De drossaard (of
schout) en de schepenen van de gemeente Drunen beschikten van oudsher niet over
een raadhuis. Vergaderingen werden gehouden in de consistoriekamer van de NH-kerk.
Toen in 1765 het koor van de kerk moest worden afgebroken ontstonden de plannen
voor een raadhuis.
Hendrik de Jongh was toen de drossaard en Cornelis Kouwens
de secretaris. Van Martinus van Loon werd een stuk grond gekocht, gelegen naast
het voormalige ‘Brasserie Royal’. Er werd een architect gezocht, een bestek
gemaakt en aan de Raad van State werd verzocht een geldlening te mogen aangaan.
De aanbesteding was op 5 maart 1773. Hendrik Verhees was met fl. 4.593 de
laagste inschrijver en nam het werk aan. Op 25 januari 1775 werd door drossaard
en schepenen de eerste vergadering gehouden. De bestuurders vergaderden er nog
165 jaar. Het inwonertal steeg van 1480 in 1794 tot 4800 in 1939, toen het
nieuwe huidige gemeentehuis betrokken werd. In 1935 werden er ruim 900 inwoners
van Elshout in de boeken van de Burgerlijke Stand bijgeschreven. Tijdens de
oorlog was het oude raadhuis een subkantoor van het Distributiekantoor in
Waalwijk; van hieruit werden aan bewoners distributiebonnen verstrekt. Tijdens
de bevrijdingsdagen in oktober/november 1944 werd het raadhuis door
granaatbeschietingen zwaar beschadigd. Later is het gesloopt.
Het
gebouw had een breedte van dertien meter en een diepte van zeven meter. Het raadhuis
bestond uit een begane grond, een zolderverdieping en een souterrain. Het
gebouw had eensteens baksteen muren en was, door groeven geblokt, gepleisterd.
Ter afwerking werd het pleisterwerk geschuurd en met twee lagen silicaatverf
behandeld. De plint was gecementeerd en grijs geschilderd.
Foto LInks: Het voorgeveldetail uit
de bouwtekening van het raadhuis. Collectie SALHA
Foto Rechts: Het raadhuis van
Drunen vóór 1944. Links ervan staat voormalig ‘Brasserie Royal’ en het woonhuis
rechts is nu ‘Proeverij ’t Raadhuis’. Collectie Nico de Bont
De
begane grond had een entree, die bereikbaar was via een trapbordes met hardstenen
treden en ijzeren leuningen. Bij feestelijke gebeurtenissen werd het bordes gebruikt.
Het middengedeelte, met de dubbele
toegangsdeur met getoogd deurkalf en bovenlicht, was vooruitspringend. Het
bovenlicht had een geometrisch gesneden figuur. Links en rechts waren twee
schuifraamkozijnen met een vast- en schuifraam en een kleine roedeverdeling. De
bovenzijde van de gevel was met een kroonlijst met bakgoot afgesloten. Binnen
was er een ontvangstruimte, een kamer voor de secretarie en een kamer voor de
burgemeester, die ook als raad-, vergader- en trouwzaal werd gebruikt.
De
zolderverdieping was een onder pannengedekt schilddak. De hoekkepers en de
dakvorst waren met lood afgedekt. Aan de straatzijde was er een dakkapel met een
klein zadeldak. Op het dak stonden twee schoorstenen met kap en in 1854 werd er
een achtkantige ruiter geplaatst, met leien gedekt en met een windvaan. In de zijvlakken
waren openingen gemaakt met spitsbogen. De zolder werd gebruikt als bergruimte.
Het souterrain had een binnenhoogte van slechts 1,5 meter, waarvan een halve
meter beneden het maaiveld. Er was een ruimte voor de veldwachter, twee arrestantenlokalen
en een bergruimte met kolenhok.
Bart Beaard