In de 13e eeuw werden
aan de noordzijde van Haarsteeg en de oostzijde van Vlijmen de Voor- of
Achterdijk aangelegd voor de aanleg van de Hollandse polder De Groote Waard.
Polder De Groote Waard lag in het gebied tussen deze dijk en Maasdam, ten
zuiden van Rotterdam. De polder werd verwoest tijdens de Sint-Elisabethsvloed
van 1421. Voor de aanleg van de dijk werden boeren uit Holland ingeschakeld.
Als beloning kregen zij het achterliggende gebied ter ontginning. Zij
ontwikkelden hier een slagenlandschap met afwateringsweteringen en geriefhout. Dit
gebied staat tegenwoordig bekend als De Sompen, De Vrije Kavelen, De Kleine
Kaveling en De Grote Kaveling. De boeren vestigden zich permanent in Haarsteeg.
Ipperhoeve
De
naam ‘Ipperhoeve’ is volgens Tarcisius van Schijndel O.Cist. afgeleid van
‘iepenhout’ en ‘hoeve’ (zie MGT 1953, p. 64). In de Echo van het
Zuiden van 25 augustus 1923 wordt het gebied vermeld als: ‘Griendland
De Ipperhoeve’. Ter hoogte van Ipperhoeve kwamen de wetering van de Mommersteeg
uit Vlijmen en de Haarsteegse wetering samen. Het water stroomde vervolgens in
de wetering in de Ipperhoeve. Halverwege de Ipperhoeve sloot ook de Vlijmense
Wetering, die grotendeels langs de Inlaagdijk liep, hierop aan. Daarna liep de
watergang door tot aan de Hoge Maasdijk en verder via de Rattekampse wetering
naar de Haarsteegse Wiel. De verkaveling van het ontginningsgebied in de
Ipperhoeve vond plaats in noordoost-zuidwestelijke richting. Hierdoor ontstond
het gebied ‘De Vrije Kavelen’, gelegen tussen ‘De Sompen’ en ‘De Kleine
Kaveling’. In de 19e eeuw werd dit gebied grotendeels gebruikt voor de teelt
van iepen en wilgen ten behoeve van hakhout.
Historie
Volgens
de jaartalmuurankers is boerderij Ipperhoeve 2 gebouwd in 1801, als
wederopbouwboerderij. Dit gebeurde na de verwoesting van de voorganger tijdens
dijkdoorbraken van de Hoge Maasdijk in 1795 en 1799. De boerderij was destijds
eigendom van landbouwer Wilhelmus Pulles (1770–1838), die in 1794 trouwde met
Johanna van Dam (1778–1854). In 1882 kwam het bezit in handen van Joannes van
Opzeeland (1841–1906) en Johanna Pulles (1842–1885). Het pand bleef in de
familie totdat de acht erfgenamen van Egidius van Opzeeland (1880–1943) en Anna
van Engelen (1887–1988) het in 1960 verkochten. Voor de woningen aan de
Ipperhoeve lagen vroeger een landweg en een wetering. De weteringen in de
Mommersteeg en de Ipperhoeve stonden in het midden van de vorige eeuw bekend
als ‘De Stinksloot’ of ‘De Zwarte Donau’. Deze benamingen waren te danken aan
de stank die werd veroorzaakt door afvalwater van enkele Vlijmense bedrijven en
de riolering van omliggende woningen. Er is inmiddels veel veranderd, want voor
dit pand staat nu een bord met opschrift:’Regenwater infiltratiegebied’. Voor
het pand staan nog twee van de oorspronkelijk drie monumentale leilinden. Deze
werden bij rietgedekte boerderijen geplant als bescherming tegen brand. Door
hun horizontale kroon konden zij rondvliegende vonken tegenhouden of afremmen.
Aan de voorzijde bevinden zich betonnen paaltjes met verbindingsstangen en een zitbank.
Foto LInks:De kortgevelboerderij ‘in
de hoek’ van de Mommersteeg en Haarsteegsestraat. Foto Ad Hartjes.
Foto Rechts: De wetering in de
Ipperhoeve en Mommersteeg was lange tijd een stinkende riool, veroorzaakt door enkele
Vlijmense bedrijven en de riolering van aanliggende woningen. Foto Nico de
Bonth.
Bouwstijl
Het
betreft een kortgevelboerderij met het woongedeelte aan de straatzijde, gevolgd
door de deel (het werkgedeelte) en achterin het stalgedeelte. Het eenlaagse
pand heeft een rietgedekt zadeldak met een wolfseind. De nok is afgewerkt met
in specie gelegde blauwgesmoorde terracotta nokvorsten. De gevels zijn
opgetrokken uit IJsselstenen, gemetseld in kruisverband en afgewerkt met een
volle voeg. Aan de bovenzijde van de
topgevel bevinden zich muurvlechtingen. In de voorgevel bevinden zich op de
begane grond drie schuiframen met bovenlichten en op de verdieping twee
vensters met draairamen. Alle vensters hebben een fijne roedeverdeling. Boven
en onder de vensters zijn halfsteens rollagen aangebracht.
In
het bovendeel van de gedeelde voordeur bevindt zich een getoogd raam met
roedeverdeling. Het bovenlicht van de voordeur is uitgevoerd als snijraam met
een geometrisch patroon. De onderzijde van de gevel is afgewerkt met een circa
40 cm hoge gepleisterde plint.
Bart Beaard
Bert van Opzeeland