Een nieuwe Aflevering van Historisch Heusden geschreven door Bart Beaard en deze keer gaat het in deel 248 van Historisch Heusden over Hendrik Loeff:
burgemeester van Drunen, Oudheusden en Elshout, Vught en ‘s-Hertogenbosch. Hendrik Joseph Maria Loeff (*Drunen, 27
september 1895 – †Vught, 26 november 1973) stamde uit een oud
bestuurdersgeslacht uit Oudheusden, waaruit al eeuwenlang lokale bestuurders
voortkwamen.
Hij was een invloedrijke Brabantse bestuurder in de eerste helft
van de twintigste eeuw. Loeff, lid van de Katholieke Volkspartij (KVP),
doorliep een typische loopbaan als ‘carrièreburgemeester’. Hij was een telg uit
het patriciaatsgeslacht Loeff, een niet-adellijke, maar vooraanstaande familie.
Hendrik was de zoon van de Drunense notaris Josephus Loeff (1860–1898) en Anna
van Dijck (1869–1935). In 1928 trad hij in het huwelijk met de ministersdochter
Lily Bongaerts (1904–1981), met wie hij acht kinderen kreeg.
Opleiding
Na
de lagere school in Drunen studeerde hij in Nijmegen aan het Canisiuscollege.
Na het eindexamen begon Loeff aan zijn rechtenstudie aan de Universiteit Leiden.
Tijdens de mobilisatiejaren werd hij gedwongen deze te onderbreken voor zijn
militaire dienst. In de oorlogstijd diende hij als reserveluitenant bij de
infanterie.
Daarna
hervatte hij zijn studie rechten en legde hij eind 1919 met succes het
doctoraalexamen in de rechtswetenschap af aan de Gemeente-universiteit van
Amsterdam. Enkele maanden later promoveerde hij tot doctor in de
rechtswetenschap aan de Rijksuniversiteit Leiden. Begin 1920 vestigde Loeff
zich in ’s-Hertogenbosch, waar hij gedurende twee jaar werkzaam was als
advocaat en procureur. Daarnaast was hij plaatsvervangend kantonrechter in het
kanton Waalwijk en secretaris van de Voogdijraad in ’s-Hertogenbosch.
Foto Links: Het gezin Loeff woonde in villa 'Eureka’ aan de Steegerf
achter het Drongelenskanaal, in het verlengde van de Drunense Torenstraat.
Collectie Jan van der Linden.
Foto Midden: H.J.M. Loeff en echtgenote bij de inhuldiging op 16
augustus 1930 als burgemeester van Vught. Collectie Nico de Bonth
Foto Rechts: Portret van burgemeester H.J.M. Loeff, 1960, Wim van
de Plas (Udenhout 1913 - 1984). Collectie stadhuis ’s-Hertogenbosch, Het
Noordbrabants Museum (inv.nr. 11785.039).
Drunen
Met ingang van 1 januari 1923 werd mr. Loeff benoemd tot
burgemeester van Drunen. Hij trad aan in economisch moeilijke tijden: na de
hoogconjunctuur zette een depressie in, die ook Drunen zwaar trof. De
plaatselijke schoenindustrie kreeg een forse terugslag en ook land- en
tuinbouw, de belangrijkste bestaansbron, hadden sterk te lijden. Loeff liet
zich hierdoor niet ontmoedigen. Hij maakte zich snel vertrouwd met de noden van
de gemeente, zocht actief contact met de inwoners en nam deel aan het
verenigingsleven. Met bijzondere aandacht voor de landbouw zette hij zich op
uiteenlopende manieren in voor verbetering van de positie van boeren, onder
meer via overleg, advisering en lezingen over ontwatering. Zijn inzet werkte
stimulerend voor het lokale verenigingsleven en leverde hem al spoedig brede
waardering op. Als bestuurder stelde hij hoge eisen aan zichzelf en behartigde
hij onvermoeid de belangen van Drunen. De raadsvergaderingen leidde hij steeds
onpartijdig en correct. Hoewel principieel en overtuigd katholiek, toonde hij
respect voor andersdenkenden. Het gezin bewoonde ‘Villa Eureka’ aan de Steegerf
nabij het kanaal.
Oudheusden en Elshout
Na het vertrek van burgemeester Frans van Liempt werd Loeff
op 20 augustus 1929 benoemd tot plaatsvervangend burgemeester van Oudheusden en
Elshout. Plaatsvervangend omdat er toen al sprake was van een gemeentelijke
herindeling, waarbij Elshout naar Drunen zou gaan. Pas in 1935 werd dat
geëffectueerd.
