Historisch Heusden De mulder en “het licht van Haarsteeg”

Foto: Nico de Bonth

‘Het verhaal achter een grafmonument in Hedikhuizen’. Deze keer een Haarsteegs verhaal en wel over het provisorium en dat is een kleine lokale elektriciteitscentrale.

In 1917 komt Haarsteegs nieuwe gemeentesecretaris Hub. Couwenberg met het plan voor de aanleg van elektrische verlichting, zoals dat dan al op meerdere omliggende plaatsen gebeurt. Het idee is enerzijds ingegeven door de schaarste en hoge kosten van verlichtingspetroleum, anderzijds zijn er in Haarsteeg genoeg liefhebbers voor deze nieuwigheid. Voldoende inwoners zijn bereid om zich voor 5 jaar contractueel te verbinden en ƒ45,- per jaar per lichtpunt te betalen. Zo ontstaat het Gemeentelijk Elektriciteitsbedrijf gevestigd op Haarsteegsestraat 29. De elektrische centrale wordt ondergebracht bij mulder Janus Verhaeren, want hij is bereid zijn kolenmotor (een zuiggasmotor) in de avond- en ochtenduren te verhuren aan de gemeente. De kolenmotor, die normaliter de molenstenen laat draaien, drijft in de avond- en ochtenduren middels een lederen riem de gelijkstroomgenerator aan tot een vermogen van omstreeks 15 PK.

Een 2e -hands generator wordt in Deurne gekocht. Als grondstof voor het generatorgas worden antracietkolen gebruikt. De aanleg van het lichtnet wordt uitgevoerd door de firma van Boxtel uit Tilburg. Het gebeurt met koperdraad 1½ mm², veel te licht en daardoor erg storingsgevoelig. Als eerste wordt de parochiekerk aangesloten en met Kerstavond 1917 brandt met 6 lampen de sfeervolle verlichting. Vervolgens komt de straatverlichting en de verlichting in woonhuizen en in boerderijen. Aan de voorgevel komt een zwart geraamte met twee isolatoren. Dan de draden naar binnen en aansluiten aan de lamp, waarop ook de schakelaar zit. In het begin van 1918 is het complete net in werking. De inrichtingskosten zijn ƒ38.429,-!.

Voor Verhaeren is het een winstgevende zaak en ook voor smid Dorus Boelen, die voor het onderhoud en voor de reparaties zorgdraagt. Dorus heeft ervaring opgedaan bij het provisorium in Waalwijk en in het patronaat in Drunen heeft hij de Hanze-cursus ‘elektrotechniek’ gevolgd.

Zoals in Haarsteeg gebruikelijk is, wordt ook op deze historie een lied gedicht:

De mulder en “het licht van Haarsteeg”

Het zonnetje gaat van ons scheiden,
Elektrische lampjes gaan aan
Om duisternis te bestrijden,
Misschien dadelijk weer uit te gaan.
Ziet ge hoe het lampje steeds knippert en ijlt
Op 50 kaars sterkte maar nimmer gepeild.
Draai nu, o mulder, draai voort,
Slapen wij straks ongestoord.
Schemering daalt in de dreven,
De kom is zo sober verlicht.
Hulde maar niet overdreven,
Hem die dat hier heeft gesticht.
Al zijn we verward in de draden voor vijf jaar,
Als het contract af is dan zijn we weer klaar.
Draai nu, o mulder, enz.
Wees welkom verkwikkelijke avond!
Gij brengt ons het heerlijke licht.
Wat zijn toch die tijden verbeterd,
Jammer wat slecht voor ’t gezicht.
Maar och wat kan het maken een bril minder of meer
In vijf jaar versleten het was onze leer.
Draai nu, o mulder, enz.

Voor de gemeente is het provisorium een zware last geworden en het heeft ƒ16.000 meer gekost dan het heeft opgebracht. Tot 1928 moet jaarlijks op een lening nog ~ƒ4000,- worden afgelost. In 1921 wordt het net overgenomen door de provinciale PNEM en in de jaren daarna wordt het gehele net vernieuwd. Gemeente Hedikhuizen moet aan de PNEM wel ƒ20.000 daarvoor betalen en weer moet er geld geleend worden.

Nog op te merken valt dat alleen inwoners van Haarsteeg er voor in aanmerking zijn gekomen. De elektrificering van de kernen Hedikhuizen en Luttelherpt gebeurt pas in 1930.

Bart Beaard

Het café van Piet van der Loo op de hoek Haarsteegsestraat en de Meester Prinsenstraat. De ooievaarsnestachtige en metershoge stalen constructie voor het café is een onderdeel van het bovengrondse elektriciteitsnet. Collectie Nico de Bonth.

 Een beeld van de Haarsteegsestraat met aan beide zijden houten verlichtingpalen met stroomdraden op de isolatoren na de elektrificering door de PNEM. Collectie Nico de Bonth.

 In december 1930 wordt door burgemeester Heereveld de laatste petroleumstraatlamp gedoofd, waarmee de elektrificering van Hedikhuizen en Luttelherpt een feit is. Collectie Nico de Bonth.

Begin de dag met het nieuws uit je gemeente met de gratis Nieuwsbrief. KLIK HIER en meld je aan.
Aanvoerder van het lokale nieuws.

 

Reacties