Historisch Heusden: Henk Romeijn, Drunens verzetsheld

19 mrt , 10:14 Historisch Heusden
82
Salha

Een nieuwe Aflevering van Historisch Heusden geschreven door Bart Beaard en deze keer gaat het in deel 216 van Historisch Heusden over Henk Romeijn, Drunens verzetsheld. Op donderdag 8 juli 1943 pleegt de 21-jarige Drunenaar Henk Romeijn een aanslag op Antoine van Dijk, de Nijmeegse NSB’er en Commissaris van Politie.

Hij is verantwoordelijk voor het oppakken van vrijwel de gehele Joodse bevolking in Nijmegen. Diezelfde dag nog wordt Romeijn  gearresteerd. Op 31 augustus 1943 overlijdt Van Dijk aan zijn verwondingen. Op 27 maart 1944 wordt Romeijn ter dood veroordeeld. Het vonnis wordt op 5 april 1944 voltrokken.

Zijn jeugdjaren
Op 21 augustus 1921 wordt Henk Romeijn in Rotterdam geboren; zijn vader is onbekend en zijn moeder blijkt niet in staat om voor hem te zorgen. De eerste twee jaar brengt Henk door in een weeshuis en daarna komt hij in een pleeggezin in Loon op Zand. Sinds 1925 is hij, samen met Tonnie Schuurs, pleegkind in het Drunense landbouwersgezin van Hannes van Loon en Kee Klerkx. Hun gezin heeft vier kinderen: Sien, Jos, Wim en Mari. Zij wonen in de boerderij van de RK kerk in het Achterompad, nu Schoolstraat. Henk Romeijn heeft door tuberculose een zwakke gezondheid.

Distributiekantoor en Verzetsgroep CS6
Aan het begin van de bezetting is Romeijn als administratief medewerker werkzaam op de distributiekantoren in Waalwijk en Drunen. Vanwege zijn tuberculose verblijft hij ook enige tijd in het sanatorium Kalorama in Beek-Ubbergen bij Nijmegen. Hier komt hij in contact met Jan van Kerkhof, die hem later met de voorbereidingen van de aanslag helpt. Op het distributiekantoor houdt hij zich naast zijn werkzaamheden met de voedselbonnenuitgifte ook bezig met fraude voor de onderduikhulp. Van het ene verzetswerk komt het ander. Tijdens de april-meistakingen van 1943 neemt hij met collega Hendrik van Iersel het voortouw bij het organiseren van een staking op het distributiekantoor. Uit angst voor represailles duiken zij in IJsselstein onder bij gemeenteambtenaar Louis Jansen (de latere burgemeester van Oss). Daar komen zij in contact met Nijmegenaar Vic Roothaan van de Nijmeegse verzetsgroep Fredericks. Roothaan en Jansen brengen Romeijn en Van Iersel in contact met de Amsterdamse Jezuïetenpater Theophillius Sanders van het katholieke verzetsblad Christofoor en met het Amsterdamse verzetsnetwerk CS6 (Cornellistraat 6, de woning van de broers Gideon en Jan Karel Boissevain). Inmiddels is ook de Waalwijker Marcel Verwiel bij het verzetsgroepje betrokken. De contactpersoon bij CS6 is Jan Verleun, die op 5 februari 1943 SS-luitenant-generaal Hendrik Seyffardt liquideert. Verleun zorgt voor een pistool en het drietal bekwaamt zich achter de Roestelberg in het schieten. De opdracht voor de liquidatie van Van Dijk komt van CS6. Het drietal gaat met Roothaan in Nijmegen op verkenning. Maar een beslissing voor de aanslag wordt alsmaar uitgesteld, waardoor Romeijn de houding aanneemt van ‘dan doe ik het zelf wel, alleen’. Maar met Jan van Kerkhof heeft Romeijn ook direct contact met CS6. Zij gaan ook samen enkele malen de gangen van Van Dijk na. Romeijn reist hij op 8 juli 1943 alleen naar Nijmegen en pleegt de aanslag. Enige dagen tevoren heeft hij zich op het distributiekantoor ziek gemeld. De aanslag is gepleegd zonder medeweten van zijn verzetsvrienden Verwiel en Van Iersel.

