Toen in het begin van de 19e eeuw de eerste
kadastrale tekeningen werden gemaakt, stond op deze locatie al een krukvormige
boerderij. Krukboerderijen, die in onze omgeving
nauwelijks werden gebouwd, zijn boerderijen waarvan het woongedeelte naar één
zijde is uitgebouwd.
De dakvorm krijgt hierdoor een L-vorm, ofwel een
deurkruk-vorm. Het woonhuis staat dus dwars voor het bedrijfsgedeelte. Deze
boerderij is eigendom van landbouwer Evert
van der Aa, getrouwd met Mechelina de Hoog. Het eigendom gaat in 1873 over naar
dochter Goverdina, die met Reinier van Halder was getrouwd. In de nacht van 29
op 30 december 1880 brak ’s-nachts om 2 uur bij Nieuwkuijk de Vlijmensche Dijk
door. Het water stroomde vanaf de doorbraak via de Peperstraat naar Nieuwkuijk
en een ‘Zware Stroom’ liep langs deze boerderij naar Haarsteeg. In het verslag ‘Aantekening
van reddings-voorvallen’ staat daarover: ‘Acht
personen die op het huis van L. van Iersel gevlucht waren, werden gered in eene
boot. Achter het huis van Reinier van Halder sloeg hunne boot om; eene blinde
vrouw is verdronken; eene andere werd door den stroom medegevoerd in de
richting van Haarsteeg”.
Jan Quiirijnen
Droneopname van het
dak van de krukboerderij met het woongedeelte aan de linkerzijde en erachter
het bedrijfsgedeelte. Droneopname van Jan Quirijnen.
In het begin van de 20ste eeuw werd de boerderij grondig
verbouwd en de kadastrale kaart uit 1905 toont dat de boerderij toen enigszins
vergroot is. Door successie kwam het eigendom bij het echtpaar Marinus de Gouw
en Everdina van Halder, vervolgens bij Petronella de Gouw en Petrus van Dijk.
In 1961 werd de boerderij verbouwd en aan de achterzijde kwam in fasen een
rundveehouderij met een ligboxstal. Binnen de bebouwde kom van de Heusdense
kernen was het één van de laatste functionerende boerderijen.
De nok van het
rietgedekte dak van het bedrijfsgedeelte ligt haaks ten opzichte van de as van
de straat. De nok van het eveneens rietgedekte woongedeelte, dat ook een
wolfsdak heeft, ligt evenwijdig aan de straat. De nokhoogte van beide daken
zijn nu gelijk. Vóór de verbouwing in 1961 was de nokhoogte van het
woongedeelte 2,2 meter lager. Bij die verbouwing zijn voor de nieuw geplaatste
vensters aan de straatzijde de golvende verhogingen in het dak gemaakt. De
nokken van de daken zijn afgedekt met rode terracotta rietvorsten. Bij die
verbouwing, inmiddels ruim zestig jaar geleden, is ook de voorgevel met een
halfsteens muur vernieuwd met een rode hardgrauw baksteen, gemetseld in
kruisverband. Op de begane grond zijn toen ook de vijf vensters en de deur vernieuwd.
De bovenvensters hebben openslaande ramen, de ondervensters hebben een vast
gedeelte en een bovenlicht. De paneeldeur heeft een glas-in-loodpaneel en boven
de deur een vast bovenlicht. Naast de deur is een beeld van ‘Onze Lieve Vrouw
ter Linde’ uit Uden en refereert aan de geboorteplaats van bovengenoemde Petrus
van Dijk. Boven de kozijnen van de vensters en de deur zijn anderhalve steen
hoge uitwaaierende strekken. De vensters hebben hardstenen onderdorpels. Het 60
centimeter hoge trasraam is gemaakt met een afwijkende baksteen, mogelijk van
de oude gevel.
Bart Beaard
Jan Quirijnen.
Zicht op het voorzijde en woongedeelte van de
krukboerderij. Droneopname van Jan Quirijnen.