Historisch Heusden: Duizenden botten bij de protestantse kerk in Vlijmen

Foto: Nico de Bonth

Ingedeeld naar open of gesloten, algemeen of naar religie, in of buiten de kerk, kent de huidige gemeente Heusden 27 begraafplaatsen. Sinds 2006 is een werkgroep van Heemkundekring Onsenoort bezig met een inventarisatie hiervan en over de meeste begraafplaatsen zijn inmiddels publicaties verschenen.

Als de werkgroep in juni 2017 bezig is met een onderzoek naar de protestantse begraafplaatsen van de voormalige gemeente Vlijmen,  moet gemeente Heusden tegelijkertijd een archeologisch onderzoek in een plangebied laten doen, toen bij graafwerkzaamheden ten behoeve van de bouw van een vuilcontainer in de Meester van Houtstraat een hoeveelheid botten gevonden is. Het archeologisch onderzoek daarvoor is gedaan door RAAP – Archeologisch Adviesbureau en op 12 juni 2019 is daarover een uitgebreid rapport verschenen.

Geschiedenis van de kerk en begraafplaats
De huidige protestantse kerk van Vlijmen is naar alle waarschijnlijkheid het oudste bouwwerk van de Oostelijke Langstraat. De stichtingsdatum van de kerk is niet bekend. Wel is bekend dat in 1285 de Abdij van Berne het patronaatsrecht van parochie en het kerkgebouw gekregen heeft. De kerk heeft een groot verleden; uitbreidingen, verkleiningen, plunderingen, brandstichtingen, beschietingen, verwaarlozingen etc. Op last van de Staten van Holland en West-Vriesland is het beheer van de kerk in 1610 overgegaan van de Katholieken naar de Nederduitse Gereformeerde Kerk. Vanaf 1798 is de kerktoren gemeentelijk eigendom. De luidklokken zijn op 14 januari 1943 door Duitsers weggehaald en zijn niet meer teruggekeerd.

In Vlijmen kennen wij nu De Akker en de Grote Kerk als doorgaande weg vanaf de Wolput naar de Hei- en Vlijmensedijk en verder naar ’s-Hertogenbosch. Deze doorgaande weg bestaat pas sinds 1845 en is toen als provinciale klinkerweg aangelegd. Daarvoor heeft de weg ten zuiden van de kerk gelopen, vanaf de Wolput, Korte Heistraat, Heistraat, Torenstraat en Heidijk naar ‘s-Hertogenbosch. Uit historisch onderzoek is gebleken dat ten noorden en ten westen van de kerk er een groot kerkhof is geweest, niet alleen voor de Vlijmense bevolking maar ook voor de vele overleden soldaten, al of niet gesneuveld tijdens veldslagen op het gebied tussen Vlijmen en ’s-Hertogenbosch. Een gedeelte van wat nu Grote Kerk is, is lange tijd kerkhof geweest.

Ook is er begraven in deze kerk, maar met de komst van de Fransen in 1795 is dat niet meer toegestaan. In de kerk ligt nu nog een vijftal grafzerken uit de 17e eeuw. Met de komst van de Franse wetten in 1810 is er ook een wet gekomen om begraafplaatsen voortaan buiten de bebouwde kom aan te leggen. Maar pas in 1829 is het zover en zijn er aan de oostelijke kant van het ‘Oude Kerkepad’ of ‘Kerksteegske’, nu Pastoor van Akenstraat, nieuwe begraafplaatsen aangelegd. Eén begraafplaats voor de katholieken en één voor de protestanten, waar tot resp. 1880 en 1921 begraven is.

