Een nieuwe Aflevering van Historisch Heusden geschreven door Bart Beaard en deze keer gaat het in deel 216 van Historisch Heusden over Henk Romeijn, Drunens verzetsheld. Op donderdag 8 juli 1943 pleegt de 21-jarige Drunenaar Henk Romeijn een aanslag op Antoine van Dijk, de Nijmeegse NSB’er en Commissaris van Politie.
Hij is verantwoordelijk voor het oppakken van vrijwel de gehele Joodse bevolking in Nijmegen. Diezelfde dag nog wordt Romeijn gearresteerd. Op 31 augustus 1943 overlijdt Van Dijk aan zijn verwondingen. Op 27 maart 1944 wordt Romeijn ter dood veroordeeld. Het vonnis wordt op 5 april 1944 voltrokken.
Zijn
jeugdjaren
Op
21 augustus 1921 wordt Henk Romeijn in Rotterdam geboren; zijn vader is
onbekend en zijn moeder blijkt niet in staat om voor hem te zorgen. De eerste
twee jaar brengt Henk door in een weeshuis en daarna komt hij in een pleeggezin
in Loon op Zand. Sinds 1925 is hij, samen met Tonnie Schuurs, pleegkind in het
Drunense landbouwersgezin van Hannes van Loon en Kee Klerkx. Hun gezin heeft
vier kinderen: Sien, Jos, Wim en Mari. Zij wonen in de boerderij van de RK kerk
in het Achterompad, nu Schoolstraat. Henk Romeijn heeft door tuberculose een
zwakke gezondheid.
Distributiekantoor
en Verzetsgroep CS6
Aan
het begin van de bezetting is Romeijn als administratief medewerker werkzaam op
de distributiekantoren in Waalwijk en Drunen. Vanwege zijn tuberculose
verblijft hij ook enige tijd in het sanatorium Kalorama in Beek-Ubbergen bij
Nijmegen. Hier komt hij in contact met Jan van Kerkhof, die hem later met de
voorbereidingen van de aanslag helpt. Op het distributiekantoor houdt hij zich naast
zijn werkzaamheden met de voedselbonnenuitgifte ook bezig met fraude voor de
onderduikhulp. Van het ene verzetswerk komt het ander. Tijdens de april-meistakingen
van 1943 neemt hij met collega Hendrik van Iersel het voortouw bij het
organiseren van een staking op het distributiekantoor. Uit angst voor
represailles duiken zij in IJsselstein onder bij gemeenteambtenaar Louis Jansen
(de latere burgemeester van Oss). Daar komen zij in contact met Nijmegenaar Vic
Roothaan van de Nijmeegse verzetsgroep Fredericks. Roothaan en Jansen brengen
Romeijn en Van Iersel in contact met de Amsterdamse Jezuïetenpater Theophillius
Sanders van het katholieke verzetsblad Christofoor en met het Amsterdamse
verzetsnetwerk CS6 (Cornellistraat 6, de woning van de broers Gideon en Jan
Karel Boissevain). Inmiddels is ook de Waalwijker Marcel Verwiel bij het
verzetsgroepje betrokken. De contactpersoon bij CS6 is Jan Verleun, die op 5
februari 1943 SS-luitenant-generaal Hendrik Seyffardt liquideert. Verleun zorgt
voor een pistool en het drietal bekwaamt zich achter de Roestelberg in het
schieten. De opdracht voor de liquidatie van Van Dijk komt van CS6. Het drietal
gaat met Roothaan in Nijmegen op verkenning. Maar een beslissing voor de
aanslag wordt alsmaar uitgesteld, waardoor Romeijn de houding aanneemt van ‘dan
doe ik het zelf wel, alleen’. Maar met Jan van Kerkhof heeft Romeijn ook direct
contact met CS6. Zij gaan ook samen enkele malen de gangen van Van Dijk na. Romeijn
reist hij op 8 juli 1943 alleen naar Nijmegen en pleegt de aanslag. Enige dagen
tevoren heeft hij zich op het distributiekantoor ziek gemeld. De aanslag is
gepleegd zonder medeweten van zijn verzetsvrienden Verwiel en Van Iersel.
