Jack Thomassen uit Drunen schrijft vele columns en korte verhalen. Voor Heusden.Nieuws zal hij ook in 2026 weer regelmatig een column schrijven over zijn belevenissen en met deze keer weer een nieuwe versie. Deze column eerste column van 2026 gaat over Kattenkwaad of een rotstreek?
16 jaar was ik, toen Rian en ik verkering kregen. Al bijna
50 jaar geleden. Hoewel ik wel in het bezit was van een brommer (een oranje
Zündapp met wat verchroomde delen), legden we korte afstandjes vooral op de
fiets af. Temeer omdat die brommer niet echt een fijn ding was om er lekker mee
rond te rijden. Gelukkig waren het openluchtzwembad (waar we vaak heengingen),
en de bossen van de Loonse- en Drunense duinen, niet ver weg.
We hadden destijds beiden een abonnement voor het zwembad,
toch bezochten we dat meestal niet om er te gaan zwemmen. Op het grote grasveld
ontmoetten we er vrienden en andere leeftijdsgenoten. Wat heel gezellig was.
Gewoon een beetje kletsen en wat zonnen. Met enkel een oude radio (op
batterijen) om ons te vermaken. Want mobiele telefoons, met allerlei
mogelijkheden als internet, Facebook en Instagram waren er natuurlijk nog niet.
Naar de bossen gingen we alleen maar wanneer we echt niks te
doen hadden. Dus gingen daar dan maar een eindje wandelen. Nou ja, niets te
doen? Wie een vriendje of vriendinnetje heeft, wil daar natuurlijk altijd wel
even mee zoenen. Niet dat je daarvoor per se naar het bos moet, maar als je er
toch bent, toch? En anders kan je tijdens zo'n wandeling ook gewoon een gesprek
voeren.
Ook gingen we af en toe wat verder van huis, om zomaar een
stukje te fietsen. Soms naar Tilburg, om bij een tante van Rian op visite te
gaan en van daaruit lopend naar de stad om wat te winkelen. Die wereldreis ging
dan via het fietspad door de bossen, beginnend bij café De Drie Linden in
Giersbergen, langs De Rustende Jager en (Landgoed) Bosch & Duin. Daarna
door het dorp Loon op Zand en Tilburg-noord, naar tante ergens in Tilburg-oost.
Zon fietstochtje had ons een keer naar De IJzeren Man in
Vught gevoerd. Op de terugweg reden we langs de roeivijver en daarna over de
Honderdbunderweg ons dorp Drunen weer binnen. Bijna op de hoek met de Duinweg,
zag ik een meter of 20 rechts in de slootkant van die grote stelen met wat wij
thuis 'sigaren' noemden (grote lisdodde). Omdat ons ma deze stelen weleens bij
bloemboeketten op tafel zette, besloten we er een paar voor haar af te snijden.
Dat bleek echter niet 1-2-3 gedaan. Het zijn immers taaie
stelen en iets van een mes was op dat moment heel welkom geweest. Die hadden we
niet bij ons, maar ik had aan het zadel van mijn fiets een soort van tasje
hangen. Met plakspullen indien we een lekke band zouden krijgen. Als ik me niet
vergiste zat er een klein schaartje in. Oké, het is geen mes, maar is beter dan
niks.
Ik stond op vanuit de slootkant om het te gaan halen.
Maar... wat zag ik daar nou aan de kant van de weg? Er waren een paar meiden
bij onze fietsen gestopt. Tot mijn ontsteltenis zag ik dat één van hen
probeerde mijn fiets te jatten. Maar omdat ik die op slot had gezet, gooide ze
die weer neer. Ik schreeuwde dat ze 'op moesten flikkeren', en 'dat ze van mijn
spullen af moesten blijven'.
Door het gras en riet ploeterend, kwam ik gestaag
dichterbij. Geschrokken maakten de meiden zich 'uit de voeten'. Echter voordat
de fietsendief bij haar vriendin achterop de bagagedrager sprong, draaide ze
nog gauw het ventiel uit de achterband en gooide het dingetje in de sloot. De
trut!
Toen ik bij de fietsen aankwam, waren ze inmiddels te ver om
nog bij te halen. Hoewel dat moeilijk was gegaan met een lege band. Er zat
niets anders op dan het laatste stuk naar huis te voet af te leggen. Want ik
had dan wel plakspullen bij me, zonder fietspomp (en een ander ventiel) krijg
je never nooit geen lucht in de band. Daar stond ik dan, kokend van woede.
Tijdens de wandeling huiswaarts was er tijd genoeg om stoom
af te blazen. En toen we eenmaal bij ons thuis waren, was ik nog maar een heel
klein beetje boos. Niet boos genoeg meer om nog aan wraak te denken. Ik draaide
een ander ventiel in de band en pompte er lucht in. Daarna gingen we nog even
naar het zwembad. Om dit keer wel een frisse duik te nemen en... van het
laatste beetje boosheid af te koelen.
Nog veel meer verhalen als deze zijn van Jack Was Here zijn hier te vinden.