Foto Links: Enkele dagen vóór de aanslag laat Henk Romeijn een foto maken bij Foto Oudkerk in Waalwijk. Collectie Bart Beaard
Foto Rechts:  Henk Romeijn (links) en Jan van Kerkhof wandelen in de tuin van sanatorium Kalorama in Beek-Ubbergen. Collectie Bart Beaard

De aanslag
In de namiddag fietst Van Dijk vanaf zijn huis aan de Nijmeegse Prins Hendrikstraat in de richting van het hoofdbureau van politie. Op de hoek van het Hertogplein en de Hertogstraat rent plotseling Romeijn langszij en schiet twee keer. Van Dijk valt op de grond, is zwaargewond, maar nog aanspreekbaar. Romeijn rent weg in de richting van zijn gereedstaande fiets. Er ontstaat beroering, ‘houd de dief’ wordt door omstanders geroepen. Hij wordt overmeesterd door een Nijmegenaar die later verklaart dat hij dacht dat het om een fietsendief ging. Romeijn heeft zijn daad gesteld. Bij zijn arrestatie heeft hij een aantekeningenboekje bij zich met enkele namen, waardoor arrestaties volgen. Romeijn belandt dezelfde dag nog terecht in de strafgevangenis van Arnhem. Op 6 augustus komt ook Verwiel vanuit ’s-Hertogenbosch hier terecht. Op 31 augustus 1943 overlijdt Van Dijk aan zijn verwondingen en wordt op 4 september met pracht en praal en militaire eer begraven.

Verblijf in gevangenissen
Marcel Verwiel komt vrij op 4 september 1943. In zijn boek ‘Een lotje uit de looierij’ schrijft hij over de straffen die hij in de gevangenis gekregen heeft. Slechts éénmaal hebben Romeijn en Verwiel in de gevangenis naar elkaar kunnen roepen. Marcel roept dan: ‘Henk…… Hoe is het en wat gaat er met je gebeuren?’ Henk roept terug; ‘ze maken me kapot Marcel, de pantserwagen wordt vernietigd’. De pantserwagen is Henks bijnaam in het verzet en verwijst naar de dikke overjas die hij altijd draagt. Romeijn  in de gevangenis zwaar mishandeld door de Arnhemse Sicherheitspolizei. Het is Romeijn gelukt om vanuit de gevangenis in Arnhem een afscheidsbrief te sturen, die in Drunen door velen wordt overgeschreven. Op 11 september wordt hij naar Kamp Vught overgebracht en verblijft bijna zeven maanden in strafblok ‘Krankenbau B1-Blok 22’. In Kamp Vught mag hij, onder censuur, per maand twee brieven ontvangen en verzenden. Over die periode is er een uitgebreid medisch dossier wat te maken heeft met zijn tuberculoseprobleem (Kochverdächtig). Vele röntgenfoto’s, bloedafnames en onderzoeken. Op 24 maart 1944 wordt hij ontslagen van de ziekenzaal en wordt hij ‘transportfähig’ verklaard. Op 27 maart volgt de rechtszaak in Den Haag. Romeijn wordt ter dood veroordeeld.. 

Overgebracht naar elders
Op 4 april 1944 keert hij terug naar Arnhem en in de vroege ochtend van 5 april 1944 wordt Henk Romeijn in de omgeving van Arnhem ter dood gebracht. In het strafgevangenisregister staat vermeld; ‘op last van de Sicherheitspolizei Arnhem overgebracht naar elders’. Dit is een standaarduitdrukking die door Duitsers wordt gebruikt, wanneer een gevangene naar een fusilladeplaats wordt gebracht. In de landelijke dagbladen staat het bericht ‘Saboteur ter dood veroordeeld. Het vonnis is voltrokken’. Pas op 1 mei wordt de overlijdensakte in Arnhem opgemaakt.