1328 werd deze kerk in gotische stijl uitgebreid met een noord- en
zuidbeuk en een koor. In 1555 verrees aan de noordzijde een tweede zijbeuk in
de vorm van een dwarsschip, het noordertrancept. Tegelijkertijd werden traveeën
(herhalende, identieke bouwdelen) met topgevels en zadeldaken toegevoegd.
De
gevel werd opgetrokken in afwisselende lagen baksteen en natuursteen, de
zogenoemde bergstenen banden, en rijk voorzien van gotische versieringen. Het
bouwen van een zuidertrancept om de kruisvorm van het kerkgebouw te completeren
is om allerlei redenen niet gelukt. Hierdoor wekt de de kerk als geheel een
indruk van onvoltooidheid, maar is juist om deze reden in Nederland uniek. Sindsdien
is er een duidelijk verschil in bouwstijl tussen de noord- en de zuidbeuk. De
zuidbeuk werd samen met het middenschip onder één dakvlak gebracht en kenmerkt
zich door eenvoudiger muurwerk, zonder topgevels en steunberen. In de 16e eeuw
werd aan de zuidzijde een drielaagse ‘Kerckekamer’ met ingangsportaal gebouwd. Sinds
1579, toen de kerk overging van de katholieken naar de hervormden, is deze
ruimte in gebruik als consistoriekamer. Op 8 maart 1967 werd de Catharijnekerk
aangewezen als Rijksmonument (nummer 22061).
Foto Links: In het drielaags hoge gedeelte bevinden zich de
consistoriekamer en twee zalen voor kringwerk. Onder het lessenaarsdak bevindt zich
het ingangsportaal met een wenteltrap. Foto Ad Pellemans
Foto Rechts: Boven
de toegangsdeur van het ingangsportaal bevindt zich een gevelsteen met de tekst
‘VIGILATE,
ECCLESIA, HEUSDANAE’. Foto Ad
Pellemans
Als gevolg van oorlogsverwoestingen moest een deel van de
kerk worden hersteld. In 1946 stelde de Amsterdamse architect Ferdinand
B. Jantzen een voorlopig herstelplan op. Jantzen had in 1943 al
geveltekeningen gemaakt van alle monumentale panden in Heusden. Het definitieve
herstelplan dateert van november 1953. Door beperkte financiële middelen werd
het oorspronkelijke plan echter slechts gedeeltelijk uitgevoerd. De toren werd
niet herbouwd; in plaats daarvan werd op het dak van het schip een dakruiter
met luidklok geplaatst. De gevels van de consistorie aan de zuidbeuk werden
gerestaureerd en de lage gevel van het ingangsportaal werd vernieuwd en
aangepast. Onder het lessenaardak van de aanbouw bevindt zich het
ingangsportaal, met een eikenhouten wenteltrap naar de consistoriekamer. Boven
deze ruimte, waar de kerkenraad vergadert, liggen nog twee zalen die worden
gebruikt voor het kringwerk.
Boven het nieuwe ingangsportaal is een gevelsteen
aangebracht met het devies wapen van de Heusdense Hervormde Gemeente: de
afbeelding van een kraaiende haan met het devies: VIGILATE, ECCLESIA, HEUSDANAE
— ‘Kerk van Heusden, wees waakzaam’. Zoals de haan waakt bij het eerste
morgenlicht, zo wordt de kerk opgeroepen waakzaam te zijn voor het licht van
Christus. De tekst en de haan verwijzen naar het kerkzegel, een officieel was-
of lakzegel met het stempel van de kerkelijke gemeente. Een kerkzegel bevat
doorgaans de naam van de kerk en symbolische kenmerken en fungeert als
herkenningsteken op officiële documenten. Ontwerpen bevatten vaak historische
verwijzingen, Bijbelse symbolen of Latijnse teksten die de identiteit van de
gemeente uitdrukken. De gevelsteen werd ontworpen en vervaardigd uit Etringer
kerntufsteen door kunstenaar-beeldhouwer Martinus Pietersen
uit Den Haag.
Bart Beaard