Het huidige Gouverneurshuis. Links het oorspronkelijke gedeelte en rechts het in de 18e eeuw opgehoogde gedeelte met vernieuwde voorgevel.
Op historische kaarten is te zien dat deze
plek al eeuwenlang bebouwd was. In 1572 werd het gebied tussen de Ridderstraat
en de Oudheusdensepoort door een stadsbrand verwoest. Daarna werd het pand
herbouwd in de vorm van een langgerekt gebouw, waarschijnlijk op bestaande
fundamenten. De bouw werd naar alle waarschijnlijkheid in 1592 voltooid. In dit
artikel wordt de geschiedenis van het complex en het pand kort belicht, aan de
hand van zogenoemde sprokkels, ofwel
korte verhalen.
Heer van Herpt In
de verpondingsregisters staat het pand omschreven als: ‘Huysinge metten de Bogaert incl. het ledig erve de vicarie van St.
Cornelis’. Vanaf 1603
werd het pand bewoond door Johan van Cuyck, die in 1532 in Heusden werd
geboren. Hij was een edelman die in de beginfase van de Tachtigjarige Oorlog
een actieve rol speelde aan de zijde van Willem van Oranje. Later bekleedde hij
bestuurlijke functies in de regio. Tussen 1584 en 1594 was hij meerdere malen schepen
van Heusden en beheerde hij grafelijke domeinen in de omgeving. Sinds 1576
droeg hij de titel ‘Heer van Herpt en Domburg’. Hij overleed in Heusden op 1
december 1613. In het koor van de Catharijnekerk bevindt zich zijn monumentale
grafsteen. Na zijn overlijden bleef het pand in de registers nog lange tijd
aangeduid als het ‘Huis van de Heer van Herpt’.
Hans Wellner
Het grafmonument van Johan van Cuyck (1532-1613), Heer van Herpt en Domburg, ligt in het koor van de Catharijnekerk.
Gouverneur van
Freisheim Vanaf
1709 tot 1733 werd het pand bewoond door Gouverneur Johan Theodoor, baron
van Freisheim (1642-1733). Toen hij in het pand kwam wonen werd het oostelijke gedeelte
van het pand met een verdieping verhoogd en de huidige voorgevel geplaatst. Ook
werd toen het Hoornbolwerk, ter bescherming van de gouverneur, verhoogd. Zo’n
verhoging heet ‘kat’. Een blijvende herinnering aan deze gouverneur zijn de
epitaaf en de grafsteen in het koor van de Catharijnekerk.
Grutter Roomer Sinds
in 1831 het kadaster werd ingevoerd, beschikken we voor percelen over gegevens
van bebouwing(en), de eigenaar of eigenaren en de bestemming(en). Koopman en
grutter Cornelis Roomer (1773–1839),
getrouwd met Maria Heijde (1783–1839), was
toen eigenaar van het gehele complex. Het bestond uit een huis, schuur, erf en
grutterij. Ook bezat hij enkele pakhuizen in de omliggende straten. Het
westelijke deel van het pand had de bestemming koetshuis en opslag en was
eigendom van zijn broer Simon Roomer. De
grutterij werd in 1825 gebouwd en bestond uit een graanopslag en een
graanmalerij, waarin een met een paard aangedreven rosmolen stond. Hier werden
grutten gemalen: gebroken zaadkorrels van boekweit, een belangrijk
voedingsmiddel uit de tijd vóór de brede introductie van aardappelen.
Ad Hartjes
Vanaf 1981 tot 2013 werd de voormalige wijnschuur door het Streekarchief als kantoorruimte gebruikt en werd eronder een depot aan toegevoegd
Na
het overlijden van het echtpaar in 1839 kwam het complex in bezit van hun zoon Cornelis Antonie Roomer (1818–1880), getrouwd met Anna Elizabeth Malingré (1821–1911). Cornelis zette de
grutterij voort en was in Heusden tevens actief als wethouder. Na zijn
overlijden werd de grutterij nog enkele jaren voortgezet, maar op 19 november
1885 werd zij, in opdracht van de weduwe, door notaris De Gier publiek verkocht. Jan van Dieten werd de koper en zette het bedrijf voort op
Putterstraat 43. In de bestrating voor de voordeur ligt nog altijd een van de
twee maalstenen die daar ooit werden gebruikt.