Vught
Met
ingang van 16 augustus 1930 werd Loeff benoemd tot burgemeester van Vught. In
zijn eerste rede na de installatieplechtigheid deed hij een belofte: “Vught zou
groter en mooier worden. Eén ding is daarbij echter bovenal nodig: hard werken
en samenwerken. Loeff maakte die woorden waar. Op 15 augustus 1942 volgde zijn
benoeming voor een derde termijn. In twaalf jaar tijd was Vught ingrijpend
veranderd: aan de andere kant van het spoor was een nieuw dorpsdeel verrezen.
Ondanks de sterke uitbreiding en de vele veranderingen en verfraaiingen had
Vught zijn landelijke karakter behouden.
Ten
tijde van deze benoeming was de Duitse bezetter op de Vughtse Heide al begonnen
met de bouw van Kamp Vught (officieel: Konzentrationslager Herzogenbusch). Dit
kamp zou een onuitwisbaar stempel op het dorp drukken. Half januari 1943 werd
het in gebruik genomen en regelmatig trokken groepen van honderden gevangenen
door Vught. Op 5 september 1944 werd het kamp ontruimd. In totaal verbleven er
circa 31.000 gedetineerden, voor kortere of langere tijd. Van hen kwamen er 735
om het leven, van wie er 329 werden gefusilleerd of opgehangen.
Aangenomen
mag worden dat Loeff goed op de hoogte was van zowel de bouw als de
verschrikkingen die zich daar afspeelden. Hij was niet bij machte daar
verandering in te brengen. In het dorp kreeg hij te maken met uiteenlopende
groepen: mensen die niet direct betrokken waren maar alles zagen gebeuren;
hulpverleners die in het kamp werkten en/of voedselpakketten verzorgden;
leveranciers die van het kamp profiteerden en colporteurs; verzetsmensen; Jodenvervolgers
en verkopers van ‘Joden-huizen’; ‘foute’ Vughtenaren, en ‘NSB’ers. Loeff bleef
lange tijd in functie, maar op 24 juni 1944 werd hij door de Duitse bezetter
ontslagen als burgemeester van Vught. Na de bevrijding, op 16 november 1944 werd
dit hersteld en werd hij ook waarnemend in ’s-Hertogenbosch. Op 5 november 1945
werd hij benoemd tot burgemeester van deze stad.
‘s-Hertogenbosch
Op 27 oktober 1944 werd ’s-Hertogenbosch bevrijd door de 53e (Welsh) Infantry
Division. Tijdens de bevrijding waren veel burgers om het leven gekomen en tal
van gebouwen beschadigd of verwoest. Al op 16 november werd Loeff benoemd tot
waarnemend burgemeester. Vanaf 11 oktober 1945 tot 1960 vervulde hij het
burgemeesterschap van ’s-Hertogenbosch. Na de bevrijding speelde hij een
belangrijke rol in de wederopbouw en drukte hij een duidelijke stempel op de
ontwikkeling van de stad. Bij zijn afscheid in 1960 werd hij onderscheiden als
Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw. Het Burgemeester Loeffplein in Den
Bosch is naar hem vernoemd.
Van
Mol-Pauwels
De Nieuwkuijkse kruideniersgroothandel Van Mol-Pauwels kende na de oorlog een
sterke groei. In 1952 werkten er al 60 mensen en ontstonden plannen voor
nieuwbouw van kantoren en magazijnen. Een mogelijke locatie lag buitendijks, in
de buurt van de Nieuwkuijkse Emmamolen. Dit leidde tot discussie tussen een
verdeelde gemeenteraad, de Provinciale Planologische Dienst en Rijkswaterstaat.
Door tussenkomst van de Commissaris van de Koningin werd uiteindelijk
overeenstemming bereikt. De grote verrassing kwam toen bleek dat burgemeester
Loeff zich eveneens met de uitbreiding had bemoeid. Inmiddels was er al een
akkoord bereikt over een locatie aan de Parallelweg in ’s-Hertogenbosch. Op 15
september 1954 legde Loeff de eerste steen van de nieuwbouw. Daarbij werd ook
een loden koker met een oorkonde ingemetseld. Een gedeelte van de tekst op deze
oorkonde luidde:
Terwijl de
Edelachtbare Heer Mr. H.J.M. LOEFF met zijn wethouders de aloude stad ‘s-Hertogenbosch
tot grootser ontwikkeling, luister en welvaart brengt.
Terwijl
de groothandel in levensmiddelen Van Mol-Pauwels N.V., door haar gestadige
groei en xpansie haar oorspronkelijke plaats van vestiging in Nieuwkuijk is
ontgroeid en betere mogelijkheden ziende in een nieuwe en grotere huisvesting
in de groeiende hoofdstad van Brabant.
Bart Beaard