Column Jack Thomassen Zo Vader Zo Zoon

Foto: Jack Thomassen

Jack Thomassen uit Drunen schrijft columns en korte verhalen. Voor onze lokale site Heusden Nieuws. zal hij regelmatig ook een column schrijven over zijn belevenissen en deze keer weer een nieuwe versie. Deze column gaat deze keer Zo Vader Zo Zoon.

Wie weet nog dat er in Drunen een TV-piraat illegaal films op de zenders slingerde? En zo Monique van de Ven en Rijk de Gooijer in Hoge Hakken Echte Liefde konden bewonderen, nog eerder in de huiskamer dan in de bioscoop? Dan moest je wel tot in de nachtelijke uurtjes opblijven, want de bewuste zender (meestal een Duitse) moest eerst klaar zijn met uitzenden, alvorens de piraterijpraktijken aan konden vangen. Haha, tegenwoordig kan je dan lang wachten. Nu zijn er gewoon 24/7 programma’s te zien. Maar populair waren die jongens toentertijd zeker. De naam van die ‘piratenbende’? Vrije Televisie Drunen. Weet je het weer?

5 jaar heeft dat feest geduurd. En hoewel de politie donders goed wist wie er zich achter de piratenvlag schuilhielden, lieten ze het oogluikend toe. Tot het echt niet meer kon. Einde verhaal.

Nou, niet het einde van dit verhaal natuurlijk! Want het mooiste moet nog komen. De titel heet immers niet voor niets ZO VADER ZO ZOON. Wie de jonge piraat van toen kent, kent automatisch ook zijn vader. Niet dat het 2 handen op één buik waren, of dat ze altijd samen door één deur konden. Wel waren ze uit hetzelfde hout gesneden. Recht door zee en beiden overtuigend  uitkomend voor hun eigen mening. Die laatste eigenschappen heeft de oude heer trouwens niet altijd medestanders opgeleverd. Vooral op de voetbalvelden was vader Toon bij sommigen (met alle respect) geen populaire verschijning, sorry dat ik het moet zeggen.

Goed. Voor wie nog niet geraden heeft, over wie dit verhaal gaat: Vader Toon Schapendonk was een voetbaldier in hart en nieren. De duizendpoot van voetbalclub RKDVC legde daar zijn ziel en zaligheid neer. Bijna al zijn vrije tijd bracht hij op de club door. Hij was er scheidsrechter, grensrechter, wedstrijdsecretaris, trainer van de arbiters, EHBO’er, KNVB-rapporteur, clubbladmedewerker en een tijdje bestuurslid. O, ja! Ook was ie consul. Maar bovenal was Toon bekend (lees: gevreesd) als sportparkbeheerder. Hoewel eigenlijk iedereen gewoon terreinknecht zei. Want in Brabant blijven we natuurlijk wel met beide beentjes op de grond, hè?

Zoon Jan heeft het echt wel geprobeerd om een voetballer te zijn, zoals zijn vader. Echter zijn hart ging toch iets harder kloppen voor iets stoerders, iets ruigers: MOTORCROSSEN! De voetballerij moest er uiteindelijk aan geloven. De voetbalschoenen van Jan gingen dus al vroeg aan de wilgen. En omdat vader altijd op de voetbalclub te vinden was, moest Jan het vaak zelf uitzoeken hoe hij bij wedstrijden aan de start verscheen. Wat hem natuurlijk niet tegenhield door te zetten. Sterker nog, Jan is nu dik in de 50 en rijdt nog regelmatig zijn wedstrijdjes. Met podiumplaatsen! Dat ook nog.

Ondanks zijn keuze voor een andere sport dan die van zijn pa, zijn er genoeg anekdotes te vertellen over vader en zoon. Zoals die keer dat Jan weer eens een kwajongensstreek beraamde, toen we op een klein veldje naast het voormalige trainingsveld (ook wel knollenveld genoemd) aan het voetballen waren. Langs dat veldje stonden hoge bomen. Ook waren daar van die stinkende pisbakken, maar beter hebben we het daar nu niet over. Jan zag zijn vader met zijn kruiwagen aan komen lopen. Waarna hij bedacht dat hij zijn vader weleens een handje zou gaan ‘helpen’ met diens werk als terreinknecht….

De lange ijzeren pinnen, die gebruikt werden om slalomparcourtjes uit te zetten, stonden nog op het veldje. Jan trok zo’n zware pin uit de grond, klom ermee in een boom en wachtte af totdat pa dicht genoeg genaderd was…

Tot onze ontzetting zagen we het snotjong de pin VLAK langs het hoofd van zijn oude heer in de kruiwagen mikken. Godsamme, jongens! Die pin kletterde keihard in de bak, waardoor vader Toon zich haast kapot schrok. Maar toen hij zijn dekselse zoon de boom uit zag stuiteren, kon hij zich herpakken en de achtervolging inzetten. Het zal zeker niet de eerste en de laatste keer zijn geweest dat het jong moest rennen, om aan een ouderwets pak op zijn sodemieter te ontkomen. Niemand anders dan Jan wist beter hoe groot de kolenschoppen aan het eind van vaders armen waren!

