Vanaf de rotonde splitst de Grotestraat zich in
Eindstraat en Kleinestraat. De genoemde straten werden aangelegd op hoge dekzandgronden,
die gedurende de ijstijd waren gevormd door een van oost naar west meanderende of
slingerende Maas. Na de ijstijd ontstond hier vegetatie waaruit, na vele eeuwen,
een laag hoogveen ontstond.
Vanaf de 14e eeuw werd vanaf de
Scheiloop in Elshout tot de Heidijk in smalle evenwijdige liggende percelen dat
hoogveen voor brandstof afgegraven. Ten zuiden van de Grotestraat ontstond een
moerassig gebied met de namen Voorste en Agterste Venne. Voor de afwatering
werden de afwateringssloten Eerste en Tweede Dwerg aangelegd die de Grotestraat
overstaken naar de Drunense sluis in de Elshoutse Zeedijk. Hier lag de
verbinding met het Drunense Loopke, dat
bij Doeveren in het Oude Maasje uitkwam. De bebouwing met kortgevelboerderijen
en -woonhuizen kwam op de smalle percelen langs de hoge zandgronden, waardoor
de kenmerkende lintbebouwing ontstond. Omdat de perceelgrenzen en de straten op
de hoge zandgronden elkaar onder verschillende hoeken kruisen staan vele
voorgevels schuin ten opzichte van de straat en is de zaagtandrooilijn ontstaan.
Vanaf de rotonde ligt in zuidwestelijke richting aan de
Kleinestraat deze monumentale voormalige kortgevelboerderij.
Foto Links: De kortgevelboerderij aan de Kleinestraat. Foto Ad
Hartjes.
Foto Rechts: Schattingskaart 1886. Weergegeven zijn de kavels 73 t/m
75 ten zuiden van de Kleinestraat, waarlangs de Eerste Dwerg loopt. Bron: BHIC
Kadastraal bleef de voormalige boerderij, nu Rijksmonument14138, sinds
begin 19e eeuw ongewijzigd. Het is niet duidelijk wat nu nog
authentiek is. Wel is er van de betreffende kavels (HDN00-E-73 t/m 75) een
compleet overzicht van de eigenaren en de bestemmingen. In het begin van de 19e
eeuw was Gerard Pijnenborg de eigenaar en had als bestemming huis, erf en
landbouw. Zijn kavels liepen toen vanaf de Kleinestraat tot de Heidijk. Het
bleef een boerderij tot in 1862, toen bakker Gerard Van Bijnen uit Baardwijk er
een broodbakkerij begon. De landbouwkavels kregen de bestemming hakhout. Het hout zal wel
voor de bakkerijoven gebruikt zijn. In 1911 verkocht toenmalig bakker Lambertus
Snijders de kavels met het pand aan landbouwer Martinus Klerkx. Tot in 1990 bleef
het zijn eigendom en van zijn erfgenamen
,waarna het pand verkocht is aan Rob Barthels voor zijn artsenpraktijk voor alternatieve geneeskunde.
Qua ligging richt het pand zich naar het schuine
verkavelingspatroon. Het is eenlaags en heeft een rietgedekt zadeldak over twee
verdiepingen met aan het uiteinde een wolfseind. Op de nok liggen blauwe
gesmoorde vorstpannen met een eindvorst of apenkont. De gevel is gemetseld met
gele ijsselstenen, in klezorenverband en afgewerkt met een lintvoeg. De schuine
zijden van de afgeknotte topgevel hebben muurvlechtingen. Boven de kozijnen
bevinden zich eensteens waaiervormige strekken. Aan de onderzijde van de voorgevels
bevindt zich een forse plint in grijs geschilderd cementpleister. De voorgevel heeft
schuifraamkozijnen met opschuifbare onderramen. In de voorzijde van de zijgevel
is er nog een schuifraamkozijn als kijk- of zichtraam. De kozijnen zijn
geelbruin geschilderd, de ramen wit. Alle vensters hebben een kleine
roedeverdeling. De voorgevel heeft een donkergroen geschilderde paneeldeur met
bovenlicht. In de gevel bevinden zich zes muurankers.
Op 26 maart 1945 viel in de boomgaard achter dit pand een
V1-vliegende bom. Volgens het rapport van marechaussee G. van Wijngaarden
veroorzaakte de V.1 een krater met een diameter van 10-12 meter en een diepte
van 4-5 meter In de boomgaard werden 40 bomen en 225 bessenstruiken vernietigd.
De gevels hebben vele reparatievlekken als gevolg van beschietingen tijdens de
oorlog.
Bart Beaard