De NH-gemeente van Doeveren liet een pastorie bouwen voor haar predikant en zijn gezin. Het perceel, kadastraal DRONGELEN B-249 t/m 251, bestond toen uit de pastorie, een erf en een waterkolk (gedeelte van een wiel). Boven de toegangsdeur bevindt zich de Eerste Steen met de tekst: A: BOLLE K ZOON, HEEFT GELEGT, DEN EERSTEN STEEN, DEN 12 JUNY 1826.
Met predikant Hendrik Peter Scholte (1805-1868), die op 18 maart 1833 beroepen werd, kreeg de kerkgemeenschap landelijke bekendheid. ‘Van heinde en ver stroomden mensen naar zijn kerkje toe’. Zijn preken werden wel de aanleiding tot ‘De Afscheiding van 1834’, waarbij gereformeerden zich afscheidden van de hervormden. Scholte moest vertrekken. Dit leidde tot een Koninklijk Besluit nr. 83 van 3 maart 1835 van Z.M. Koning Willem I dat het Classicaal Bestuur van Heusden de pastorie moest ontruimen. Dat gebeurde met hulp van de marechaussee uit ’s-Hertogenbosch, terwijl de predikant op het grasland in de pastorietuin voor een grote menigte predikte. Sindsdien was het rustig in Doeveren en tot 1990 hebben predikanten in deze pastorie gewoond. Ds. Henk Poot was de laatste en sindsdien woont er ouderling/kerkrentmeester Huib Colijn.
Sinds 30 april 1964 is een gedeelte van het pand in gebruik als hervormd jongerencentrum ‘De Crocus’. Op zolder werden slaapzalen gerealiseerd en aan de oostzijde een aanbouw voor entree en keuken. In de aanbouw wonen sinds drie jaar twee Oekraïense gezinnen. Het pand is nog steeds eigendom van de Hervormde Gemeente Doeveren met haar ±60 kerkleden.
Foto LInks:A: BOLLE K. ZOON,
HEEFT GELEGT, DEN EERSTEN STEEN, DEN . 12 JUNY 1826. Foto Ad Pellemans
Foto Rechts: Vooraanzicht van de
vroegere pastorie in Doeveren. Foto Ad Pellemans
De pastorie is een eenlaags pand met een bovenverdieping onder een rietgedekt zadeldak, waarvan de nok evenwijdig ligt aan de Dorpsstraat. Het dak ligt tussen twee tuitgevels, afgedekt met een zinken beplating. Onder deze beplating en op het riet liggen loodslabben voor de waterdichting. De nok is bedekt met blauw gesmoorde vorsten. In het dak bevindt zich een dakkapel met een zadeldak waarbinnen een fronton. De dakkapel, met aan beide zijden geprofileerde wangen, heeft draairamen met gedeeld bovenlicht. De gevel is gemetseld met gele IJsselsteentjes in kruisverband. Aan de bovenzijde rust een bakgoot op consoles. Deze smeedijzeren consoles zijn bevestigd op houten klossen, die naast de muurankers zijn bevestigd. .
De gevel is symmetrisch: in het midden de toegangsdeur met aan beide zijden twee schuifvensterkozijnen met 2-ruits vaste ramen en 4-ruits schuiframen. De vensters hebben normaliter luiken. De toegangsdeur is een paneeldeur, met een bovenlicht. Boven de venster- en deurkozijnen bevinden zich anderhalve steen hoge waaiervormige strekken van rode baksteen.
Bart Beaard