In de eerste zes maanden van 2026 waren er 581 (pogingen
tot) aanslagen met explosieven in Nederland. Dat zijn er 124 minder dan in de
eerste helft van 2025. Het Offensief tegen Explosies ligt daarmee op koers om
in 2026 een afname van 10% te realiseren. Ondanks deze daling blijven deze
explosies een ernstig veiligheidsprobleem. Het Offensief zet zich daarom
onverminderd in voor een verdere duurzame afname van het aantal aanslagen.
Burgemeester Carola Schouten van Rotterdam, voorzitter van
het Offensief tegen Explosies (OTE): ‘Iedere aanslag is er één te veel. Maar
het is goed om te zien dat het aantal aanslagen landelijk begint af te nemen.
Explosies brengen de veiligheid en leefbaarheid in onze straten en wijken in
gevaar en hebben grote gevolgen voor slachtoffers en omwonenden. Dit vraagt om
blijvende aandacht en gezamenlijke inzet op alle fronten. We richten ons
daarbij momenteel op drie hoofdprioriteiten: het terugdringen van het aantal
(jonge) uitvoerders, het opsporen en vervolgen van opdrachtgevers en
tussenpersonen, en het beperken van de beschikbaarheid van explosief
materiaal.’
Terugdringen jonge uitvoerders
Een groot deel van de uitvoerders van aanslagen is jonger
dan 25 jaar. Voorkomen dat deze jongeren overgaan tot het plegen van aanslagen
vereist een stevige preventieve aanpak. Daarom is bijvoorbeeld een pilot
conflictbemiddeling gestart om het aantal jongeren dat bij aanslagen met
explosieven betrokken is terug te dringen. In deze pilot worden oplopende
spanningen en conflicten vroegtijdig gede-escaleerd, met als doel minder
betrokkenheid van jongeren bij ernstige geweldsincidenten.
Daarnaast wordt onderzocht of eerder kan worden ingegrepen
bij (mogelijke) uitvoerders die al bij de politie in beeld zijn, bijvoorbeeld
via een lokale persoonsgerichte aanpak. Bijvoorbeeld door ondersteuning te
bieden aan jongeren die verdacht worden van betrokkenheid bij een aanslag en
die nu nog onvoldoende begeleiding krijgen. Dit moet herhaling voorkomen.
Jeugdprofessionals, ouders, verzorgers en andere naasten
worden ondersteund bij het weerbaarder maken van jongeren tegen (online)
verleidingen tot criminaliteit. Dit gebeurt onder meer door hen te faciliteren
en te stimuleren om het gesprek aan te gaan over de risico’s van explosies.
Bijvoorbeeld via de
campagne en
uitlegvideo
‘Praat
met je kind over explosies’.
Opsporing tussenpersonen en opdrachtgevers
De inzet van de politie richt zich niet alleen op het op
heterdaad aanhouden van uitvoerders. Door analyse van data, bijvoorbeeld op
telefoons en laptops, wordt gewerkt aan een beter zicht op de rol van
tussenpersonen en opdrachtgevers: wie zij zijn, hoe zij te werk gaan en hoe zij
uitvoerders aansturen. Op basis van deze inzichten worden nieuwe
opsporingsonderzoeken gestart. Tussenpersonen en opdrachtgevers kunnen hierdoor
onder meer worden vervolgd wegens criminele uitbuiting.
Corry van Breda, hoofd Operatiën en plaatsvervangend
politiechef in Zeeland-West-Brabant en lid van het Offensief: ‘Voor meer
samenhang en overzicht in onze aanpak hebben we de landelijke coördinatietafel
explosievenproblematiek ingericht. Hier wordt alle inzet gebundeld, van
recherche in basisteams tot landelijke eenheden. In diverse onderzoeken lukt
het om bij een reeks explosies plegers, medeplegers, tussenpersonen en
opdrachtgevers aan te houden. Een goed voorbeeld is de
samenwerking tussen
politie, OM en gemeente in Alkmaar. In die zaak kregen opdrachtgevers en
een tussenpersoon forse gevangenisstraffen voor een reeks aanslagen en voor
deelname aan een criminele organisatie.’
Terugdringen beschikbaarheid explosief materiaal
De meeste aanslagen worden gepleegd met zwaar, illegaal
verhandeld vuurwerk. Daarom zet het Offensief nationaal en internationaal
stevig in op het terugdringen van de beschikbaarheid ervan. Dit gebeurt onder
meer door de productie, het transport, de opslag en de handel in dergelijke
explosieven te verstoren.
Er wordt samengewerkt met de post- en pakketsector om
illegale (online) vuurwerkhandel via pakketten tegen te gaan. Daarnaast wordt
onder regie van Europol een ‘Operational Taskforce’ (OTF) opgericht, waarin
Duitsland, Zweden en Nederland samenwerken aan grensoverschrijdende
opsporingsonderzoeken.
Tot slot blijven het Nederlandse kabinet en het OTE, samen
met internationale partners zoals Frankrijk en Zweden, in Europa pleiten
voor
strengere
wet- en regelgeving rond de productie van zwaar vuurwerk. Dit heeft ertoe
geleid dat de Europese Commissie heeft aangekondigd de ‘pyrorichtlijn’ te
willen herzien.