Foto Links: Enkele
dagen vóór de aanslag laat Henk Romeijn een foto maken bij Foto Oudkerk in
Waalwijk. Collectie Bart Beaard
Foto Rechts: Henk
Romeijn (links) en Jan van Kerkhof wandelen in de tuin van sanatorium Kalorama
in Beek-Ubbergen. Collectie Bart Beaard
De
aanslag
In de namiddag fietst Van
Dijk vanaf zijn huis aan de Nijmeegse Prins Hendrikstraat in de richting van
het hoofdbureau van politie. Op de hoek van het Hertogplein en de Hertogstraat
rent plotseling Romeijn langszij en schiet twee keer. Van Dijk valt op de
grond, is zwaargewond, maar nog aanspreekbaar. Romeijn rent weg in de richting
van zijn gereedstaande fiets. Er ontstaat beroering, ‘houd de dief’ wordt door omstanders
geroepen. Hij wordt overmeesterd door een Nijmegenaar die later verklaart dat
hij dacht dat het om een fietsendief ging. Romeijn heeft zijn daad gesteld. Bij
zijn arrestatie heeft hij een aantekeningenboekje bij zich met enkele namen,
waardoor arrestaties volgen. Romeijn belandt dezelfde dag nog terecht in de
strafgevangenis van Arnhem. Op 6 augustus komt ook Verwiel vanuit ’s-Hertogenbosch
hier terecht. Op 31 augustus 1943 overlijdt Van Dijk aan zijn verwondingen en
wordt op 4 september met pracht en praal en militaire eer begraven.
Verblijf
in gevangenissen
Marcel Verwiel komt vrij op 4
september 1943. In zijn boek ‘Een lotje uit de looierij’ schrijft hij over de
straffen die hij in de gevangenis gekregen heeft. Slechts éénmaal hebben
Romeijn en Verwiel in de gevangenis naar elkaar kunnen roepen. Marcel roept
dan: ‘Henk…… Hoe is het en wat gaat er met je gebeuren?’ Henk roept terug; ‘ze
maken me kapot Marcel, de pantserwagen wordt vernietigd’. De pantserwagen is Henks
bijnaam in het verzet en verwijst naar de dikke overjas die hij altijd draagt. Romeijn
in de gevangenis zwaar mishandeld door
de Arnhemse Sicherheitspolizei. Het is Romeijn gelukt om vanuit de gevangenis
in Arnhem een afscheidsbrief te sturen, die in Drunen door velen wordt
overgeschreven. Op 11 september wordt hij naar Kamp Vught overgebracht en
verblijft bijna zeven maanden in strafblok ‘Krankenbau B1-Blok 22’. In Kamp
Vught mag hij, onder censuur, per maand twee brieven ontvangen en verzenden. Over
die periode is er een uitgebreid medisch dossier wat te maken heeft met zijn
tuberculoseprobleem (Kochverdächtig). Vele röntgenfoto’s, bloedafnames en
onderzoeken. Op 24 maart 1944 wordt hij ontslagen van de ziekenzaal en wordt
hij ‘transportfähig’ verklaard. Op 27 maart volgt de rechtszaak in Den Haag. Romeijn
wordt ter dood veroordeeld..
Overgebracht naar elders
Op
4 april 1944 keert hij terug naar Arnhem en in de vroege ochtend van 5 april
1944 wordt Henk Romeijn in de omgeving van Arnhem ter dood gebracht. In het strafgevangenisregister
staat vermeld; ‘op last van de Sicherheitspolizei Arnhem overgebracht naar
elders’. Dit is een standaarduitdrukking die door Duitsers wordt gebruikt, wanneer
een gevangene naar een fusilladeplaats wordt gebracht. In de landelijke
dagbladen staat het bericht ‘Saboteur ter dood veroordeeld. Het vonnis is
voltrokken’. Pas op 1 mei wordt de overlijdensakte in Arnhem opgemaakt.