Wijnhandelaar Merkx Na
het overlijden van weduwe Roomer-Malingré in 1911 werd Christiaan Merkx (1862–1928) de nieuwe eigenaar. Hij was
getrouwd met Joanna Verhoeven (1876-1960). Zijn beroep werd omschreven als koetsier en wijnkoopman. In de
schuur had hij een bottelarij en in de voormalige grutterij bevond zich het
magazijn van zijn handel in wijn en gedistilleerd. Later begon Christiaan ook
met een groothandel in sigaren en sigaretten. Na het overlijden van Christiaan
werd de wijn- en tabakshandel voortgezet door zijn ongehuwde kinderen Henk (1908–19??)en
Jo (1906–1976). Zij waren de laatste
bewoners van het Gouverneurshuis en hadden hun winkel in het pand Putterstraat 48. De bijgebouwen werden nauwelijks nog
gebruikt. In 1975 verkochten zij het inmiddels in vervallen staat verkerende
complex aan de toenmalige gemeente Heusden, onder de voorwaarde dat het altijd
een publieke functie zou behouden.
Ad Hartjes
In deze gebouwen was vanaf 1825 tot 1885 de grutterij gevestigd. Met een door een paard aangedreven rosmolen werden grutten tot boekweitmeel gemalen.
Rijksmonument Het
complex werd op 8 maart 1967 Rijksmonument 22081. De RGO (Reden Gevende Omschrijving)
luidde:
‘Diep
achter een poort gelegen groot huis onder dwars zadeldak tussen zijtrapgevels.
In de linkerzijgevel het jaartal 1597. Vensters in de XVIIIe eeuw vergroot (het
werd toen door gouverneur, Baron van Freisheim (overleden 1733) bewoond). De
poort, korfboogvormig overtoogd en van een toppilaster voorzien, wordt
vergezeld van een klein huis met een zadeldak tussen topgevels. Met gevelsteen
1846’. Het is voor dit complex wel een heel povere omschrijving, waarbij de
plaatsen van de jaartalstenen foutief zijn.
Bouwstijl Het
huidige Gouverneurshuis bestaat uit een driedelige bouwmassa die niet in zijn
geheel oorspronkelijk is. Het oostelijke deel ontstond aan het begin van de 18e
eeuw door het ophogen van de bestaande zijgevels met trapgevels, waartussen een
nieuwe zolderverdieping met zadeldak werd aangebracht. Dit vernieuwde gedeelte
kreeg een gepleisterde voorgevel met negen achtruits schuiframen. Het
bovenlicht van de toegangsdeur bevat een snijraam. Het middendeel is naar alle
waarschijnlijkheid oorspronkelijk en dateert uit de late 16e eeuw. Het
linkerdeel fungeerde aan het begin van de 19e eeuw als koetshuis en
opslagruimte. Meer gedetailleerde informatie is te vinden in het bouwhistorisch
rapport 1873-9350 van BAAC, Bureau voor Bouwhistorie, uit 2013.
Ad Hartjes
Het huidige Gouverneurshuis. Links het oorspronkelijke gedeelte en rechts het in de 18e eeuw opgehoogde gedeelte met vernieuwde voorgevel.
Stichting “Oudheidkundige
Instelling Land van Heusden en Altena" In
het begin van de jaren tachtig werd het pand door Gemeente Heusden ingrijpend
gerestaureerd en kreeg het een museale functie. Na een twintigjarige
geschiedenis van ‘onderdak’ was het op 20 augustus 1982 zover dat voorzitter H.
Allard de opening van het streekmuseum Gouverneurshuis kon aankondigen. De
opening werd verricht door mr. Hotke, directeur-generaal voor Culturele Zaken van
het ministerie van CRM. Al in 1983 vond er een grote heemkundige expositie
plaats van Heemkundekring Onsenoort, geopend door hun voorzitter pater
Tarcisius van Schijndel. Van 1981 tot 2013 werd de wijnschuur door het
Streekarchief als kantoorruimte gebruikt en werd eronder een depot aan toegevoegd.
Enkele jaren bood het complex ook onderdak aan de maquette ‘Vesting Heusden’. In
de loop der tijd kwam het museum in het bezit van waardevolle museumstukken,
zoals de Weimar-collectie, een reclamespiegel, Waterschapglazen, zilver en
andere attributen van het Sint-Jorisgilde. Daarnaast werden exposities
georganiseerd met thema’s als: Een eeuw Bergsche Maas
(1904–2004), de verzetskrantDe Sirene, Architectuur Bossche School, 75 Jaar BevrijdingenMemento Mori.
Stichting ‘Het Gouverneurshuis’ De
gemeente Heusden is eigenaar van het complex. In 2013/2014 werd het pand
ingrijpend gerestaureerd, waarna het via
een erfpachtconstructie ter beschikking gesteld werd aan de stichting ‘Het
Gouverneurshuis’, de huidige exploitant. In 2016 werd de status van
Geregistreerd Museum verkregen. De drie pijlers van het Gouverneurshuis zijn
tegenwoordig: Museum Cultuur Verbinden..