Het archeologisch veldonderzoek van het plangebied
Volgens de gemeentelijke Archeologische Waardenkaart is het bovengenoemde plangebied gekenmerkt als; archeologisch waardevol, hoog 2. De ligging pal naast de kerk, die teruggaat naar de Middeleeuwen, wijst er ook op dat het gebied een hoge archeologische potentie heeft. Dat betekent dat bij graafwerkzaamheden een archeologische begeleiding aanwezig moet zijn. Uit het archeologisch bureauonderzoek is gebleken dat het hier om een dekzandgebied gaat met een antropogeen (door de mens aangebracht) ophogingpakket. Bij het onderzoek is gebleken dat dit een laag is van 1,5 meter en dat dit gebied al sinds de Middeleeuwen als bewoningskern en/of kerkhof in gebruik is. Bovenop is er nog een laag van 30-40 centimeter ophoogzand voor het straatwerk.

Het plangebied heeft een oppervlakte 11 m², zijnde de benodigde oppervlakte voor de vuilcontainer. Er is besloten tot een behoud ex situ en dat betekent dat alles is opgegraven. Het opgraven gebeurt in lagen van 15-20 centimeter tot aan het gele dekzand. De graafwerkzaamheden zijn begeleid door een archeoloog en een fysisch antropoloog, die de menselijke resten en begravingsporen bergt en onderzoekt. Alles is gedocumenteerd en de vondsten zijn digitaal met GPS ingemeten, gecodeerd en verpakt.

De oudste aangetroffen resten zijn enkele (paal)kuilen en greppels uit de 12e /13e eeuw. De aanwezigheid van de (paal)kuilen kan er op wijzen dat in de 12e /13e eeuw de kerk nog niet bestaan heeft en dat dit terrein deel heeft uitgemaakt van de nederzetting Vlijmen. De greppel kan de begrenzing geweest zijn van het kerkhof. In de greppels is veel materiaal gevonden. De jongere resten bestaan uit twee graven, die vermoedelijk uit of na de 16e eeuw dateren. Het gaat om een kind van acht en een vrouw van 41 tot 58 jaar. Bijzonder is dat bij het kind een witte laag gevonden is. Dat blijkt ongebluste kalk te zijn en dat wordt gebruikt wanneer iemand is overleden aan een besmettelijke ziekte. In het plangebied is ook nog een grote knekelkuil van 2,0 x 1,5 meter aangetroffen met duizenden botten oftewel 437 kilo. Deze botten zijn afkomstig van een ruiming op het kerkhof, waarschijnlijk bij de bouw van de twee gemeentewoningen in 1920.

Verder is er in de greppels en in het ophogingpakket veel materiaal gevonden; keramiek, bouwkeramiek, metaal, natuursteen, glas, dierlijk bot en pollen. Dit alles is door het archeologisch bureau uitgebreid onderzocht en gerapporteerd, waardoor ook de hoge archeologische potentie van het plangebied inderdaad is uitgekomen.

De uitgevoerde opgraving is van een zeer beperkte omvang en destructief. Een grootschalig onderzoek van het volledige kerkhof zou gewenst zijn, zoals in 2005/2006 gedaan is bij de Sint Catharinakerk in Eindhoven, waar meer dan 750 skeletten bijzonder relevante gegevens hebben opgeleverd. Een digitale kopie van het 85-pagina’s tellende archeologische rapport is op te vragen via: [email protected].

Bart Beaard

 Grote Kerk, omstreeks 1925. Op de achtergrond de protestantse kerk, dan nog met een klok aan te toren. V.l.n.r. twee gemeentewoningen (gebouwd in 1920, gesloopt in 1988), het schoolhuis (gesloopt in 1953) en rechts het nog bestaande pand van BCI Motor Bikes. Collectie Nico de Bonth

 Opgravingsput met aanzicht op de propvolle knekelkuil. In het gele dekzand is ook de zwarte aftekening van een greppel zichtbaar. Bron C. van der Linde, in Van Dijk 2019.

 

 

Opgravingsput met aanzicht op het skelet van een kind, dat met opgetrokken knieën is begraven. Bron C. van der Linde, in Van Dijk 2019.

 

Reacties