Column Jack Thomassen: Zoef de Haas

Foto: Jack Thomassen

Drunenaar Jack Thomassen schrijft veel columns en korte verhalen. Voor onze lokale site Heusden Nieuws. zal hij regelmatig ook een column schrijven over zijn belevenissen en met deze keer weer een nieuwe versie. Deze column van april gaat over Zoef de Haas.

Ik werd bedreigd. Heus waar. Bedreigd door één of andere pummel met rood haar en sproeten. Hij was ook nog eens groter dan ik. Hij hield me in de Burgemeester van der Heijdenstraat staande. Ter hoogte van het Wit-Gele kruisgebouw. Alleen als ik hem geld gaf mocht ik erdoor. Waarschijnlijk wilde hij snoep gaan kopen bij bakker Van Eethen en zocht hij daarvoor sponsors. Door kleine mannekes tegen te houden en hen een pak slaag te beloven als ze hem niet een paar dubbeltjes of stuivers als tolgeld konden overhandigen. De laffe hond.

Het was 1969, ik was bijna 8 jaar en onderweg naar mijn tante Trees. Die woonde toen in die straat. Maar ter hoogte van het gebouwtje, waar wij vroeger onze inentingen ontvingen, was ik nog lang niet bij het adres van tante. Eigenlijk wist ik het huisnummer niet eens meer. Daarom was ik toch al van plan om weer huiswaarts te keren. Door het belemmeren van de doorgang en de dreiging van een schop onder mijn donder, bedacht ik me geen moment. Als een echte Zoef de Haas uit de Fabeltjeskrant koos ik het hazenpad naar onze Prins Hendrikstraat. De rooie sproetenmans zette de achtervolging nog wel in, maar op zijn groene regenlaarzen zag hij er niet alleen lomp uit, hij bewoog erop als Stoffel de Schildpad. Volgens mij waren zijn laarzen te groot. Vroeger had je dat nu eenmaal als je nog grotere broers had.

Trouwens, hij had toch wel héél hard moeten lopen wilde hij mij inhalen. Hard rennen kon ik als de beste. Naast het feit dat ik niet de heldhaftigste uit de buurt was, had ik me ook nog eens goed kunnen ontwikkelen in vluchten uit benarde situaties (zoef zoef!). Op de hoek van de Meidoornstraat was ik de pestkop al kwijt. De turbo mocht eraf en kon ik in wandeltempo naar huis. Ondertussen een paar keer voorzichtig omkijkend. Dat weer wel. Het rotjong was vast terug in zijn hinderlaag gekropen. Klaar om andere onschuldige Drunenaartjes op te wachten en proberen centen af te troggelen. Kutjong.

Na dit incident begon ik me steeds meer te beseffen dat je met dat hard rennen best eens iets kon doen. En toen ons pa het tijd vond om mij bij een sportvereniging als lid aan te melden, was de link naar de Drunense Atletiek Klub (DAK) vlug gelegd. Een collega van pa sportte daar ook, dus die wist wel bij wie we moesten zijn. Tegenwoordig weet je na een paar muisklikken al wie welke functie heeft bij een vereniging. Toen hadden wij niet eens telefoon. Een brief schrijven of simpelweg een huisbezoek was voor ons de enige manier om contacten te leggen. Tegenwoordig haast ondenkbaar.

Bij DAK was het altijd gezellig tijdens de trainingen van Johan Verdiesen. Met veel enthousiasme liet hij ons tijdens afwisselende spelvormen kennis maken met de verschillende takken van de atletieksport. Aan het eind van het seizoen waren er op het terrein van voetbalclub RKDVC de clubkampioenschappen. Wellicht stond het jeugdatletiek nog in de kinderschoenen, want de wedstrijdonderdelen bestonden slechts uit: 60 meter sprint, verspringen en balwerpen. En omdat er slechts 3 deelnemers bij de jongens waren en het onderdeel sprint meteen als 1e voor mij ‘in the pocket’ was, hoefde ik bij het verspringen of het balwerpen alleen maar de andere 2 jongens een keer achter me te houden. Dat lukte. In 1971 mocht ik mij clubkampioen bij de pupillen noemen. Het volgende jaar zelfs nog een keer. Ik was zo trots als een aap met 7 lullen.

Sindsdien pronken in mijn mancave de enige 2 tastbare prijzen die ik ooit met sporten gewonnen heb. Mede door dat ene incident in de Burgemeester van der Heijdenstraat. Niet dat ik die rooie afperser op rubber laarzen dankbaar ben, maar ik zou hem nog weleens tegen willen komen en hem in de ogen kijken. Hoe groot ie nu ook mag zijn. Maar me omdraaien en als een haas wegrennen? Nee, dat doet Jackie niet meer.

 

 

Reacties