Column Jack Thomassen: Kattenkwaad of een rotstreek?

02 jan , 13:38 Column Jack
jack rian verkering
Jack Thomassen

Jack Thomassen uit Drunen schrijft vele columns en korte verhalen. Voor Heusden.Nieuws zal hij ook in 2026 weer regelmatig een column schrijven over zijn belevenissen en met deze keer weer een nieuwe versie. Deze column eerste column van 2026 gaat over Kattenkwaad of een rotstreek?

16 jaar was ik, toen Rian en ik verkering kregen. Al bijna 50 jaar geleden. Hoewel ik wel in het bezit was van een brommer (een oranje Zündapp met wat verchroomde delen), legden we korte afstandjes vooral op de fiets af. Temeer omdat die brommer niet echt een fijn ding was om er lekker mee rond te rijden. Gelukkig waren het openluchtzwembad (waar we vaak heengingen), en de bossen van de Loonse- en Drunense duinen, niet ver weg.

We hadden destijds beiden een abonnement voor het zwembad, toch bezochten we dat meestal niet om er te gaan zwemmen. Op het grote grasveld ontmoetten we er vrienden en andere leeftijdsgenoten. Wat heel gezellig was. Gewoon een beetje kletsen en wat zonnen. Met enkel een oude radio (op batterijen) om ons te vermaken. Want mobiele telefoons, met allerlei mogelijkheden als internet, Facebook en Instagram waren er natuurlijk nog niet.

Naar de bossen gingen we alleen maar wanneer we echt niks te doen hadden. Dus gingen daar dan maar een eindje wandelen. Nou ja, niets te doen? Wie een vriendje of vriendinnetje heeft, wil daar natuurlijk altijd wel even mee zoenen. Niet dat je daarvoor per se naar het bos moet, maar als je er toch bent, toch? En anders kan je tijdens zo'n wandeling ook gewoon een gesprek voeren.

Ook gingen we af en toe wat verder van huis, om zomaar een stukje te fietsen. Soms naar Tilburg, om bij een tante van Rian op visite te gaan en van daaruit lopend naar de stad om wat te winkelen. Die wereldreis ging dan via het fietspad door de bossen, beginnend bij café De Drie Linden in Giersbergen, langs De Rustende Jager en (Landgoed) Bosch & Duin. Daarna door het dorp Loon op Zand en Tilburg-noord, naar tante ergens in Tilburg-oost.

Zon fietstochtje had ons een keer naar De IJzeren Man in Vught gevoerd. Op de terugweg reden we langs de roeivijver en daarna over de Honderdbunderweg ons dorp Drunen weer binnen. Bijna op de hoek met de Duinweg, zag ik een meter of 20 rechts in de slootkant van die grote stelen met wat wij thuis 'sigaren' noemden (grote lisdodde). Omdat ons ma deze stelen weleens bij bloemboeketten op tafel zette, besloten we er een paar voor haar af te snijden.

Dat bleek echter niet 1-2-3 gedaan. Het zijn immers taaie stelen en iets van een mes was op dat moment heel welkom geweest. Die hadden we niet bij ons, maar ik had aan het zadel van mijn fiets een soort van tasje hangen. Met plakspullen indien we een lekke band zouden krijgen. Als ik me niet vergiste zat er een klein schaartje in. Oké, het is geen mes, maar is beter dan niks. 

Ik stond op vanuit de slootkant om het te gaan halen. Maar... wat zag ik daar nou aan de kant van de weg? Er waren een paar meiden bij onze fietsen gestopt. Tot mijn ontsteltenis zag ik dat één van hen probeerde mijn fiets te jatten. Maar omdat ik die op slot had gezet, gooide ze die weer neer. Ik schreeuwde dat ze 'op moesten flikkeren', en 'dat ze van mijn spullen af moesten blijven'. 

Door het gras en riet ploeterend, kwam ik gestaag dichterbij. Geschrokken maakten de meiden zich 'uit de voeten'. Echter voordat de fietsendief bij haar vriendin achterop de bagagedrager sprong, draaide ze nog gauw het ventiel uit de achterband en gooide het dingetje in de sloot. De trut!

Toen ik bij de fietsen aankwam, waren ze inmiddels te ver om nog bij te halen. Hoewel dat moeilijk was gegaan met een lege band. Er zat niets anders op dan het laatste stuk naar huis te voet af te leggen. Want ik had dan wel plakspullen bij me, zonder fietspomp (en een ander ventiel) krijg je never nooit geen lucht in de band. Daar stond ik dan, kokend van woede.

Tijdens de wandeling huiswaarts was er tijd genoeg om stoom af te blazen. En toen we eenmaal bij ons thuis waren, was ik nog maar een heel klein beetje boos. Niet boos genoeg meer om nog aan wraak te denken. Ik draaide een ander ventiel in de band en pompte er lucht in. Daarna gingen we nog even naar het zwembad. Om dit keer wel een frisse duik te nemen en... van het laatste beetje boosheid af te koelen.

  Nog veel meer verhalen als deze zijn van Jack Was Here zijn hier te vinden.