Column Jack Thomassen: De kunst van het groeten

Foto: Wim van Balen/Jack Thomassen

Drunenaar Jack Thomassen schrijft veel columns en korte verhalen. Voor onze lokale site Heusden.Nieuws zal hij regelmatig ook een column schrijven over zijn belevenissen en met deze keer weer een nieuwe versie. Deze column gaat over de kunst van het groeten

Tegenover de grote kerk in het centrum van ons dorp, trof ik tijdens het uitlaten van de hond iemand die ik ken via de voetbalclub. Toevallig ook met een hond. “Hé, dag Jack. Wat leuk dat ik jou weer eens zie, man. Lang geleden hè? Ik zag je aan komen lopen en heb even op je gewacht.” Ik groette hem terug en luisterde naar wat hem duidelijk van het hart moest. Maar terwijl we op die plek een gesprek hadden, passeerde op die mooie avond de ene na de andere wandelaar. Opvallend vond ik hoeveel mensen daarbij waren die ik persoonlijk ken. Dus werd er over en weer “Hoi!” en “Hééé!” gegroet. Mijn kennis moest er steeds weer zijn verhaal voor onderbreken.

Niet dat het hem stoorde, integendeel. “Nou ja, Jack. Het lijkt wel of jij heel Drunen kent. Jij groet haast iedereen en zij groeten jou ook gewoon terug. Ken jij écht al die mensen?” Glimlachend antwoordde ik: “Ik vind het zelf opmerkelijk hoeveel ik er van hen bij naam ken. Normaal kom ik nooit zoveel bekenden op één avond tegen. Maar ik zwaai of roep niet tegen Jan en alleman hoor. Want er zit natuurlijk wel een soort van gebruiksaanwijzing bij dat groeten op straat.” En terwijl mijn kennis zijn hond op schoot liet springen, leek hij best benieuwd naar de inhoud van die gebruiksaanwijzing: “Ik kom oorspronkelijk uit Rotterdam en daar is het juist helemaal niet gebruikelijk om zomaar iedereen gedag te zeggen. En weet je? Soms denk ik dat die mooie gewoonte ook hier in Brabant er een beetje uit lijkt te gaan. Leg me eens uit hoe jij dat doet?”

Ik begreep wat hij bedoelde. De Zuid-Hollandse chauffeurs die voor mijn vorige werkgever reden, moesten ook altijd eerst omschakelen als ze in Brabant kwamen. Die waren dat niet allemaal gewend. “Maar ik moet toegeven dat het elkaar begroeten nu niet meer zo vanzelfsprekend is als vroeger, hoor”, zei ik terwijl er een gearmd stel (m/v) passeerde. De eersten waar ik juist niets tegen zei. “Hé, Jack. Sorry dat ik je onderbreek, maar waarom groette je deze mensen niet?” Zijn ogen stonden vol vraagtekens. Figuurlijk bladerde ik naar weer een ander hoofdstuk in de ‘gebruiksaanwijzing’. “Luister, had je gezien hoe ze deden toen ze dichterbij kwamen? Hun blikken bleven strak vooruit gericht. Ondanks dat ze ons heus wel gezien hadden. Toch?”  Maar nee. Hij begrijpt er even niets meer van.

“Kijk, die 2 hadden niet de geringste intentie om goedenavond of wat dan ook te zeggen. Hebben ze geen zin in, dat zie ik zo. Dan doe ik net zo goed niet de minste moeite om zelf wél iets te zeggen. Dat moet je een beetje in kunnen schatten, snap je?” Op dat moment zagen we vanaf de overkant van de Grotestraat twee jongedames oversteken. Beiden keken ze onze kant op. 2 al wat ouder wordende mannetjes, waarvan eentje in een rolstoel met hond op schoot. De ander een beetje kalend met ook een schoothondje, maar die zat naast me op de stoep. Ik knikte naar de meiden: “Hoi, hoi. Lekker weer hè?” Lachend riepen ze terug: “Jazeker! Echt wel.” Verbijsterd keek mijn kennis naar mij omhoog. “Gadsamme, man. Twee van die leuke dames die zomaar iets terugzeggen. Hoe doe je dat?”

“Kijk Karel, het is echt niet moeilijk. Vooropgesteld moet je nooit te beroerd zijn om als eerste iemand te willen begroeten. Ten tweede, heel belangrijk, moet er oogcontact zijn. En ja, ik weet dat mijn gezicht niet altijd op ‘vriendelijk’ staat. Misschien lijkt het daarom of anderen liever af willen wachten totdat ik iets zeg. Nou, je weet dat ik niet de moeilijkste ben, maar in ieder geval wel de vriendelijkste, dus zeg ik tegen iedereen die mijn kant opkijkt gewoon goeiendag hoor. Geen probleem.” Karel keek op de kerkklok, draaide zijn rolstoel van mij af, duwde zijn hondje zachtjes van zich af en maakte aanstalten om verder te gaan. “Mmm, ik denk dat ik het een beetje door begin te krijgen. Dat trucje wil ik ook onder de knie krijgen. Nou Jack, bedankt voor de wijze les. Over dat andere hebben we het nog wel een keer. Dat blijft voorlopig onder ons hè?” Waarna hij zijn rolstoel dat steegje tegenover de ‘pastorie’ instuurde. Maar voordat ie uit het zicht verdween, riep ie mij nog na: “O ja! HOUDOE HÈ! Dat hoort er hier natuurlijk ook bij.” Ik zwaaide terug: “Ja, klopt! Houdoe jongen. Fijne avond.”

Mijn voornemen om het (inmiddels flink verbouwde) voormalige huis van Max Lips te bekijken, liet ik deze keer maar voorbij gaan. Ons Rian zou mij nog eens kunnen gaan missen en elk moment bellen waar ik bleef. Daarom draaiden we maar om, op naar de thee met een ‘kuukske’. Echter bij het gebouw dat ze de ‘Regenboog’ noemen, was het opnieuw zover. Een duizendpoot van mijn voetbalcluppie met zijn vrouw Rina hielden mij gezellig nog een kwartier staande en een stukje verder bij de bieb liep ik Ineke (klasgenootje van vroeger) tegen het lijf. Weer bijna een half uur. Maar allemaal zonder tegenzin hoor. Want ik wil graag van alles weten (vooral over vroeger) en vraag belangstellend hoe het met de mensen gaat. Tja, soms kost dat een beetje tijd. Maar laat ik dat als opaatje met een hondje daar toevallig zat van hebben. En ook alle bereidheid om mijn dorpsgenoten, of ze in Drunen geboren zijn of juist in Rotterdam, met alle hartelijkheid te begroeten. Kleine moeite. Opdat deze oude Brabantse gewoonte vooral behouden moet blijven. O ja, en natuurlijk ook deze: HOUDOE, HÈ!

Foto’s komen uit de verzameling van Wim van Balen.

Begin de dag met het nieuws uit je gemeente met de gratis Nieuwsbrief. KLIK HIER en meld je aan. Aanvoerder van het lokale nieuws.

< Volg HeusdenNieuws ook via Facebook
< Wist u dat wij iedere morgen meer dan 2500 nieuwsbrieven verzenden
< Wist u dat wij iedere dag meer dan 10.000 bezoekers hebben op onze website
< Adverteren op Heusden.Nieuws.nl stuur een mail

 

 

Reacties

Cookieinstellingen