En toen Jan lekker een middagje op de crossmotor had gereden en onderlangs de Heidijk voorbij de velden van RKDVC reed, dacht hij: Kom, laat ik eens effe bij ons pa gaan kijken. Dat is toch aardig, niet? Nou, als Jan gewoon over de Sportlaan was komen rijden, misschien wel. Hij koos echter voor de kortste weg, over de veldjes voor de pupillen, over het bruggetje boven de sloot en precies tussen de (toen nog 2) voetbalvelden in, richting clubgebouw. Als je je bedenkt dat je van de terreinknecht niet eens met een fiets op het gras mocht komen, laat staan met zo’n bakbeest van een crossmotor! En één keer raden wie er op dat moment op één van die velden een wedstrijdje aan het fluiten was…? Juist! In Den Bosch zullen ze gedacht hebben dat het in Drunen spontaan begon te donderen. Vergeleken met Toon was Kapitein Haddock slechts een braaf koorknaapje.

Het volgende is niet zo leuk en vergeet daarom maar dat u er hier nogmaals over hebt gelezen. Op een dag waren vader en zoon toevallig beiden in het oude clubgebouw langs de Sportlaan aanwezig. Plotseling verschenen er 2 onbekende motorcrossers op het veld. Die vonden het blijkbaar grappig om een paar rondjes om de cornervlag te draaien. Nota bene recht voor de kantine! Diepe sporen trokken ze in het mooie gras. Het heilige gras van Toon! Een paar tellen stonden beide ‘Schapen’ overdonderd naar dit schouwspel te kijken. Totdat pa in ging grijpen. Maar toen na enkele duidelijke waarschuwingen, de 2 niet van het terrein af wilden gaan, was voor Toon de maat vol. Hij trok de cornervlag uit de grond en mikte op een aanstormende motor . En met een rake klap met de vlag zorgde hij ervoor dat dit slagveld meteen afgelopen was.

Dit incident én het gegeven dat de kantine kort daarop, op onverklaarbare wijze in de hens werd gezet, leidde tot de nodige speculaties en werden er vermoedelijke daders aangewezen, maar opgelost werd deze zaak, bij mijn weten, nooit.

Het moet gezegd: Bij de jonge ‘Schaop’ was alles toch niet zo zwart-wit als bij de oude. Jan is ook een stuk opgewekter dan zijn vader was. Maar als ze eenmaal een mening ergens over hadden (hebben), bleven (blijven) ze daar dan ook pal achter staan. In het geval van scheidsrechter Toon, heeft hem dat niet overal vrienden opgeleverd. “Zo zijn de regels en zo hanteer ik die op het voetbalveld!” Hetgeen nogal eens scheldpartijen en driftige reacties richting die scheids uit Drunen teweeg bracht. Welke hij ’s avonds ook nog uitgebreid op moest schrijven als rapporteur aan de KNVB. Zoon Jan las af en toe een stukje mee en vroeg zich dan af waarom in godsnaam zijn vader als scheidsrechter steeds weer al die bakken shit over zich heen liet gooien? Voor zijn hobby nog wel. Maar, ja. Er was een groot gebrek aan mensen die de fluit durfden te hanteren. En voetbal en de voetbalclub gingen vóór alles, dus floot Toon gerust 5 wedstrijdjes op één dag.

Naast voetbal en crossen moest er natuurlijk ook gewoon gewerkt worden. In het beetje tijd dat hij over had, werkte Toon als gemeentewerker bij de (toen nog) gemeente Drunen. “Wè ik doei? Ik ben vullisman. Gewoon achterop de waoge.” Het soms zware werk en daarnaast het nodige sporten en fluitoptredens, leverde een afgetraind lichaam en sterke armen op, waarmee hij 13 jaar het doel van het 1e team van RKDVC bewaakte. Jan daarentegen, ging na de LTS (metaal) meteen naar de scheepswerf van Verolme in Heusden. Alwaar hij bijna 25 jaar op verschillende werkvloeren ook zwaar werk heeft geleverd. Met daarnaast het in bedwang houden van flinke motoren, bracht ook hem dat de nodige spierballen. En nog steeds afgetraind! Dat mag worden gezegd.

Misschien zult u zich afvragen hoe dat dan ging, na zo’n dag met kattenkwaad en kwajongensstreken van zoon Jan? Hoe liep dat ijzeren-pin-in-pa’s-kruiwagen-gooien-spel trouwens af? Nou, ik moet zeggen dat ik na al die jaren daar ook wel benieuwd naar was. Dus vroeg ik Jan op de man af: “Zeg eens, Jan. Toen jij moest rennen voor je leven, na dat staafincident op de voetbalclub, zaten jullie ’s avonds bij het eten gewoon weer samen aan tafel?” Jan glimlachte van oor tot oor: “Och, jongen. Als het mij lukte om uit de greep van die kolenschophanden te kunnen blijven, zakte even later pa’s woede om mijn streken wel weer. En konden we ’s avonds in alle vrede samen aan één tafel zitten, hoor. Want, witte? Eigenlijk herkende ons pa zijn eige wel een bietje terug in mij. Want blijkbaar was ons vader vruger nét zunne broerling gewist als ikke. Snapte? Dus achteraf kunnen we wel zeggen: ZO VADER ZO ZOON.”

Waarvan akte.

Begin de dag met het nieuws uit je gemeente met de gratis Nieuwsbrief. KLIK HIER en meld je aan.
Aanvoerder van het lokale nieuws.

 

Reacties